Mixed Dubbel 46. Reddingsplan


De dokter liet zich door Juliette’s trucs verschalken, Maar Irene is ongebroken

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

De volgende morgen vertelde Juliette dat ze een boodschap moest halen.
‘Niet dat je ver kunt komen, maar ik doe voor het idee je deur op slot.’
Ze draaide de sleutel om. Vervolgens hoorde ik haar vlot en fluitend de trap aflopen.
Zodra ze de deur uit was, probeerde ik uit mijn bed te komen. Bijna stapte ik in de bedpan. Op één been stond ik te wankelen naast mijn bed. Als ik probeerde te bewegen, begon de wereld om mij heen te draaien. Ik ging op de rand van mijn bed zitten, het lukte mij niet. God, wat was ik misselijk. Langzaam nam de duizeligheid af. Ik deed nog een poging. Echter toen ik overeind kwam, kiepte de kamer om. Ik móest. Het werd mijn dood als ik niet kon bewegen. Ik prees de wollen vloerbedekking waardoor ik niet zo hard zou vallen. Met mijn blote voeten over het zachte kleed. Langs de muur schuifelde, hinkelde ik, en na iedere stap moest ik wachten tot de beelden om mij heen tot stilstand kwamen. Ik zag de foto’s aan de muur van onze eerste vakantie in bergen. De Mont Blanc op de achtergrond, wij ervoor in de korte broek. Wat waren we gelukkig.
Ik zette nog een pas, bijna viel ik om. Tergend langzaam kwam ik bij de wastafel. Voorover buigend kon ik bij de kraan. Ik slurpte het water met grote slokken op. Voor de spiegel oefende ik: ‘iewehe, ieweewe…’ mijn eigen naam, het begon er op te lijken.
Ik nam nog een paar grote slokken waar ik me bijna in verslikte. Mijn lege maag begon te protesteren toen ik terugschuifelde. Het kostbare vocht moest ik binnen zien te houden. Hinkel na hinkel kwam ik terug bij mijn bed. Uitgeput. Wat was het een heerlijk bed. Toen we het pas hadden leek het of ik in een slagroomtaart stapte. Zo heerlijk schuimerig was het zachte matras en het donzen dekbed. Het plafond draaide voor mijn ogen. Rustig, rustig. Ik lag nauwelijks toen ik de voordeur hoorde dichtslaan. De heks was weer thuis. Ik ademde diep in en uit. Van binnen was ik blij. Ik kon het, ik kon het….. Dit was een wedstrijd die ik ging winnen. Mijn hart ging tekeer. Als ze maar niets aan mij kon zien, als ik maar geen sporen had achtergelaten, als de kraan maar niet nalekte. Ik luisterde of ik gedruppel hoorde.
Toen ze de slaapkamer binnenkwam deed ik of ik sliep. Op het nachtkastje legde ze twee Mariabiscuitjes neer. Iets voor de Libelle of de Margriet in het voorjaar, dacht ik: Door Mariabiscuit, straks slank in de bikini’ of ‘Met kaakjesbeleid tien kilo kwijt’. Het artikel zou ik kunnen schrijven. Als ik mijn maag elke dag kon vullen met zoveel water, droogde ik zeker niet uit. Dat was meer dan twee glazen. Moe en tevreden viel ik in slaap.

De volgende nacht was tamelijk rusteloos. Mijn maag kreunde van de honger en mijn hoofd bonkte. Soms wakker, af en toe in slaap. Dood was ik nog lang niet. Over negen dagen kwam Mark terug en mijn fysieke staat was niet zoveel slechter dan vijf dagen geleden. Met geduld en wijsheid haalde ik het.

Iedere morgen bij het ontwaken keek ik in de spiedende blik van Juliette. Daar schrok ik steeds van.
‘Waheh’, zei ik. Met mijn tong ga ik langs mijn droge lippen. Juliette glimlachte triomfantelijk.
‘Dorst?’ vroeg ze. Haar lach werd breder. ‘Je gaat er niet veel beter uitzien.’ Meteen wilde ik zeggen; ‘jij ook niet ouwe, gestoorde heks’, maar ik kwam niet uit mijn woorden. Wat tot grote vrolijkheid leidt bij Juliette. Met mijn goede hand wees ik op mijn voorhoofd.
‘Loco’, zei ik. Wat grappig dat floepte er ineens uit. Zomaar een woord en helemaal goed uitgesproken.
Ze wilde uithalen om mij te slaan. Plotseling hield ze zich in.
‘Van zo’n klap heb ik meer last dan jij.’ Juliette had het idee dat ik niks voelde en niks kon. Dat werd mijn redding.

Tot de tiende dag ging alles vrij goed. Natuurlijk kreeg ik te weinig te eten, mijn ribben staken akelig uit, en zo’n holte waar de buik hoorde te zitten had ik nog nooit gehad, maar dagelijks lukte het mij steeds beter om mij naar de kraan te slepen en te drinken. De afstand bed-wastafel legde ik steeds sneller af. De duizeligheid nam af. Voor de spiegel oefende ik spreken.
‘Irene, Mark, wievewing …. lllllievelling.’ Het was van belang goed te oefenen. De hele dag vroeg ik om ‘Wahe’ terwijl ik al redelijk water kon zeggen. Met Juliette in de buurt deed ik verward, slaperig en verlamd. Na tien dagen was ik er gerust op dat ik het in redelijke gezondheid ging halen. Mark zou mij levend aantreffen. Het was een kwestie van doorzetten. Geen van mijn vrienden kwam langs, net zo min als mijn dokter. De deurbel leek in onbruik. De telefoon ging wel. Juliette nam hem op en ik hoorde haar serieus praten. Ze beantwoordde uit mijn naam belangstellende e-mails. Ze vertelde soms over de telefoontjes en de e-mails.
‘Ik bereid ze alvast voor op je naderende dood,’ grijnsde ze. ‘Ze weten niet beter of het is straks gedaan met je.’
Ik reageerde met gegrinnik of verwarde antwoorden.
‘Jammer dat je niet meer begrijpt wat ik zeg. Er is geen eer te behalen met de leuke verhalen die ik kan vertellen over je vrienden.’
Mijn wereldje was klein geworden. Ik bekeek eindeloos de foto’s aan de muren en telde de gekleurde vlakken van de overgordijnen, die vanaf het begin van mijn ziekte hermetisch gesloten bleven. Alsof er meteen een sterfgeval te betreuren was.
Ik moest plassen.
‘Piepie,’ zei ik. Toen Mark er nog was, ondersteunde ze mij naar de wc, maar vanzelfsprekend hield ze daar mee op toen hij vertrok. Dit was onaangenamer.
Met de neus dichtgedrukt gaf ze de bedpan en pakte hem toen ik wat gedaan had aan met dezelfde uitdrukking op haar gezicht. Poepen en plassen deed ik vanzelfsprekend heel weinig. Ieder nadeel had zijn voordeel. Mijn onderbroek was niet fris meer. Nog steeds droeg ik die ik aanhad toen Mark vertrok. Ze trok mijn broekje uit. En hield het tussen wijsvinger en duim.
‘Wat een viezerik ben je. Weet je wat: vandaag krijg je een schone. We moeten er wel netjes bijliggen, vind je niet,’ had ze gezegd, ‘hoewel netjes… is dit echt je ondergoed?’ Juliette had een stapel van mijn Hema-onderbroeken te pakken. Ooit had ze als bijverdienste verkoopavondjes gedaan met kanten lingerie. Een discussie met Marit schoot mij te binnen. We waren aan het hardlopen dus ik kon alleen knikken en schudden net als nu.
‘Iets voor jou, Irene, rondstappen in kanten broekjes?’ had Marit gevraagd.
Heftig had ik mijn hoofd geschud. Met kanten lingerie had ik niets. Het irriteerde mijn huid.
‘Mannen houden van sexy ondergoed. Je moest eens weten. Misschien is Mark er blij mee,’ zei Juliëtte.
‘Nou, dan gaat Mark passen,’ kaatste Marit terug. Ik vond het toen een leuke grap.
Juliette leegde de bedpan.
‘Weet je wat, ik zal je wassen,’ zei ze. Aan de glimlacht op haar gezicht zag ik dat het iets naars voor mij zou worden. Ze begon aan mij te sjorren. Ik maakte mij zo zwaar mogelijk.
‘Kom, lekker in bad, lekker met de douche, dat moet je lekker vinden,’ zei ze. Haar ogen zwart, de lippen iets uit elkaar. Ineens schoot mij te binnen wat ze van plan was. Het kon niet anders dan dat ze mij wilde aanranden. Ik sloot mijn ogen en liet mijn hoofd achterover vallen, en ontspande al mijn spieren. Alsof ik flauw viel. Met een zwaai gooide ze mij terug op bed. ‘Dan niet, debiel wijf,’zei ze.
Verder bleef de kledingkast dicht. Geen schone nachtpon. Helaas. De schone onderbroek voelde fijn aan. Juliette liet mij achter en ik dacht na. Marit moest eens weten wat zich hier afspeelde. Wanneer kwam zij terug?


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.