Met zachte krachten win je niet

Het is een inmiddels diep geworteld misverstand dat de politiek met meer vrouwen op vitale posities beter zou worden. Vrouwen zouden meer empathie hebben, beter kunnen ‘verbinden’ en minder geneigd zijn over lijken te gaan. Vrouwelijke regeringsleiders als Jacinda Ardern (Nieuw-Zeeland) en Angela Merkel (Duitsland) zijn in sommige kringen uitgegroeid tot idolen. Ook wordt vaak aangevoerd dat een vrouwelijke Donald Trump in geen velden of wegen te bekennen is.

Hoe goed Ardern is, onttrekt zich aan mijn waarneming. Toen een Australische gek een bloedbad aanrichtte onder moslims was zij meteen ter plekke, wist de juiste woorden te vinden en een potentiële crisis te bezweren. Dat is niet niks maar dat alleen maakt je nog niet tot een toppoliticus. Crisismanagement weegt zwaar in het takenpakket maar om te slagen in de politiek komt meer kijken. Het dagelijks bestuur, de afdeling probleem oplossen, zou Ardern minder goed afgaan.

Jacinda Ardern

Je kunt het politieke bedrijf ‘opknippen’ in twee delen: dat van partijpoliticus en bestuurder. Het bestuurlijke deel is daarvan verreweg het belangrijkste. Maar om bestuurder op het hoogste niveau, premier, te kunnen worden moet je een goed partijpoliticus zijn. Je moet lijsttrekker worden en verkiezingen winnen.

Dat is een eerste vereiste. Naast het winnen van verkiezingen, dat wil zeggen een beter resultaat halen dan een voorganger of bij voorgaande verkiezingen, moet een politiek leider ook zijn partij bij elkaar kunnen houden. Hij moet eventuele rivalen aan zich binden en indien nodig de deur uitwerken zonder de steun van de partij te verliezen. Daar gaat veel tijd en energie in zitten want niemand zaagt zo fanatiek aan de stoelpoten van een leider als de partijvrind met ambities. Vijand, aartsvijand, partijgenoot, noemen de Duitsers die oplopende gradaties van rivaliteit en vijandschap.

Hij moet dus hard zijn en om te winnen op zijn minst sympathiek lijken. Geen kiezer brengt zijn stem uit op een figuur die hij niet mag of aan wie hij de pest heeft. Hij moet een ‘biertje met hem willen drinken’. Dat is belangrijker dan het programma. Vandaar ook dat in de Amerikaanse politiek het kussen van baby’s tot corona een essentieel onderdeel van de campagne was. Als je enthousiast een babywangetje weet af te lebberen kun je onmogelijk een schurk zijn. Donald Trump was ook in dit opzicht een uitzondering maar hij heeft smetvrees.

Als de politiek leider dan eindelijk de verkiezingen heeft gewonnen, staat hij voor de keus: regeren of oppositie. Dat speelt niet voor leiders van een getuigenis- of protestpartij. Voor hen is de boodschap belangrijker dan besturen. Het parlement is voornamelijk een podium om die boodschap te verkondigen. Dat ze in praktische zin weinig voor elkaar krijgen is niet van belang. Ze hopen hooguit de stemming in het land te beïnvloeden opdat we groener gaan leven, geen moslim vluchtelingen meer toelaten, uit de EU stappen of naar de juiste, hun, kerk gaan.

Groen Links partijleider Jesse Klaver

De meeste politici willen besturen. Dat kan met meer of minder ambitie. Links wil graag iets veranderen. De samenleving eerlijker, rechtvaardiger en tegenwoordig ook groener maken. Rechts wil dat minder. Daar tref je vaker scepsis aan over de mogelijkheden van de politiek. De keus tussen links en rechts is die tussen verbouwen of klein, en heel soms iets groter, onderhoud. In een coalitie waar regeringen meestal uit bestaan, komt dat vaak neer op een opknapbeurt die links probeert te verkopen als een verbouwing en rechts als noodzakelijk onderhoud.

Dit is een kale, schetsmatige voorstelling van zaken, ontdaan van de ketelmuziek die het doen en laten in de politiek dag in dag uit begeleidt. Die dagelijkse werkelijkheid is veel chaotischer met al die persoonlijke ambities, grote en kleine schandalen, crises, conflicten, incidenten, de onvoorziene gebeurtenissen en het permanente spinnen en framen. Dat slokt zo de aandacht op en vreet zoveel energie dat van grootse plannen meestal weinig terecht komt. Een goede politicus beseft dat. Hij weet dat hij de verwachtingen niet te veel moet opkloppen. Te grote ambities lopen te vaak uit op teleurstellingen die de achterban op den duur van de partij vervreemden. Dat is iets wat links vaker overkomt dan rechts.

PvdA kopstukken Wouter Bos, Hans Spekman en Lodewijk Asscher op verkiezingsavond 2017, de partij verloor 29 zetels.

Dat is het krachtenveld waarin een politicus moet opereren. Maakt het daarin iets uit of je man dan wel vrouw bent? Uiteindelijk moet hij of zij over de eigenschappen en talenten beschikken om in die omgeving te overleven en te floreren. Uit feministische hoek hoor je dan soms dat het ‘te veel een mannenwereld’ is, waar ‘de vrouwelijke eigenschappen niet tot hun recht kunnen komen’. Dat zal best maar het is zoals het is. In deze wereld moet je het doen.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat vrouwen dat niet kunnen. De heldin van veel feministen is het levende bewijs. Angela Merkel heeft zich nooit beroepen op haar vrouwzijn of op die bovengenoemde specifiek vrouwelijke eigenschappen. Merkels partij, de CDU, was en is een apenrots vol alfamannetjes die haar niet voor vol aanzagen. Die onderschatting was de grootste fout die ze konden maken. Merkel was niet alleen intelligenter, sluwer maar ook veel harder en meedogenlozer dan die mannen. Achter dat brave huisvrouwenuiterlijk zonder een grein charisma gaat een koel calculerende machtspoliticus schuil. ‘Mutti’ kon zich alleen 20 jaar aan de top, waarvan 16 jaar op de allerhoogste als bondskanselier, handhaven door beter, harder en gehaaider te zijn dan haar mannelijke concurrenten.

Margaret Thatcher en koningin Beatrix,

Een ander voorbeeld is Margaret Thatcher. Geen feministisch idool, integendeel, maar wel de eerste vrouwelijke regeringsleider in het Westen. Ook zij was in haar partij, the Conservatives, aanvankelijk een outsider. Ook zij moest eerst de apenrots veroveren om uiteindelijk een van de belangrijkste Britse politici van na de oorlog te worden. Anders dan Merkel leed Thatcher wel aan de kwaal van veel mannelijke toppolitici, het onmisbaarheidssyndroom. Ze weigerde te zien dat haar tijd erop zat en moest heftig tegenstribbelend naar de uitgang worden gedragen.

Zowel Thatcher als Merkel moesten hun positie bevechten in rechtse, patriarchale partijen waar voor vrouwen op zijn best de tweede viool klaar lag. Misschien is dat het geheim van hun succes en een les voor ambitieuze dames op links. Thatcher en Merkel moesten opboksen tegen vooroordelen en tegenstanders die alleen met hun eigen wapens te verslaan waren. Empathie, verbinden, en andere zogeheten zachte krachten zijn mooi meegenomen maar bij lange na niet genoeg.

Ook op Trefpunt Azië: De heilstaat China: 1,4 miljard robots uit de partij-paplepel

 
Over Peter van Nuijsenburg 259 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*