In Memoriam Femmy Lagerwaard-Fijten (2 sept. 1953 – 20 juli 2017)

We zagen elkaar voor het eerst in Utrecht. Dat was 25 jaar geleden. We zouden boeken gaan maken. Biologieboeken. Voor de middelbare school. Hele mooie boeken. De beste boeken ooit gemaakt.

God, wat hebben we vergaderd. Nadat we de hele dag voor de klas hadden gestaan, kwamen we ’s avonds bij elkaar in een benauwd zaaltje op de Mariaplaats te Utrecht. Elke maand. Vooraf hadden we elkaars teksten gelezen. Teksten, waarop we avond na avond hadden zitten ploeteren. Onze ziel en zaligheid zat erin.

En dan begon Femmy. ‘Ik ga nu iets heel naars zeggen’, zei ze. Een ijspriem die een wak boort in een bevroren stilte. Haar ogen strakblauw onder de blonde pony. ‘Deze tekst is een soort van klote.’

Kapot waren we na zo’n avond. Eén keer kregen we ruzie door de telefoon. Toen heb ik de hoorn op de haak gesmeten. Ze belde gelijk weer op. Om te zeggen, dat het erg onbeschoft was om op die manier een gesprek te beëindigen, waarna zíj de hoorn op de haak smeet.

Femmy ging zich steeds meer op het schrijven richten. Uiteindelijk gaf ze het les geven op en begon een eigen schrijfbedrijf. Het werd een groot succes. Haalde de ene opdracht na de andere binnen. Maakte educatief materiaal voor het tuinbouwonderwijs. Trainde zelfs auteurs. Waarom begon ik ook niet zoiets, zei ze.

Maar ik twijfelde. Ik was Femmy niet. Femmy was op haar eigen manier feministisch. Niet door mannen naar beneden te halen, integendeel, maar juist doordat ze zelf zo veel kwaliteit had. Ik vond haar femministisch, ook al heb ik haar dat nooit gezegd. Ze wist me over te halen ook een schrijfbedrijf te beginnen en ik heb daar nooit spijt van gehad.

Op een dag vertelde ze me dat ze een roman had geschreven: ‘De Strijd tegen het koekoeksjong.’ Of ik het wilde lezen. Ik was stomverbaasd, dat ze opeens fictie was gaan schrijven. Van de harde exacte wetenschap naar de literatuur, het leek mij een onmogelijke stap. Femmy, die nooit iets moest hebben van sprookjes. Die vond dat je kinderen geen Sinterklaasverhalen moest vertellen. En die gaat nu opeens een roman schrijven?

Daarna kwamen meer romans uit: ‘Terug naar Bandung’, ‘Vaarwel Soerabaja’ en op Trefpunt Thailand ‘Mixed Dubbel’. Er kwamen verhalen en verhalenbundels. Femmy was opeens een schrijfster geworden. En ook nu weer vroeg ze waarom ik ook niet zoiets deed.

Ik heb al haar werk gelezen. Zag de opgaande lijn. Drie weken terug stuurde ze me haar laatste roman in wording. Of ik ernaar wilde kijken. Het eerste wat me opviel, was dat ze zoveel persoonlijker was gaan schrijven. Iets wat Maarten ’t Hart ook was opgevallen. Er is ineens veel meer diepte in haar schrijven gekomen. Vorige week mailde ze me daarover: ‘Verdomd…als ik eerder was begonnen met schrijven, dan had ik vast een keer een mooi boek geschreven. Voor mijn volgende leven, onthouden!’

Het doet zeer om zo’n mail te lezen. Femmy wist heel goed, dat er geen volgend leven is. Femmy is van het hiernumaals, niet van het hiernamaals. Zij hield niet van sprookjes.

De tijd dat we hoorns op haken gooien is voorbij. We zeggen ook nooit meer iets naars tegen elkaar. De laatste keer dat ik haar zag, merkte ik dat haar haar nog even blond was, maar dat haar ogen niet meer zo blauw waren. Ze waren grijzer geworden.

Inmiddels zien we elkaar als zielsverwanten. Maar zelfs een zielsverwant kan door haar op het verkeerde been worden gezet. Zoals zij je telkens verrast als lezer van haar verhalen. Aan het eind loopt het toch net even iets anders dan je had verwacht.

Op zondag 16 juli word ik middenin de nacht wakker. Het gevoel bekruipt me dat ze er tussenuit gepiept is. Ik kan niet meer slapen.

Op maandag 17 juli krijg ik een mail van haar. Ik had haar gevraagd of ik haar een exemplaar van ‘Grenzen zijn mensenwerk’ moest toesturen. Ze antwoordt: ‘Ik heb daar nog even niet over nagedacht. Ik doe dat later zelf wel. Oké?’

Ik ben opgelucht. Ze doet het later zelf wel. Later. Er is een later. Maar ik sta op het verkeerde been. Drie dagen later overlijdt ze. De hoorn ligt voor goed van de haak.

Femmy is op donderdag 20 juli overleden aan een longtumor met uitzaaiingen in de lymfeklieren.

 

 

 

André van Leijen, In Memoriam, Femmy Fijten

 

 

André van Leijen
Over André van Leijen 140 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.

3 Comments

  1. Ja, zo was ze. Ik leerde haar kennen via de schrijfopdrachten van het schrijverscafé, waar wij beiden de enthousiastelingen van het eerste uur waren. Beiden zijn beter gaan schrijven, door de feedback die we kregen, en de aanmoedigingen en correcties die we elkaar doorspeelden. Pas toen ze een opdracht reageerde met de woorden “even niet” begreep ik dat er iets mis was… heel eerlijk mailde ze terug dat ze kanker had en dat er niets meer aan te doen was. Ze wist dat ik deze rotziekte ook heb gehad en dat ik ben gaan schrijven omdat ik doodmoe was door al die behandelingen… ik heb het geluk gehad te mogen overleven. Een lieve schrijfvriendin is niet meer…

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*