Mixed Dubbel 69. Tranenvloed


Irene, bij tante Zus in Den Haag, probeert moeizaam haar leven op orde te krijgen. Dan belt Mark

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

Ik kreeg ik de beschikking over de grootste slaapkamer van de flat, die voorheen van mijn nicht was. Die bestond uit een vierkante ruimte, met een raam en een deur naar het piepkleine balkonnetje aan de voorkant van het huis, met de mogelijkheid om buiten te zitten en naar het Zuiderpark te kijken. Er stond een bed en een bureau, meer had ik voorlopig niet nodig. Tante Zus had een kast leeggeruimd en daar deed ik mijn kleren in. Ik installeerde mijn computer en maakte een internetverbinding.
Ik ging op bed zitten. Mijn bloed trok uit mijn gezicht en ik voelde een lichtelijke misselijkheid opkomen. Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht, die merkwaardig koel waren.

Langzaam werd ik leeggezogen, de warmte was uit mij verdwenen. De wens van lang geleden kwam op. Kon een mens sterven als hij niets meer deed, gewoon bleef zitten, niet at niet dronk? De kamer scheen mij grijs, de grauwheid van buitenzijde van de flat was naar binnen gesijpeld. Een hopeloze jonge vrouw ingetrokken bij een hopeloze oude vrouw. Misschien zat ik vijf minuten, misschien een kwartier voor ik opstond en doorging met waarmee ik bezig was.
Ik zette de computer aan en keek wat er in mijn Postvak is gerold. Er waren e-mails terug van mijn tennisvriendinnen die zich nieuwsgierig afvroegen wat mijn cryptische bericht inhield. Ze voelden de dramatische lading hangen.
‘Je gaat ons toch niet definitief verlaten?’ vroeg Laura zich af.
‘Is het die knappe man van laatst?’ schreef Wende.
‘Je mag niet verder dan 10 minuten op de fiets van mijn huis gaan wonen,’ meldde Marit.
Ik vreesde het telefoontje van Mark. Hoe ging hij reageren op mijn vertrek.

Tijdens de maaltijd, we aten bij tante Zus altijd aardappelen, groente en vlees, dit keer bloemkool met gehaktballen, ging de telefoon. Het rinkelen dreunde tegen mijn schedel, samen met het kloppen van mijn hart vormde het een orkaan van geluid in mijn hoofd. Ik had de neiging mijn oren dicht te stoppen. Benauwd vroeg ik tante Zus of zij op wilde nemen. Krakend stond ze op en slofte naar de kamer waar de telefoon steeds harder leek te klinken. Wat bewoog ze moeilijk dacht ik. Haar korte benen leken krom te staan. Ze schommelde naar de voorkant van de kamer. Het geluid verstomde toen ze opnam. Zelfs de hartkloppingen leken te verminderen. Ik zuchtte. De hoorn aan haar oor, de andere hand in haar brede middel. Ze was ieder jaar iets zwaarder geworden. Haar vriendelijke gezicht, stond serieus, de rimpels langs haar mond vormden rechte lijnen naar haar kin. Hopelijk zei tante dat ik er niet was.

‘Hallo?’ zei ze.
‘Spreekt u mee. Ja, ze is hier.’ Ik overwoog hem niet van haar aan te nemen, maar ze hield de hoorn omhoog en wenkte mij. Met tegenzin stond ik op, liep naar voren, zuchtte en pakte de hoorn.
‘Mark?’ Tante slofte terug en ging met een plof zitten. Ze begon haar aardappels weg te werken. Het leek of ze niet luisterde.
‘Wat stelt dit voor? Kom ik na zo’n zware periode doodmoe thuis, dan is dit het laatste waar ik op zit te wachten. Een warm welkom en een goed maal, daarop had ik gehoopt. Wanneer hou je op met deze aanstellerij? Je stelt mijn geduld aardig op de proef. Kom gewoon thuis, doe normaal, Jezus.’
Zijn ergernis was precies wat ik nodig had, ware hij verdrietig geweest dan had ik het moeilijker gehad. Ik keek ondertussen naar het gedateerde behang, rauhfaser of zoiets heette dat, de versleten, fletse groene vloerbedekking en tante die naar haar bord keek en kauwde.
In boeken had ik gelezen dat je bij een slechtnieuwsgesprek met het slechte nieuws moest beginnen. Hij maakte het mij makkelijk, bot als hij begon. Ik kuchte en zei:
‘Het is wat ingewikkelder dan aanstellerij. Toen jij op reis was, heb ik hulp gezocht bij een oude schoolvriend van mij, die mij beloofd had mij bij te staan in moeilijke tijden. Toen jullie zeiden dat ik spoken zag, had ik hem nodig. We werden fysiek altijd erg tot elkaar aangetrokken.’ Ik zweeg en dacht dat dit niets is om per telefoon te bespreken. Tante deed nog steeds of ze niets hoorde.
Aan de andere kant viel een stilte, dus ik fluisterde in de hoorn:
‘… ik ben met hem naar bed geweest.’
Nog steeds zweeg Mark… tot hij leek te ontploffen.
‘Godverdomme, Irene…,’ schold Mark, ‘hoe kon je, hoe kon je.’
‘Ik snap dat dit voor ons de nekslag is, ik ga definitief bij je weg,’ fluisterde ik. De tranen brandden in mijn ogen en ik wilde absoluut niet gaan huilen. Tante zette haar vuile bord in de keuken en begon aan de afwas. Ik hoorde pannen en deksels en het lopen van de kraan.
‘Vooruit, Irene, … het is te gek voor woorden, maar ik wil je nog een kans geven. Die moet je grijpen, want ik blijf niet eindeloos op je wachten. We praten erover en komen eruit. Zo langzamerhand maak je het mij erg moeilijk. Ik vraag het nog een keer. Wanneer kom je terug naar huis?’
‘Niet meer, denk ik.’ De eerste traan begon over mijn wang te rollen, het gesprek moest niet te lang duren.
‘Dan moet je het zelf weten. Het kan best zijn dat ik een scheiding wil. Denk daaraan. Het is jammer, want ik wil nog een keer met je proberen, ondanks alles.’
‘Oké, regel het maar zoals je het wilt. Zijn er stukken die ik moet tekenen, dan weet je waar ze naar toe moeten.’
‘Ja, ja.’
‘Het beste.’ Hij klonk vooral boos. Ik legde de hoorn op de haak. Ik keek naar de telefoon of hij roodgloeiend stond te branden. Mijn hand, ik zag vlekken voor mijn ogen. Hoorde gebonk in mijn oren. Mijn maag speelde alweer op.
Op tafel stond mijn eenzame bord met een stukje kool en een halve bal. Ik ging zitten en prikte erin. En stuk bal ging mijn mond in. Kauwen. Tante niet teleurstellen.
Zou het echt zo gemakkelijk gaan? Bijna 10 jaar waren we getrouwd. Op zich kon híj er niets aan doen, ik was degene die ging. Bovendien had hij gelijk, ik heb het hem moeilijk gemaakt. Het was geen leven geweest de laatste jaren, dat klopt. Eerst een ‘fantast’ in huis, daarna een invalide, welke man zou daar zin in hebben? De bal was op, de kool werd mij te veel. Ik bracht mijn bord en bestek naar de keuken. Pakte een theedoek. Tante had geen vaatwasser. Zelfs geen wasmachine. Ze waste sinds jaar en dag in het lavet. Mét Persil. Dat was onveranderd al die jaren. Ik opende de houten keukenkastjes om het serviesgoed weg te zetten.

Wat had ik mijn hele leven situaties en mensen verkeerd ingeschat. Dat het zo koeltjes zou aflopen had ik niet kunnen dromen. Het zou voor hem in praktische zin al een enorm gemis moeten zijn als ik er niet meer was. Hij zou mij moeten missen,… moeten missen.
In gedachten hoorde ik Juliette zeggen:
En als jij dood ben, dan zullen Mark en ik elkaar geweldig kunnen troosten.
Ik snotterde en merkte dat er alweer tranen over mijn wangen liepen. Ik moest denken aan de geit en de kool en de wolf. Wie kwam er het eerst over de brug. Het sloeg allemaal nergens op.
‘Trek het je niet aan. De beslissing is genomen. Maak een nieuwe start. Wees blij dat er geen kinderen zijn,’ zei tante zus terwijl de borstel geroutineerd door de pannen ging.
‘Ja, zo is het,’ en ik zuchtte diep.


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.