De Sirene van het Noordereiland (5). Nimfen

Vreemd, ik krijg zo’n drang van binnen

 

‘Vreemd, ik krijg zo’n drang van binnen…’
‘O jee. Alweer? Net zo’n drang als tien jaar geleden? Maar nu weer terug?’
‘Meid, ben je mal. Nee ik ben blij dat ik mijn vrouw-zijn door middel van een operatie heb kunnen waarmaken. En sterker nog: jij bent bij mij gebleven.’
‘Wat voor drang heb je dan precies?’
‘Ik weet het niet. Een gek gevoel eigenlijk. Ik wil als Amsterdamse ineens naar nul tien.’
‘Nou ja zeg. Meen je dat? Naar Rotterdam?’

Het licht van de ondergaande zon schijnt door de voorruit van de Mini Cooper, die met haar neus naar de Maas geparkeerd staat op het Noordereiland. Maze ziet twee vrouwen elkaar strelen en kussen. Een vreemde drang dringt zich aan haar op. Als waternimf hoort zij mannen te verleiden, maar hieraan kan zij geen weerstand bieden.

Aarzelend eerst, allengs zekerder, begint zij te zingen, teder en zacht, zoals zij nooit tevoren zong. De avondbries voert de betoverende klanken mee over het water. De vrouwen luisteren toe in verwondering, laten elkaar los. Maze hoort hoe de motor wordt gestart en ziet hoe de Mini in beweging komt…

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)