Het leven van Anna Leonowens aan het hof van koning Mongkut

Tino Kuis, Anna Leonowens, koning Mongkut
Koninklijk paleis Bangkok in periode Mongkut

Anna Leonowens was zes jaar lerares Engels aan het hof van koning Mongkut (1851 – 1868) in Thailand. Zij schreef een boek over haar ervaringen in het paleis en over de Siamese samenleving. De memoires, Anna and the King Of Siam, werden in 1870 uitgegeven. Veel wat later over haar werd verteld en verbeeld in films zoals The King and I en musicals is ontleend aan de geromantiseerde gelijknamige fictie-bestseller van Margaret Landon (uitgegeven in 1941.)

Anna Leonowens werd geboren als Anna Edwards op 15 maart 1829 in Bombay, Brits-India. Na een periode in Engeland keerde ze in 1849 naar India terug waar ze Thomas Leon Owens (later Leonowens) huwde. Ze kregen vier kinderen waarvan er twee op jonge leeftijd stierven. Na een tijdje in Australië gewoond te hebben verhuisden ze naar Maleisië waar Thomas stierf. Ze gaf daarna les in Singapore en tussen 1862 en 1867 was ze aan het hof in Bangkok. Later verhuisde ze naar Amerika waar ze bekend werd als feministe en suffragette. Anna overleed in Canada op 19 januari 1915.

Koning Mongkut

Na het overlijden van koning Mongkut in 1868 en de troonsbestijging van zijn 15-jarige zoon en haar ijverige leerling, Chulalongkorn, correspondeerde ze nog een tijdje met hem. Ze ontmoetten in elkaar in 1897 in Londen. Chulalongkorn verweet haar een verkeerd beeld te hebben gegeven van zijn vader. Maar er staat wel dankbrief van hem in zijn handschrift, uit maart 1869, in het boek.

Tino Kuis, Chulalongkorn, Shan opstand, kolonisatie
Louis Leonowens, zoon van de schrijfster, officier in Thaise leger

De zoon van Anna, Louis T. Leonowens keerde op latere leeftijd naar Thailand terug waar hij als  kapitein diende in het leger en een bedrijf oprichtte dat nog steeds bestaat: Louis T. Leonowens & Co. Ltd. Zijn vervallen huis in Lampang wordt nu gerestaureerd. Hij overleed aan de Spaanse griep in 1919.

Hoofdstuk XIII uit Anna and the king of Siam

‘Wilt u me leren tekenen?’ zei een onweerstaanbare stem toen ik op een middag  in het klaslokaal aan een tafel zat. ‘Het is zoveel prettiger bij u te zitten dan in mijn Sanskriet-klas. Mijn Sanskriet lerares is niet zoals mijn Engelse lerares: zij buigt mijn handen pijnlijk om als ik een fout maak. Ik houd niet van Sanskriet, ik houd van Engels. Er zijn zoveel mooie afbeeldingen in uw boeken. Wilt u me meenemen naar Engeland, Mam chaa?’ smeekte de innemende babbelaarster.

‘Ik ben bang dat Zijne Majesteit jou niet met mij zal laten meegaan’, antwoordde ik.

‘O ja, dat vindt hij wel goed’, zei het kind met een glimlachend vertrouwen. ‘Hij laat me alles doen wat ik wil.  U weet dat ik Somdej Chao Fa-Ying ben, hij houdt het meest van mij en laat me zeker  gaan’.

Tino Kuis, Koning Mongkut
Koning Rama IV, Koning Mongkut

‘Ik ben blij dat te horen’, zei ik, ‘en blij te horen dat je van Engels en tekenen houdt. Kom, laten we Zijne Majesteit gaan vragen of je mag leren tekenen in plaats van Sanskriet leren’.

Met glinsterende ogen en een gelukkige glimlach sprong ze van mijn schoot, greep mijn hand en zei gretig: ‘O ja, laten we nu gaan!’ We gingen en ons verzoek werd ingewilligd.

Als ik samen met mijn lieve, slimme prinsesje iedere dag  tekende terwijl haar broeders en zusters hun Sanskriet lessen deden, leek mijn werk meer op vermaak.  Terwijl haar grote vragende ogen op mij waren gericht voerde ik haar uit het schaduw-land van mythen naar het land van Jezus Christus. ‘De wijsheid van deze wereld is als dwaasheid voor God’, en ik voelde dat dit kind, niet gedoopt en gezegend,  dichter stond bij haar Vader in de hemel dan bij haar vader op deze aarde.

De opgaande zon schitterde als  zilver op  de trage golfslag van de rivier waar boten met hun marktwaren langzaam voorbijgleden. Monniken in gele gewaden liepen stil langs de gelovigen die hun aalmoezen gaven om hun verdiensten te verbeteren  zonder verzoek of dank.  Slaven renden heen en weer om hun verschillende opdrachten uit te voeren. Gelovigen verzamelden zich voor de poorten van de tempels en de pagodes  terwijl het geluid van belletjes zacht klonk in een voorbijgaand briesje.

Terwijl Boy en ik vanuit onze veranda dit vreemd-pittoreske beeld aanschouwden zagen we een koninklijke boot bemand door slaven op ons afkomen. De boot landde en de slaven renden naar ons toe. ‘Mevrouw’, riepen ze, ‘er is cholera in het paleis! Drie slaven liggen al dood in het hof van de prinsessen. Hare Hoogheid Somdej Chao Fa-Ying werd er deze morgen door getroffen. Kom snel! Zij vraagt naar u’. En zij gaven mij een papiertje, het was van Zijne Majesteit.

De brief van koning Mongkut

Tino Kuis, Anna Leonowens, koning Mongkut
Anna, de gouvernante

Geachte Mevrouw,

Onze meest geliefde dochter, uw favoriete leerling, is aangevallen door de cholera en heeft een vurig verlangen u te zien. Zij spreekt voortdurend uw naam. Ik smeek u haar wens in te willigen. Ik vrees dat haar ziekte dodelijk is, want er waren deze morgen al drie overledenen. Zij is de meest geliefde van mijn kinderen.

Uw diep bedroefde vriend,

S.S.P.P. Maha Mongkut

In een ogenblik was ik in mijn boot. Ik smeekte, vleide en schold op de roeiers. Hoe langzaam roeiden ze! Hoe sterk was de tegenstroom! En toen we de poorten bereikten werden we zo traag binnengelaten! Mijn ongeduld was fel. Toen ik eindelijk voor de deur stond van Fa-Ying’s kamer was het te laat.  Ook dokter Campbell van het Britse Consulaat kwam te laat.

Er was geen reden meer de kreet van ‘Phra Arahant’ te herhalen in het oor van een doof kind. Zij kende haar  weg naar de  Hemel, zij was al opgestegen naar de eeuwige tedere armen van haar Phra Jesus van wie ze, in haar kinderlijke verwondering en vurigheid, placht te zeggen:  Mam chaa, chan rak Phra Jesus mâk’. (Lieve  Mam, ik houd veel van de Here Jesus).

Ik boog me voorover om het gezichtje te zoenen van haar die zo eerlijk en echt tegen mij was geweest. De familieleden en de slaven  barstten uit in hartverscheurende kreten. Een hofdienaar bracht mij naar de koning die de droeve boodschap aflas uit mijn zwijgen. Hij bedekte zijn gelaat met zijn handen en huilde hartstochtelijk. Vreemd en verschrikkelijk waren de tranen van deze man, opwellend uit een hart waar alle natuurlijke gevoelens leken te zijn verdwenen. Bitter beweende hij het verlies van zijn lieveling met tedere, aandoenlijke woorden zoals een liefhebbende Christelijke moeder die zou gebruiken. Wat kon ik zeggen?  Wat kon ik meer doen dan samen met hem tranen vergieten en stilletjes  verdwijnen?

Koning Mongkut’s rondzendbrief

Tino Kuis, Anna Leonowens, koning Mongkut
Vader en zoon

‘Hierbij geeft Zijne Majesteit Somdej Phra Paramendr Maha Mongkut, de regerende Opperste Vorst van Siam, genadelijk te kennen dat Hare Koninklijke Hoogheid, Prinses Somdej Chao Faa Chandrmondol Sobhon Baghiawatti is overleden Zij was de  meest liefhebbende en meest geliefde negende dochter en zestiende kind bij Zijn Majesteit’s wijlen koningin Rambery Bhamarabhimary die overleed in het jaar 1861. Beiden, moeder en dochter, waren bekend bij de vele buitenlandse vrienden van Zijne Majesteit. Aan alle buitenlandse vrienden van Zijne Majesteit, wonend of handeldrijvend in Siam, of in Singapore, Malacca, Pinang, Ceylon, Batavia, Saigon  Macao, Hongkong en de verschillende regio’s in China, Europa en Amerika &  & …

Haar Hemelse Koninklijke Hoogheid geboren op 24 april 1855 groeide op onder de gelukkige omstandigheden van haar gewaardeerd koninklijk leven omringd door de zorg van haar koninklijke ouders en haar drie oudere en jongere  broers, en na het hiervoor genoemde overlijden van haar moeder was zij dag en nacht in het gezelschap van haar koninklijke vader. Alle eigendommen van wijlen haar moeder, voor zover geschikt voor een vrouw, ontving zij als de meest rechtmatige erfgenaam.

Tino Kuis, Anna Leonowens, koning Mongkut
Koninklijk paleis nu, toeristische trekpleister

Zij groeide op tot de leeftijd van acht jaar en twintig dagen. Tijdens de uitvaart van wijlen haar oudere halfbroer van 11 tot 13 mei vergezelde zij haar koninklijk  geëerde vader en haar koninklijke broers en zusters in de diverse ceremoniën. Op de avond van die laatste dag toen zij om 10 uur terugkeerde van de koninklijke crematie plaats naar het koninklijk paleis leek ze gelukkig  maar helaas! bij haar aankomst in het koninklijk paleis werd ze getroffen door een heftige en vreselijke aanval van cholera en haar toestand verslechterde snel, al voor de aankomst van de ontboden artsen. Zij was zo ziek dat geen enkele behandeling hielp, ook niet de chlorodine die dokter James Campbell van het Britse Consulaat toediende. Ze overleed om 4 uur ’s middags op 14 mei terwijl de as van de overblijfselen van haar koninklijke halfboer nog smeulde. (…..)

De plotselinge dood van de meest liefhebbende en betreurde dochter bezorgde haar koninklijke vader meer verdriet en spijt dan de verschillende andere sterfgevallen  omdat deze geliefde dochter bijna helemaal werd opgevoed door de handen van Zijne Majesteit zelf, vanaf haar tedere leeftijd van 4 maanden. Hij droeg haar, nam haar bij de hand en plaatste haar naast hem waar hij ook ging.  Hij voedde haar zelf met melk van haar baker, soms met melk van een koe of een geit, geschonken in een kopje en gevoed met een lepeltje. Deze koninklijke dochter was even intiem met haar vader als met haar kindermeisjes.

Toen ze net 6 maanden oud was nam Zijne Majesteit haar mee naar Ayutthaya voor zaken, later zat ze op zijn schoot tijdens het ontbijt, de lunch en het diner  Hij voedde haar bijna elke dag behalve als ze verkouden was, tot de laatste dag van haar leven. Zij vergezelde Zijne Majesteit waar hij ook heen ging, in de draagstoel, in het rijtuig en in de koninklijke boot. (……)

Ze was wel onderwezen in de Siamese literatuur, die ze op haar derde begon te leren. Het afgelopen jaar bezocht ze de Engelse School waar haar lerares Lady L—-zag dat ze meer bekwaam was dan de andere koninklijke kinderen en zij sprak het Engels op een duidelijke en bedreven manier wat de lerares buitengewoon beviel. De lerares was zeer verdrietig over het verlies van haar geliefde leerling en huilde veel.
Maar helaas! Haar leven was heel kort. Ze was maar acht jaar en twintig dagen oud, gerekend vanaf haar geboortedag en geboorteuur leefde ze in deze wereld 2942 dagen en 18 uur. Maar het is bekend dat de natuur van mens is als de vlam van een kaars in de open lucht zonder enige bescherming, en zo weten we dat het pad van mensen kort of lang is en dat het pad niet voorspeld kan worden. Helaas!

Het Koninklijk Paleis, Bangkok, 16 mei, Anno Christi 1863

Ceremonie

In de rest van het  hoofdstuk beschrijft Anna een ceremonie waarin de koning haar bedankt, haar de titel verleend van ‘Chow Khoon Crue Yai’ met de gift van een stuk land en boeren in Lopburi/ Saraburi.  Dat nam ze nooit aan en liet het over aan ‘de mensen daar, de tijgers, olifanten, neushoorns, wilde beren  en apen’.

Noten

Fa-Ying (letterlijk hemel-vrouw)  betekent ‘Engel’
Mam chaa, Mam is natuurlijk Madam, en chaa จ๋า chǎa een eindwoordje dat ‘ja?’  betekent maar ook een liefkozend, ‘schat, liefje’
Anna noemde haar zoon Louis in het boek vaak ‘Boy’.
De titel ‘Çhow Khoon Crue Yai’ betekent waarschijnlijk ‘Jonkvrouw Hoofdlerares’ ,  zoiets. Chao Khun is een adelijke titel, Crue is Khru, leraar’ en Yai is ‘groot’.

Bron

Anna Harriette Leonowens, Anna and the King of Siam, Recollections of six years in the Royal Palace at Bangkok, London, 1870.

Foto’s: Wikipedia, archief Trefpunt

Vertaling en selectie uit Anna and the King of Siam: Tino Kuis

Tino Kuis
Over Tino Kuis 125 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

1 Comment

  1. Leuk verhaal! Al wordt niet echt duidelijk wat haar persoonlijkheid was. Naar prinses Fáayǐng toe zien we warmte maar haar eigen zoon noemt ze boy, niet eens ‘my dear boy’ o.i.d. Mogelijk missen we een stukje uitleg van haar kant hoe zo’n naam zo gegroeid is of heeft het verlies van haar 2 kinderen er iets mee te maken. Al kan ik me eigenlijk niet voorstellen dat zelfs als je twee meest geliefde kinderen/familie sterven dit je houding naar de anderen toe ernstig doet verkoelen.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.