Mei 1968: het jaar waarin het oproer kraaide

 

Mei 1968: het jaar waarin het oproer kraaide

Gevraagd naar de betekenis van de Franse Revolutie van 1789 zou de Chinese premier Tjsoe Enlai ruim 150 jaar na dato hebben geantwoord dat het nog te vroeg was om dat te kunnen beoordelen. Het is niet zeker of Tsjoe het ooit gezegd heeft maar dat deed niets af aan de bijna mythische status van die uitspraak. Het werd ooit beschouwd als een uiting van een ongeëvenaard inzicht in historische processen en is inmiddels een cliché geworden, een tegeltjeswijsheid dat te pas en onpas uit de kast wordt gehaald. Zou het ook van toepassing zijn op het oproer dat in mei 1968 in Parijs in volle hevigheid losbarstte maar ook in de rest van de wereld de rebelse kop opstak?

De afgelopen dagen is er weer flink beschouwd en herinnerd. Hier en daar zwelgden de helden en heldinnen van weleer in hun herinneringen aan wat de spannendste tijd van hun leven moet zijn geweest. Maar of ‘Mei 68’ een grote breuk met het verleden was, een echte revolutie, daar lopen de meningen over uiteen.

Rookbommen

Het verschilde ook per land. In Frankrijk en Duitsland was de breuk ongetwijfeld groter dan in de polder waar het oproer trouwens al eerder kraaide. Op zijn Nederlands, dus onschuldiger. Niettemin, met de opkomst van provo, de ‘anarchistiese’ rebellenclub van Roel van Duyn, en de rookbommen bij het Huwelijk (van prinses Beatrix met Claus von Amsberg) en de bestorming van het Telegraafgebouw door woedende arbeiders in 1966 was Nederland toch mooi gidsland.

‘Mei 68’ was in de eerste plaats iets van en voor de jeugd. Het was een opstand tegen de versuffing, de regenten, koningshuis, ouders, leerkrachten, eigenlijk iedereen boven de 40. De drie-eenheid seks, drugs en rock&roll geeft goed weer wat er aan de hand was. Het was de ontsnapping aan de jaren 50 met zijn seks met het licht uit, advocaatje met slagroom en de meligheid van het komisch duo Snip en Snap. Het was één grote voorjaarschoonmaak met Dolle Mina (baas in eigen buik!), satire op de tv en, misschien nog wel het belangrijkste, de grote doorbraak van Johan Cruijff.

Ontzuiling

Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Politieke vakman
Foto: WUBZZ

Politiek en sociaal-cultureel waren de jaren zestig vooral de jaren van de ontzuiling en de emancipatie van ongeveer iedereen op ongeveer alle fronten. De journalist Henk Hofland noemde het ‘de dekolonisatie van het dagelijkse leven’ en dat typeert perfect wat er gebeurde. Meneer pastoor, de dominee, de sociaaldemocratische bons, en in mindere mate want minder autoritair, de liberale notabel, moesten hun vanzelfsprekende gezag inleveren. De onderdaan werd burger, de boven hem gestelde was niet langer automatisch onaantastbaar.

Dat ging natuurlijk niet allemaal zonder slag en stoot, maar terugblikkend valt toch vooral op dat het redelijk vreedzaam is verlopen. Bij een concert van de Rolling Stones liep het een keer stevig uit de hand en werd het Kurhaus in Scheveningen bijna afgebroken. Soms werd een demonstratie tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam door de politie uiteen geknuppeld. Of hangjongeren door mariniers uit de hal van het CS in Amsterdam geramd. Maar het bleef op zijn Hollands, zelden bloed aan de paal, en het leidde niet tot de terreur van de Rote Armee Fraktion in Duitsland en de Rode Brigades in Italië. Rimpelingen in de dorpsvijver, meer was het meestal niet.

Traditionele politiek

Politiek waren de veranderingen vermoedelijk nog het meest ingrijpend, maar je kunt erover strijden of dat begon met ’68’ of al eerder in gang was gezet. Hoe dan ook, de ontzuiling betekende het einde van de traditionele politiek. De gevestigde partijen verloren grote delen van hun aanhang, kregen concurrentie van nieuwe partijen zoals D66 die het ‘bestel wilde opblazen’ en moesten opeens ook een andere jas aantrekken. De confessionele Grote Drie,  KVP, ARP en CHU, gingen vanaf 1980 verder als CDA.

Hoe diep die veranderingen uiteindelijk zijn, kun je je trouwens in gemoede afvragen. De polder bleef ondanks gesputter de polder, er werd soms wel gemorreld aan de compromismodel en het eeuwige streven naar consensus, maar de grote dijkdoorbraak is niettemin uitgebleven. Uiteindelijk werden er toch aan onderhandelingstafels steeds weer compromissen in elkaar geknutseld. Je moet oppassen met begrippen als ‘volksaard’ maar kennelijk ligt het op de spits drijven van tegenstellingen ons niet zo. Altijd is er wel de neiging, misschien zelfs de behoefte, om tot een vergelijk te komen. Mogen we niet over klagen, trouwens. We zijn er door de bank genomen wel bij gevaren.

Mei 1968

Mei 1968: toen het oproer kraaideBij het balans opmaken waarmee zo’n herdenkingsjaar onvermijdelijk gepaard gaat, ontkomen we niet aan ons eigen Tsjoe Enlai-moment. Kunnen we al vaststellen wat ’mei 68’ behalve de niet weg te poetsen veranderingen/verbeteringen qua seks, emancipatie van de vrouw, beter begrip voor minderheden en in het algemeen meer mondigheid en openheid heeft opgeleverd? Is het meer dan een sociaal-culturele omslag en een ander, nieuw, ‘lekkerder’ levensgevoel?

Een revolutie in de sociaal-economische verhoudingen was het zeker niet. Het kapitalisme werd niet verslagen en heeft zich ondanks regelmatige crises en excessen steeds weer bij de eigen haren overeind getrokken. Het gaat nu voornamelijk om de vraag, hoe houden we het beest in toom en pakken we de digitalisering en robotisering aan. Het systeem staat voortdurend ter discussie, en terecht, maar allang niet meer op het spel. Er is domweg geen alternatief.

Erfenis

Heel erg duidelijk en overzichtelijk is de erfenis van ’68’ dus niet. Van het opstandige gekraai is in veel opzichten niet veel meer dan wat gekakel overgebleven. Het is geen 1989 dat met de Val van de Muur echt een nieuw tijdperk inluidde. Een grote, te veel geromantiseerde happening, daar lijkt het misschien nog het meest op.

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 177 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*