Vietnamese volksverhaaltjes (18, slot)

Vietnamese Volksverhaaltjes, Erik Kuijpers, Vietnam, meer

 

Het meer dat in één nacht ontstaat

De dochter van de koning heet Tien Dung en dat betekent zo mooi als een toverfee.

Grote donkere ogen, een huid als paarlemoer en haar gelaatstrekken zo fijn dat de mensen denken dat er een fee geland is. Er zijn kandidaten genoeg voor haar onder de prinsen in naburige koninkrijken maar zijn ze knap of lelijk, zonen van vorsten of van rijke boeren, Tien Dung wijst ze allemaal af.

Nee, zeilen, dat is haar hobby. Ieder voorjaar weer vraagt ze haar vader toestemming te gaan zeilen op de zee naast het land Van Lang en ze komt pas terug als in het najaar de vogeltrek begint.

De vorst kan haar vraag niet weigeren en geeft haar een zeilboot en een groep soldaten mee. Hij hoopt dat ze toch eens zal besluiten te trouwen om de macht van hun dynastie uit te breiden. Maar hij is ook trots dat zijn dochter graag bij hem blijft.

De naakte jongeman

Dan leggen ze aan nabij een mooi dorp. Ze loopt over het strand en besluit te gaan baden. Haar bediendes zetten een grote strandtent op van zijde en ze begint te badderen. Dan hoort ze iets achter zich!

Achter een rietpluim ontwaart ze een jongeman die bijna geheel naakt is. Ze denkt een moment haar soldaten te roepen maar vindt de aanblik van de verwarde jongeman ook wel leuk. En hij is nog knap ook!

Dan doet de jongen zijn verhaal.

‘Prinses, ik heet Chu Dong Tu. Mijn vader en ik woonden in die hut daar en leefden van de visvangst. Wij waren arm maar klaagden niet; we hadden een dak boven ons hoofd en genoeg te eten. Maar dan, als we op zee zijn, brandt onze hut af met al onze bezittingen.’

‘We hadden niet meer over dan één lendedoek voor ons twee samen. Die droegen we om beurten om op de markt vis te verkopen. Maar vader vatte kou en stierf aan een longontsteking. Hij wilde dat ik de doek hield maar ik heb hem er in begraven.’

‘Sinds die tijd blijf ik overdag in het water om vis te vangen en te verkopen aan passerende boten en pas als het donker is ga ik naar mijn hut. Ik verdien te weinig om kleren te kopen.’

‘Ik zag uw boot komen en verstopte me hier maar net hier zet u uw tent op.’

Het geschenk van de goden

De prinses is onder de indruk. ‘Je hoeft je niet te schamen. En ik beschouw deze ontmoeting als een teken van de hemel en ga dus met je trouwen. Jij wordt mijn man.’

Tot schrik van haar gevolg neemt ze de man aan boord en kleedt hem aan met het mooiste gewaad. Een feest wordt voorbereid. Ze wimpelt alle bezwaren van Chu Dong Tu af. Die nacht is het trouwfeest op de boot.

De koning is razend. ‘Hoe kan ze zich zo verlagen met een pauper? Ze moet respect hebben voor de status van haar familie. Deze belediging zal ik niet vergeten en als ze opdaagt dan hak ik haar hoofd af.’

Tien Dung en Chu Dong Tu besluiten zich ter plaatse te vestigen. Ze bekwamen zich in de handel en krijgen een goed lopend bedrijf dat winst maakt.

Vietnamese Volksverhaaltjes, Erik Kuijpers, Vietnam, meer

De monnik en het Ware….

Als Chu Dong Tu op een eiland de benen strekt ontmoet hij de monnik Phat Quang, het licht van Boeddha.

‘Ik heb lang op je gewacht, Chu Dong Tu,’ Hij geeft aan opdracht te hebben hem alles te leren. Een jaar lang blijft hij op dat eiland tot hij de boot neemt naar huis. De monnik Phat Quang geeft hem een kegelvormige hoed en een staf. ‘Hou die altijd bij je’ zegt hij.

Eenmaal thuis overtuigt hij zijn vrouw van de woorden van de monnik en tot afgrijzen van het dorp verlaten beiden hun mooie huis, bedrijf en alle spullen. Ze gaan op reis op zoek naar het Ware….. Ze nemen niet meer mee dan de geschenken van de monnik.

Vermoeid na een dag lopen en in verlaten gebied blijven ze slapen. Ze zetten de staf in de grond, de kegelvormige hoed er op, en leggen zich te rusten.

Dan, ineens, schudt de aarde en dat maakt hen wakker.

Ze liggen in een mooi houten bed met gordijnen van zijde; hun kleren zijn van zijde met goud en juwelen, er staan muren van een paleis om hen heen. Op het balkon zien ze dat waar eerst een stoffig pad lag nu een bruisende stad staat met huizen, markt en legerplaats.

Er loopt een rivier langs, er zijn wachtposten en ze hebben een rij bediendes tot hun beschikking.

‘Waar zijn we?’ vraagt prinses Tien Dung.

‘Dit is uw koninkrijk, prinses’. Dan komt een hoge mandarijn binnen en legt de rijkdom van het koninkrijk uit: goud en zilver, juwelen, voorraden en wapens, soldaten en bediendes.

Papa is boos…..

De koning is nu twee keer zo boos als toen. ‘Rebellie’ roept hij en stuurt zijn beste leger naar de stad. ‘Breng me hun hoofden en ik zal jullie overdekken met goud!’

Vietnamese Volksverhaaltjes, Erik Kuijpers, Vietnam, meer

Als de mandarijnen met een plan komen de stad te verdedigen weigert de prinses. ‘Ik verzet me niet tegen mijn vader. Dan vermoordt hij me maar.’

Maar het leger van de koning komt niet aan aanvallen toe. Ineens trilt de aarde. Bruggen storten in, bomen vallen en de soldaten vluchten in paniek.

Dan tilt een woeste tyfoon Tien Dungs stad hoog de lucht in. Als tenslotte de wind gaat liggen is een groot meer ontstaan daar waar eerst de stad stond en de hut van de visser.

De koning ziet zijn fout in en besluit een tempel te laten bouwen ter ere van Tien Dung en Chu Dong Tu niet ver van het meer dat de naam krijgt Het meer dat in één nacht ontstaat.

Toelichtingen

Van redactie: En toen kwam olifant met lange snuit…. Weer erg bedankt Erik voor opnieuw een leuke en interessante serie. We zijn benieuwd naar wat je nu voor ons gaat opdiepen!

Foto’s en prenten

Sampan, traditioneel zeilschip; wikimedia, curid, 29608124.

Vietnamese kegelvormige hoed; dank aan dutch.alibaba.com website.

Orkaan; wikimedia, curid, 1054501.

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 560 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

5 Comments

  1. Ha Eric,

    Eerst heel verdrietig omdat de reeks afgelopen is maar nu weer heel gelukkig omdat er klaarblijkelijk twee nieuwe reeksen in wording zijn. Dank en ik verheug me op voorhand.

    Theo

  2. Dank voor jouw compliment. Laat ik dan verklappen dat over enkele dagen de serie over Filipijnse volksverhaaltjes begint (zeg 60 stuks) en daarna die uit Laos (17). Dus fiets niet te snel!

    • Erik,
      Deze verhalen en jouw vertaling zijn echt onovertroffen. Ik geniet er dagelijks van. Fijn dat je gewoon doorgaat! Ik ben altijd op zoek naar een kritische noot, maar helaas! nooit gevonden……

  3. Beste Eric,
    Door mijn vriend Bert van Balen ben ik lezer geworden van zíjn blogs op de ‘trefpuntazië’-site. Bert is aan z’n laatste aardse dagen toe, dus lang zal hij niet meer jullie site aanvullen.
    Ik fiets nu van Italië terug naar Ned en heb net jouw 18e vertelling gelezen én ervan gesnoept!!
    Ik kan niet wachten de komende reis elke dag jouw vorige (1 t//m 17) verhalen te lezen!!
    Bedankt,
    Peer

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*