Mixed Dubbel 73. Koningin


Irene heeft het schokkende nieuws over de herverschijning van Juliette nog nauwelijks verwerkt of haar vriendinnen staan voor de deur.

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

Door het geluid van de stofzuiger heen op zondagmorgen hoorde ik de bel van de voordeur.
Ik schopte het klerending uit en liep door de gang. In ruil voor tantes gastvrijheid deed ik de huishouding. Meestal op zondagmorgen, want dan wandelde tante naar Henrietta om koffie te gaan drinken met haar dochter.
Ik trok de deur open en daar stonden ze.
Wende, Laura en Marit.
‘Ja, we hadden geen zin om langer te wachten. Hup zei ik, we gaan.’ Wende lachte breed.
Hun ogen gingen over mij heen.
‘Jezus, wat zie je er uit!’ riep Marit, ‘wat is er aan de hand, je bent mager geworden.’
O, dacht ik. Het kleine spiegeltje in de badkamer vertelde weinig over mijn uiterlijk. Mijn kleren zaten slof, ja, bij nader inzien had ze gelijk, ik was gewicht kwijtgeraakt.
‘En bleek, en moe,’ vulde Laura aan.
‘Jas aan, het is mooi weer en hier tegenover is een park. We gaan wandelen. Krijg je kleur op je toet.’
‘Eerst even piesen. Na zo’n lange autorit, weet je,’ zei Marit. Ik wees de toilet en ze schoot erin.
Ik deed mijn haar los, en schudde mijn krullen. Verwisselde mijn pantoffels voor schoenen en legde een briefje neer voor tante Zus.
‘Ik ben wandelen met vriendinnen.’ Tante zou verwonderd opkijken. De enige die ooit kwam was Marianne van Vliet en die was enkelvoud. Marianne van Vliet wist van geen Juliette, en was prettig gezelschap om het over gewone dingen te hebben.

Gevieren staken we de weg over en liepen het park in. Hier ging ik zwemmen vroeger. En toen ik heel klein was met mijn vader naar het voetballen. Al was mijn vader musicus en hield hij van de schone kunsten, hij was ook supporter van Ado. Ik vertelde er niet over tegen mijn vriendinnen. Er was een onderwerp waarover het moest gaan.
‘Nog nieuws uit het mooie Loerheide?’ vroeg ik met een glimlach.
Marit schraapte haar keel. Laura keek bewonderend naar de vogels die rondvlogen. Het was Wende die de kastanjes uit het vuur moest rapen in dit herfstbos.
‘Juliette is terug.’ Wat een geluk dat ik het al wist. Dat ik rustig aan de koffie zat toen Monica het voor het eerst vertelde. Want ik zelfs bij de tweede keer dat ik het hoorde, voelde mijn benen week worden.
‘Zo.’
‘Ze is genezen verklaard.’ Wende sprak. Marit keek mij bezorgd aan. Laura gaf mij een schouderklopje.
‘O.’ De draak wierp zijn vlammen en ging op mijn kop zitten.
‘Je zou haar niet herkennen. Echt. Ze is vrolijk, gezellig.’ Ik voelde zijn klauwen om mijn strot. Zij gewicht op mijn borst. Ik moest rustig blijven ademen. De angst. Als een donderwolk kwam hij aanrollen. Ik zweeg, ik had niks te zeggen.
‘Ik zei nog tegen Laura en Marit, zullen we haar meenemen? Dan kan Irene zien hoe aardig ze is en genezen… genezen. Iemand kan beter worden, Irene. Dat zei ik je al eerder,’ vervolgde Wende. Had ze het over Juliette, de heks? Meenemen naar mij toe? Gezellig gevieren naar Den Haag, bij Irene op bezoek. Hier in dit park, mijn park?
De grote klauwen knepen in mijn maag, de wereld werd kokhalzende, zure massa.
Als een vulkaan kwam het brandende zuur mijn maag uit. Ik spuwde gal.
‘Jeetje, jeetje…,’ merkte Wende op. ‘Dat het je nog steeds zo aangrijpt.’
‘Godverdomme,’riep Marit, ‘had het even voor je gehouden.’
‘Alsof jij zo tactvol bent. Jullie zwijgen als het graf. Iemand moet het zeggen.’
Ik veegde mijn mond af en zei:
‘Lief dat jullie gekomen zijn. Maar ik ben er nog niet aan toe.’ Er stond een bankje. Daar ging ik zitten. ‘Laat mij maar. Ik moet eerst alles op een rijtje krijgen.’ Laura kwam naast mij zitten en zei:
‘We zijn hier voor jou, hoor. Kom terug naar Loerheide. Wij zijn jouw vriendinnen, of Juliette nou aardig is of niet. Snap je. Wende bedoelt dat er leven mogelijk is met Juliette in de buurt.’
‘Ze heet Justine. Justine Swartbol en ze is knettergek. Waarschijnlijk zat ze niet in een inrichting de laatste tijd, maar was ze onder bewaking van een maffiabaas. Dus kan ze niet genezen zijn. Ze namelijk niet behandeld.’
‘Ach, ach, trek het je niet zo aan. Je moet niet zulke rare dingen gaan zeggen.’ Wende de ongelovige.
‘Ik kan niemand vertellen wat er is gebeurd, omdat jullie mij niet zullen geloven. Voor domme mensen is de waarheid soms niet te bevatten.’
‘Noem je mij dom?’ vroeg Wende, ‘ik rijd geen 150 kilometer om mij te laten uitschelden.’
‘Pffff… hou op, je begrijpt dat dit een klap is voor Irene. Zeker als ze weet dat die vrouw achter haar man aanzit.’
‘Marit!’ riep Laura uit.
‘Daarom moet je terugkomen. Tenminste als je je huwelijk nog een kans wil geven,’ vulde Marit aan.
‘Ik ga, ik heb mijn best gedaan,’ Wende haalde haar schouders op en liep richting de uitgang van het park. Ze voelde zich beledigd en terecht. Ik vond haar dommer dan een ezel, want stootte die zich niet slechts een keer aan ….
Marit en Laura reden met haar mee, dus ze op een drafje gingen ze achter Wende aan. Beide wensten mij sterkte.
Marit zei: ‘Ik had alleen moeten komen. Ik zal je niet in de steek laten. ’
‘Sorry, sorry, sorry…,’sprak Laura, ‘het pakt verkeerd uit. De bedoeling was goed.’
Ik knikte en liet ze gaan. Ik zag ze lopen tussen de kale bomen door. Wende met haar rechte rug, haar pronte boezem vooruit, kin in de lucht. Marit keek een keer om en zwaaide. Laura’s hoofd gebogen. Misschien liet ze een traantje, ze hield niet van ruzie.
Toen mijn maag tot rust was gekomen, slofte ik door de losse bladeren naar huis. Ze dwarrelden omhoog bij elke stap. Voor ik het portiek bereikte, begon het te miezeren. Het leek dag in dag uit te regenen.

Tante Zus was nog niet thuis en ik maakte een propje van mijn briefje en gooide het met een boog in de prullenmand. Wat een teleurstelling. Juliette was geaccepteerd in mijn vriendenkring. Het werd per uur moeilijker om terug te gaan. Ik pakte de stofzuiger en ging verder waar ik gebleven was. Ach, ik tilde te zwaar aan vriendschappen. Die angst om alleen achter te blijven, heeft mijn leven geregeerd. Ik had er beter aan gedaan om me tijdig te realiseren dat alleen zijn lang niet het ergste is wat je kan overkomen.
‘s Nachts tobde ik over Juliëtte. Zou ze nog een bedreiging zijn of was ze tevreden met het feit dat ik uiteindelijk weggepest was en zij haar doel bereikt had? Uiteindelijk werd zij de koningin van de Lange Akker.
Als ze mij nog steeds niet goed gezind was, dan zou ik hier niet veilig zijn. Iedereen kende het adres, heel Loerheide wist dat ik bij tante Zus logeerde.


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.