Met Chris Ebbe op Java en Bali (5): betjak

Betjak

Ik voel me als een oude koloniaal met mijn lange lijf en naar voren uitstekende knieën in de betjak, het fietskarretje waarmee we door Yogya worden getaxied. ‘Mogen we jullie de hele dag rondrijden’, hadden de betjakrijders gevraagd. We stemmen toe. De mannen zijn blij, zij gaan ruim tien euro verdienen, twee tot drie keer meer dan op een gewone dag.

We rijden naar de Kota Gede waar de zilversmeden zitten en worden afgezet bij een gelikte tent vol vitrines met ringen, oorhangers, armbanden en veel kitsch. Een employee bespringt ons en leidt ons snel door de werkplaats waar een viertal zilversmeden zit te priegelen aan zilveren prullaria waarna wij worden meegenomen naar de koopwaar. De hoge prijzen verbazen me, zelfs met een korting van 10 procent, na aandringen van 20 procent en na doordouwen van 25 procent besluit ik toch niets te kopen.

De betjak is het enige vervoermiddel dat door rood mag rijden, hoppeta zo het kruispunt op, tegen de stroom van scooters in als het moet, voor auto’s langs als het kan, ’s avonds zonder verlichting. Iedereen houdt rekening met de betjakrijder, respect voor de zwoeger, die voor een schamel loon in het zweet zijns aanschijns zijn rijst verdient. De rijder die moet huren verdient met twee à drie vrachtjes per dag te weinig om ooit een eigen betjak te bezitten.

Het heeft wel wat zo’n betjak, iets knus en gezelligs, iets vrijs en ongedwongens, zelfs als we bij een stoplicht worden ingesloten door knetterende, ronkende, dampende scooters, de uitlaatgassen schrijnen in mijn longen. Bij het hotel stap ik uit met het gevoel dat ik een heel pakje Javaanse Jongens heb opgerookt.

Humor in het Kraton

Het Kraton, het paleis van de sultan, wordt nog steeds bewoond door de huidige Sultan van Yogyakarta, Sultan Hamengkoeboewono X, die tevens gouverneur is van het gebied.paleis.sultan.kraton

Bij het betreden van het ommuurde terrein met het paleis en de bijgebouwen moet ik uit respect mijn pet afzetten, een korte broek is ook niet toegestaan. Onze redelijk Nederlands sprekend gids leidt ons rond en dreunt geroutineerd zijn grapjes op.

  • Bij de Gouden Balzaal: hier houdt men het Suikerfeest met de suikeroom;
  • bij de kentongan, een trom waarmee in de dessa en de kampong gewaarschuwd werd voor gevaren als brand, dieven, aardbevingen en wilde dieren: toen tok tok tok, nu mobiel;
  • bij een meisje dat voorbij loopt: manis tanpa gula, zoet zonder suiker;
  • bij het spel met wajangpoppen, begeleid door een gamelanorkest met stoere besnorde trommelaars in sarong, kris in de band op de rug: nu playstatión;
  • bij de stamboom van een voorvaderlijke sultan met vijfenzeventig kinderen (meisjes voorgesteld als bladeren, jongens als vruchten, sic!): toen geen televisie.

Ja ja, het was me lachen in dat Kraton.

Yokyakarta, 4 december 2014

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 204 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.