Mixed Dubbel 48. Exit Hel


 

 

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

‘Irene, Irene….IRENE.’ Vaag op de achtergrond riep iemand. Het moest midden in de nacht zijn. De geur van pies en poep drong mijn neusgaten in, preciezer gezegd: die van mijn eigen uitwerpselen. Mijn goede hand zat vast aan de stijlen van het bed. Mijn mond was dichtgeplakt. Langzaam deed ik mijn ogen open. Schemerig was het in de kamer. De wekker stond op 10.00 uur.

‘Irene, ben je wakker.’ Het was Marit die tegen mij schreeuwde. Half bewusteloos knikte ik. Met een mes sneed ze mijn arm los. Voorzichtig haalde ze de tape van mijn mond. Desondanks braken de kloofjes open en proefde ik bloed.
‘Water,’ zei ik, ‘beetje water’. Marit ging en kwam terug met een nat washandje en een glas water. Ik dronk het meteen op. ‘Meer,’ vroeg ik.
Weer vulde ze een glas en ik nam een paar slokken. Vervolgens waste ze mijn gezicht.
Nadat ze de ambulance had gebeld, haalde ze mij uit bed. In de badkamer trok ze mijn nachthemd uit en zette mij onder de douche. Zelf kon ik niet blijven staan, dus hield ze mij vast. Met de handdouche spoelde ze de aangekoekte stront van mijn benen en van mijn billen. Haar kleren werden kletsnat. Het leek haar niet te deren. Met grote ogen en op elkaar geperste lippen was ze geconcentreerd bezig met mijn wasbeurt, ontzet over wat ze had aangetroffen. Geschrokken van mijn lichaam riep ze uit: ‘Jeetje Irene, wat ben je mager, zelfs je billen zijn verdwenen.’
Ze hees mij in een schone nachtpon pyjama. Nog steeds had ik moeite met staan en bij bewustzijn blijven.
Ondertussen was de ambulance aangekomen. De verplegers legden mij op een stretcher en schoven mij in de auto. Met loeiende sirenes werd ik naar het ziekenhuis gebracht. Dat ik dat mocht meemaken. Marit reed mee.
Uit het onderzoek bleek dat ik leed aan: ernstige ondervoeding, dehydratieverschijnselen en uitputtingsverschijnselen. Daarbij had ik onderhuidse bloedingen op de achterrug, in het gezicht en op het hoofd. Onmiddellijk kreeg ik een infuus met een zoutoplossing en hydratiemiddelen.
Ondertussen belde Marit naar Mark.
‘Het is niet goed met Irene,’
‘ …’
‘Nee, in het ziekenhuis’
‘ …’
‘Nee, die heb ik niet gezien. Dat wilde ze toch zeker niet, dat Juliette haar verzorgde?’
‘ …’
‘Oh, nee, dat wist ik niet…mmm… Nee, nergens te bekennen.’
‘ …’
‘Ik? Ja, net terug van vakantie, Zoals gewoonlijk ging ik langs. Hoorde helemaal niets, dus ik naar binnen’
‘ …’
‘Die sleutel heb ik altijd al. Lag ze daar vastgebonden en met een tape over haar mond in bed. In haar eigen stront, afschuwelijk.’
‘ …’
‘Ja, wie denk je?’
‘ …’
‘Als het kan met de volgende vlucht?’
‘ …’
‘Oké, ja, kom maar gauw. Ze is er slecht aan toe. Bel als je aankomt, ik haal je van Schiphol. In het ziekenhuis kan ik haar veilig achterlaten.’
‘ …’
‘Ja, ik zal Wende bellen en Laura. Die komen haar gezelschap houden, ja, goed, oké, oké…..’
Ze hing op en zei tegen mij: ‘Mark komt met de volgende vlucht.’
‘Ik kan beetje praten,’ vertelde ik langzaam. ‘Ook help roepen, vandaar tape… op mijn ..mond.’
‘Wat is er gebeurd,’ vroeg Marit, ‘is dit het werk van Juliette?’
‘Juliette wil Mark,’ zei ik, ‘ze wilde dat ik … dood… was. Jij… bent te vroeg terug. Voor mij op tijd…’
De verpleegster kwam langs. Ze smeerde een vet spulletje op mijn zere lippen. Dat verzachtte de pijn en ik doezelde weg.

Wende en Laura en ook Hidde en Luca kwamen langs. Iedereen was tot in zijn tenen geschokt. Daar lag ik breekbaar en broos, mager en bleek, blauwe plekken en kapotte lippen, voor een ieder onvoorstelbaar dat Juliette mij dat heeft aangedaan. Ze geloofden mij en daardoor namen ze ook de eerdere gebeurtenissen voor waar.
Voor ondervraging was Juliette meegenomen naar het politiebureau. Bij hoog en bij laag bleeef ze ontkennen dat zij mij op sterven na dood heeft achtergelaten.
Luca vertelde: ‘Ik heb gehoord dat ze huilt en steeds roept: ik heb dit niet gedaan, ik wilde haar straffen, maar dit heb ik niet gedaan.’
Iedereen herinnerde zich ik zogenaamd geen mensen mocht ontvangen. De buurvrouw kon zich voor haar kop slaan dat ze mijn hulpgeroep niet goed had begrepen.
De activiteiten rond ‘het lekkere dingen kopen’ en naar buiten toe de schijn opwekken dat ze goed voor mij zorgde, werden ingeschat als de schijnvertoning die ze waren. Daarmee werd het plan nog doortrapter en meer gepland.
‘Ze is gestoord,’ zei Wende aan de rand van mijn bed. ‘Ik vergeef het mijzelf nooit, dat ik niet bij je ben gaan kijken,’ vervolgde ze. Laura snapte het beter.
‘Wie kan dit vermoeden. Niemand bedenkt zoiets. Raar vond ik het wel dat Juliette Irene ging verzorgen. De laatste tijd had Irene niets meer met haar, integendeel. Jij, Wende, vindt iedereen ‘een leuk mens’, maar ik heb er nooit wat in gezien, in die Juliette. Ze deed alsof.’
‘Dat kan zijn, maar jij vindt niemand aardig, dus dat is net zomin een maatstaf,’ zei Wende scherp.
‘Geen ruzie… niemand… kan er iets … aan doen. Ben blij dat ik er nog ben, en … dat … jullie.. zie,’ verzuchtte ik.
Wende pakte mijn hand. ‘Kan ik iets voor je doen? Zeg het maar, wat heb je nodig? Is je huis in orde?’
‘Nieuw…matras..,’ ik grinnikte, ‘dat stinkt …. Maar Mark komt. Hij is er …morgenochtend…Daar zorgt hij … almaal vool.’ Ik moest mij goed concentreren anders ging ik slepend praten.
‘Allemaal voorrr’, herhaalde ik.
Wende kneep in mijn hand: ‘Blijf jij hier Lau? Ik moet met Hidde naar de stad en bij mijn moeder langs en een bloemetje brengen bij Renate. Die is ziek geweest en dat vind ik zo’n schat. Je weet wel de moeder van Guido… dus ik ga, ik kom morgen weer hoor, sterkte, lekker uitrusten.’ En weg was ze. Van de helft van haar bezigheden zou ik al uitgeput raken, zelfs als ik fit zou zijn.
Laura bleef op haar gemak zitten. Ze vertelde over haar werk en over haar nieuwe relatie. Ik zakte weg, van vermoeidheid, niet omdat ik haar verhalen niet interessant vond.
Toen ik wakker werd, was Laura weg en Marit terug. Marit zat op een stoel onderuit te slapen. Tot mijn genoegen geloofde iedereen mij. Leugens en bedrog wierpen klaarblijkelijk vruchten af.
Het had mij gepieker gekost. Toen Juliette nijdig was vertrokken, wist ik dat zij zou gaan rondbazuinen hoe onbeschoft ik was geweest. Ze zou vertellen hoe grof ze de deur uit was gezet, nadat zij mij had vertroeteld en verwend. Hoe gestoord ik was. Vervolgens zou ik het niet kunnen laten sommige mensen te vertellen wat Juliette mij had aangedaan. Ze zouden mij een leugenaar vinden en mij voor gek verklaren, omdat het te bizar voor woorden was en ik zou gefrustreerd raken van al dat onrecht.
Ik kon niet veel, maar rustig door het huis heen kruipen en een beetje praten lukte mij best. De hele dag oefende ik. Op zich zou ik dus hebben kunnen eten en drinken en opknappen. Tenslotte had ik drie dagen om aan te sterken. Iemand bellen durfde ik niet. In mijn fantasie hoorde ik de mensen al zeggen, ‘Nou aardig van je hoor, neemt Juliette vrij om je te verzorgen en dan gedraag je je zo. Ik snap dat je zielig bent, maar je hoeft niet onbeschoft te zijn.’

Toen schoot het mij te binnen. Er was één manier om Juliette te beschuldigen van wat ze had gedaan. Ik moest er verschrikkelijk aan toe zijn. De volgende dag plakte ik tape over mijn mond en kon met mijn lamme hand mijn goede aan de stijl van het bed krijgen. Daar was ik een uur mee bezig. Ongelukkig stootte ik mijn hoofd tegen de rand van het bed. Dat leverde een blauwe plek en een bult op. Ik was gevangen en met een lamme arm zou ik de tape nooit kunnen verwijderen. Wat waar was.
Ik kreeg kramp in mijn buik, het zal door de stress gekomen zijn. Dat was erg vervelend want ik kon niet naar de WC. Onverwacht liet ik een wind en de diarree spoot er uit.
Overdenkend of ik zou overleven, dommelde ik in. In het ziekenhuis zeiden ze later dat ik met die diarree en fysieke gesteldheid het nooit gered had tot Mark terug was gekomen. Het zou wat geweest zijn als ik Juliette’s werk afgemaakt had.

Gelukkig kwam Marit.


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.