Eén meme verschil maakt Nederland en België

Twee manieren om de natuur te beleven

André van Leijen, Westerschelde, Natuurbeleving

Foto Flickriver.com

 

‘Dat hier mensen wonen’, zegt Linda.

Voorzichtig manoeuvreer ik onze Volkswagen Polo over de met klei besmeurde weggetjes. Een enkel huis bevestigt het vermoeden van mijn vrouw. Er wonen hier mensen. Een blauw bord kondigt zelfs een dorp aan: Emmadorp. Het woord dorp is wat overdreven. Een verzameling huisjes is het, meer niet.

‘Hier moet het ergens zijn’, zegt mijn vrouw. Nu onze Tom Tom in de veronderstelling verkeert dat wij als tractor de plaatselijke weilanden doorkruisen, zijn haar aanwijzingen mijn enige baken.

‘Hier?’ De weg loopt dood tegen een dijk die ons het verdere zicht ontneemt. Daarachter moet het eind van de Westerschelde liggen, weten we. En als dat niet zo is, dan kan het niet anders dat daar het begin van de Schelde ligt. Wat komen we in godsnaam doen op deze verlaten plek in het uiterste noordoosten van Zeeuws-Vlaanderen?

Voordat we tegen de dijk dreigen te rijden, maakt de weg een bocht naar links. Even later draaien we het parkeerterrein op van een bezoekerscentrum. Twee euro vraagt het centrum voor uitleg wat aan de andere kant van de dijk te zien is.

André van Leijen, Westerschelde, Natuurbeleving

Er wordt verteld dat tussen de dijk en de Westerschelde het Verdronken Land van Saeftinghe ligt. Dat het eeen vruchtbare polder was, omringd door een dijk. Dat er dorpen lagen met kerken. Er was zelfs een slot. Dat Saeftinghe van belang was omdat het toegang van scheepvaart over de Schelde naar Antwerpen controleerde. Maar dat diezelfde strategische ligging het gebied fataal werd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog staken soldaten de dijken door, zodat Saeftinghe niet in handen kwam van de Spanjaarden.

De hele rataplan ging kopje onder. Sindsdien is het een eldorado voor planten en dieren: zeeaster, schijnspurrie, lepelblad, schorszijdebij, tureluur, blauwe kiekendief, zelfs zeehonden. De grootste brakwaterschor van Europa.

Natuurbeleving in de modder

‘Betreden op eigen risico’, waarschuwt een bordje aan de andere kant van de dijk. Niet zonder reden, want het gebied komt tweemaal daags onder water te staan. Als je niet op tijd weg bent, moet je zes uur wachten voor je eruit kan.

We hebben onze laarzen aangetrokken en baggeren door de schorren en slikken. In de verte varen containerschepen op en neer over de Westerschelde. Maersk staat op containers. Linda glijdt soms een diepe geul in, om een foto van een plantje te maken: zeeaster, schorrenzoutgras, zilte rus…

André van Leijen, Westerschelde, Natuurbeleving

Verder op lopen groepjes kinderen onder begeleiding door de geulen. Ze hebben lange stokken, waarmee ze de diepte van de modder peilen. Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat ik hier als student biologie onderzoek deed. Dat we soms tot over onze knieën in de modder wegzakten. Dat die ene student vast kwam te zitten. Hoe we hem met zijn allen uit de blubber wisten te krijgen door hem uit zijn laarzen te trekken. Die laarzen moeten hier nog ergens liggen. Nu kost het me moeite om over de kleinste greppels te springen. Linda neemt intussen foto’s: schijnspurrie, melkkruid, kweldergras…

Wanneer we terug zijn bij het bezoekerscentrum, zijn ook de kinderen aangekomen. Ik schat ze dat ze ongeveer tien jaar zijn. De jongens en meisjes zitten van top tot teen onder de modder. Sommigen hebben zich midden op het parkeerterrein tot op hun onderbroek uitgekleed. Anderen zijn druk bezig hun laarzen af te borstelen onder de kranen naast het bezoekerscentrum. Kleren, laarzen en stokken liggen in wanorde over het parkeerterrein.

Tussen Nederland en België

Vanaf het Verdronken Land van Saeftinghe rijden we verder Zeeuws-Vlaanderen in, in de richting van natuurpark ‘Het Zwin’, net over de grens met België. Het voelt anders hier in deze uithoek van Nederland. Eigenlijk is het meer Vlaanderen dan Zeeuws. Alsof de patronen van de Nederlandse cultuur (memen noemt bioloog Richard Dawkins dat) de Westerschelde niet weten te passeren. Grote Rivieren hebben toch al de neiging om gemeenschappen te splijten.

André van Leijen, Westerschelde, Natuurbeleving

De Congorivier bijvoorbeeld splijt de daar levende chimpansees. De rivier is zo breed dat geen chimpansee het waagt hem oversteken. Het gevolg is dat er aan de ene kant van de rivier in de loop van de tijd andere chimpansees zijn ontstaan dan aan de andere kant. Ten noorden van de Congorivier leven de Gewone Chimpansees, ten zuiden de Bonobo’s. Twee totaal verschillende soorten. Dat zal bij ons niet gebeuren. We hebben veerponten, spoorbruggen en de Westerscheldetunnel. Bij de chimpansees gaat het om genen, bij ons alleen maar om memen.

Belevingspunten in het Zwin

De toegangsweg naar het Zwin is net zo smal, eenzaam en modderig als de weg naar Saeftinghe. En ook hier eindigt de weg tegen een dijk.

Oorspronkelijk was het Zwin een zeearm, die Brugge met de Noordzee verbond. Maar de zeearm verzandde. Uiteindelijk bleef een ondiepe zandgeul over met daarachter een slufter. En net als Saeftinghe is dat een natuurgebied geworden met vrijwel dezelfde planten en dieren.

Wanneer we het parkeerterrein oprijden, worden we tegengehouden door een slagboom. Vijf euro moeten we betalen. Dat is om het autogebruik tegen te gaan, staat op de site van het natuurpark. Aan de andere kant van de slagboom ligt een groot parkeerterrein, dat vrijwel volledig bezet is met auto’s. We vinden een plekje net buiten de slagboom.

André van Leijen, Westerschelde, Natuurbeleving

Voor ons rijst een immens gebouw op: het bezoekerscentrum. ‘Ontworpen om zo efficiënt mogelijk om te springen met materialen, water en energie’, meldt de website. Dat is mooi, maar waarom zo groot? En waarom moeten we 12 euro betalen? Het gebouw herbergt een restaurant, een winkel en een tentoonstellingsruimte. De tentoonstelling staat vol met vernuftige elektronica.

Waar kan ik de natuur vinden?

Over de vogeltrek gaat het. Kinderen zijn druk in de weer met vluchtsimulators. Op een andere plek staan twee meisjes voor een groot scherm en bootsen de vleugelslag van een gans na. Een jongetje laat met de warmte van zijn handen een computergestuurd ei uitkomen. Indrukwekkend inderdaad. Maar waar kan ik de natuur vinden? Ik vraag het een beambte in een mantelpakje. Ze wijst op twee klapdeuren. Daarachter ligt de natuur.

We volgen het Huttenparcours. Het is een pad dat langs diverse belevingspunten leidt, meldt de website van het natuurpark. In het zoetwaterbelevingpunt staat een microscoop opgesteld met een groot scherm, waarop je libellenlarven, ruggenzwemmertjes, kokerjuffers kunt zien, die in een nabijgelegen vijver zijn opgevist. Vanuit een ander belevingspunt kun je naar de vogels kijken, die in de slufter leven. Buiten staat in grote letters geschreven welke vogels dat zijn: rose grutto,  bergeend, kluut… het lijkt op de menukaart van een snackbar. Binnen hangen flatscreens, waarop beurtelings de snacks voorbijkomen: broodje rose grutto, broodje bergeendpaté, broodje kluut met brie…

En waar je ook loopt in het natuurpark, zie je het immense gebouw van het bezoekerscentrum. Het ultieme belevingspunt. ‘Nergens kom je zo dichtbij de natuur’, ronkt de website van het natuurpark.

Geef mij maar modder, mijn belevingspunt.

 

 

Meer weten?

https://www.hetzeeuwselandschap.nl/natuurgebieden/verdronken-land-van-saeftinghe

http://www.zwin.be/nl/praktische-info

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

4 Reacties

  1. André,
    Je verhaal over de rivier De Congo die er voor zorgt dat er twee verschillende soorten chimpansees leven aan verschillende kanten van de rivier, deed mij denken aan de Grand Canyon. Zo’n canyon heeft soms de zelfde rol als een rivier. Er leven aan de twee kanten van de GC twee verschillende soorten eekhoorns die volgens mijn info inmiddels ook geen contacten meer met elkaar hebben.

    groeten,
    Hans

    • Dat klopt, Hans. Grote rivieren, canyons, bergruggen etc. vormen geografische barrières, waardoor populaties van elkaar gescheiden raken. Doordat er geen genetische uitwisseling meer mogelijk is, leidt dat uiteindelijk soortsvorming. Dat zal bij de verschillende soorten eekhoorns aan weerszijden van de Grand Canyon ook het geval zijn. Mooi, dat je dat voorbeeld erbij haalt.

      André van Leijen
  2. Bedankt voor deze aanvulling, Alphonse. Weet je ook waardoor Hulsterloo van de kaart is verdwenen? Ik kan dat zelf nergens vinden. Opgegaan in Nieuw-Namen misschien?

    André van Leijen
  3. Mooie situering van het Verdronken Land van Saeftinghe. Ter afronding wil ik er nog een wetenswaardigheid voor de literaire fijnproevers aan toevoegen.
    Madoc, de schrijver van het middeleeuwse topwerk ‘Van den vos Reynaerde’ -zo’n beetje de Quentin Tarantino van de Middelnederlandse literatuur – situeert zijn verhaal in ‘een dorp in het oosten van Vlaanderen, dat Hulsterlo heet’, intussen dus een verdwenen plaats.
    Daar ligt ook de onbestaande schat van Reinaert begraven, op een plek niet ver ten zuidwesten van Hulsterlo, namelijk Kriekeputte.
    Het gebied behelst het huidige Nieuw-Namen, Hulst, Kieldorp.
    Maar het hele epos speelt zich op meer plaatsen in het Vlaamse Waasland af.
    De ‘Reinaert’ is in de 13de eeuw geschreven door genoemde Madoc en is een verheerlijking van de eerste maffioso van Vlaanderen, nl. Reinaert de Vos, opererend in een gewetenloze, huichelachtige en doortrapte samenleving.
    Het is een indrukwekkend werk, geen clichés of bombast, maar gebouwd op personages en hun driften. Alle redelijkheid is zoek.
    Het zit vol onverwachte wendingen en uitbarstingen van personages, waardoor geweld, moord en verkrachting des te schokkender overkomen.
    Tijden veranderen maar de aard van het beestje blijft bestaan.

    Alphonse

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)