Met Chris Ebbe op Java en Bali (6): film

Naar de film

De bioscoop doet niet onder voor Pathé bij ons: ruime ontvangsthal met airco, aangename verlichting, smetteloos witte tegels op de vloer, langs de wand een batterij stalletjes met een variatie aan consumpties.

Geen van de draaiende films spreekt ons aan, wat dat betreft niets nieuws onder de Balinese zon. We kiezen voor de premièrefilm Hunger Games, Mocking Jay Part-1.

Bij het betreden van de bioscoopzaal ben ik verrast. Voor me een zestigtal clubfauteuils, twee aan twee naast elkaar met een kastje ertussen. We vleien ons neer in de zachtleren kussens, een Balinese schone (heette vroeger bij ons een ouvreuse) helpt met het openklappen van de stretchfauteuil en trekt een lade open met de hygiënisch verpakte deken tegen de kou. In het kader van de energieverspilling worden openbare ruimtes verkwistend be-aircood.

De film, Engels gesproken, Indonesisch ondertiteld, begint direct, geen reclamepoespas, geen trailers. Snacks, frisdrank, pizza’s en popcorn worden op bestelling tijdens de film rondgebracht door rondschuifelende bedienden. Een déja vu gevoel overvalt mij.

De film blijkt allerdrakerigst: veel vuur en geknal, een hoop dooien, stapels in puin geschoten gebouwen, een puberale romance, stilzwijgende, zogenaamd diepzinnig kijkende personages, een schimmige plot.

Maar… het moet gezegd: wel heerlijk gedut.

Aalmoes

Bij het strand schuiven we aan bij een groepje pensionado’s, blanda’s en indo’s, die elke dag op dezelfde plek bij elkaar komen. Er wordt gedronken: koffie, thee en mango juice en gegeten: saté babi met pindasaus, nasi en kroepoek. Er wordt gekletst en gelachen, het leven is goed.Achterlangs loopt een vrouw gekleed in een sarong en een slobberend jasje in de kleur vloekend groen. Haar jukbeenderen steken uit, haar wangen zijn ingevallen, haar ogen staan vermoeid. De pensionado’s negeren haar uitgestrekte hand. Ik oordeel niet, misschien komt zij elke dag, misschien hebben zij al gegeven, misschien is zij wel één van de honderd.aalmoes

Een vette Australische toerist met een obese vrouw naast zich schudt zijn hoofd, wuift haar weg. Ik vis een briefje van vijfduizend roepia uit mijn zak. De vrouw kijkt verrast, glimlacht blij, zegt terima kasih, bedankt, loopt achter mij langs en masseert in het voorbijgaan mijn schouders en nek, mompelt een gelukwens. Dit zou niet mogen, niet moeten, zoveel dankbaarheid voor drieëndertig cent, zelfs al is dat voor haar een mooi bedrag.

Kuta, Bali 9 december 2014

 

Hindoes

Getrommel, belgerinkel, blikkerig geratel als gerammel op potten en pannen en een gongslag dringen van buiten door in mijn appartement. Ik loop de waranda op en zie vanaf de eerste verdieping dat de rijweg beneden is bezet. De hindoes vieren vandaag een religieus feest en dat gaat gepaard met veel lawaai door een orkest van wel vijftig man, dat midden op de weg zit.

Mannen gekleed in zwart-wit geblokte sarong, wit overhemd en een witte band om het hoofd staan in groepjes met elkaar te praten, zitten langs de stoeprand, lopen rond. Vrouwen op haar mooist getooid in lange kleurige gewaden met bloemen en linten in de opgestoken haren staan klaar met offerranden, bij sommigen in een mand of kruik balancerend op het hoofd.

Hindoe-ceremonieMidden op de weg, in het heiligdom, staat de draak, lange haren op de flanken, behangen met goud, rode dreigende ogen. Een oranje pajong met blauwe bies en gele franje beschermt het monster tegen de zon. Speren en bamboestokken met banieren pieken omhoog.

Twee mannen staan met ontbloot bovenlijf tegenover elkaar, in elke hand een zwaard, dat zij met de punt in hun eigen oksels duwen. Wijdbeens in hurkzit cirkelen zij om elkaar heen, buigen voorover, wijken terug, dreigen met de zwaarden. Elke beweging wordt begeleid met tromgeroffel en belgerinkel.

Een oude man loopt naar het heiligdom, de mensen wijken eerbiedig terug, de handen samengevouwen tegen de borst. De priester besprenkelt zijn hoofd met gewijd water uit een gouden kalebas. De man drinkt van het water. Een gongslag weerklinkt, het ritueel is ten einde. In een geordende chaos verdwijnt de stoet uit zicht, de offeranden op de weg achterlatend.

Scooters en auto’s, een paard en wagen, een man met een handkar rijden over de resten van de religieuze plechtigheid. De bloemen, de gevlochten mandjes met wierrookstokjes, rijst en gebak, de twijgen met blad en bloesem wederkeren onder de wielen, voeten en hoeven tot stof.

Kuta, Bali 12 december 2014

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 204 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.