Masochistische pauwen en de kunst


Peter van Nuijsenburg, Pauwestaart, kunststukjes
foto van answersingenesis.org

In zijn artikel ‘De Pauwenstaart als oorsprong van de kunst’ stelt Peter van Nuijsenburg de vraag: ‘Waarom maken mensen eigenlijk kunst?’ Hij bespreekt daarin de darwinistische kunsttheorie van de Amerikaanse filosoof Dennis Dutton.

Dutton baseert zich op de theorie van de seksuele selectie, die door Charles Darwin werd opgesteld. Pauwen maken door middel van hun staart reclame voor zichzelf, zodat zij aantrekkelijk zijn voor vrouwtjes, zei Darwin. En volgens Dutton doen mensen hetzelfde wanneer die zich uiten door middel van kunst. Wie een mooi verhaal kan vertellen, wie mooi kan zingen, kan zich verheugen in de aandacht van de dames.

Volgens Peter van Nuijsenberg is op die theorie wel wat af te dingen. Hij schrijft:  ‘Je moet natuurlijk geen enkel terrein op voorhand afgrendelen voor de wetenschap maar het is de vraag of ze inzake de kunst veel bijdraagt tot inzicht, verdieping en waardering. Wij zijn ons brein, niks tegen in te brengen, maar daar is niet alles mee gezegd.’

En daar wou ik het even over hebben.

Ik moet toegeven dat ik geen kunstkenner ben zoals Peter, maar ik ben wel bioloog en ik heb dus de neiging (anderen zien het als een handicap) om dergelijke vraagstukken op een biologische manier te benaderen. Laten we beginnen bij die pauw.

Het is zeker waar dat pauwen voor zichzelf reclame maken door middel van hun staart. Wanneer een pauw zijn veren uitspreidt verschijnen in een oogwenk tientallen pauwenogen in zijn verenkleed. Elk oog heeft het kleurenpatroon van een mannetjespauw. Het vrouwtje ziet dus in één klap tientallen aanbidders. En als dat mannetje ook nog eens met die hele zaak gaat schudden (en dat doen die rakkers), dan gaat dat vrouwtje volkomen plat. Een supernormale prikkel heet dat in de biologie. Ontstaan door duizenden jaren van seksuele selectie, omdat de vrouwtjes nu eenmaal steeds voor het meest indrukwekkende verenkleed kozen. En aangezien het verenkleed een erfelijke eigenschap was, werden steeds de meest indrukwekkende verenkleden doorgegeven aan het nageslacht.

Dutton ziet zo’n draconisch verenkleed niet alleen als handicap voor de pauw. Je zou dit denken, want het arme beest valt met die staart niet alleen bij de vrouwtjes op, maar ook bij roofdieren. En wat nog erger is: door dat gevaarte is hij niet in staat op tijd weg te vliegen. Een masochistische pauw. Nee, zegt Dutton de staart is juist een bewijs van gezondheid en potentie.

André van Leijen, Masochistische PauwDe Israëlische bioloog Amotz Zahavi stelde in 1975 het handicapprincipe op. Vergelijk het met het handicap bij golfen. Hoe hoger je handicap, des te sterker ben je als speler. Mannelijke dieren met een handicap kunnen het zich veroorloven zo’n handicap te hebben. Ze stralen ermee uit dat ze sterk genoeg zijn.

Ik denk aan de wenkkrabben in de mangrovebossen van Thailand. Een van de twee scharen bij de mannetjes is zo groot, dat het ze belet om daarmee te eten. Ze krijgen de helft minder voedsel binnen dan de vrouwtjes. Maar de mannetjes met de grootste schaar zijn het meest aantrekkelijk.

Of de neusapen die ik zag op Borneo. De mannetjes hebben zo’n grote neus, dat het ze hindert bij het eten. Maar het mannetje met de grootste neus is het meest aantrekkelijk.

André van Leijen, Masochistische Paus
http://sexting-via-morsecode.tumblr.com/

Of de rose dolfijnen die ik zag in de Amazone. De mannetjes zijn rose gekleurd, omdat de huid bebloed is door vechtpartijen met andere mannetjes. Maar hoe roser, hoe aantrekkelijker voor de vrouwtjes.

Je zou zeggen dat tatoeages en piercings hetzelfde effect beogen. Het aanbrengen ervan doet pijn, maar de eigenaar is zo sterk, dat hij daartegen kan. Amotz Zahavi trekt eveneens zijn handicapprincipe door naar mensen. Bungeejumpen is vreselijk, maar ik kan ertegen.

Ook de potlatch-ceremonieën bij de Indianen in Noord-Amerika worden in dit verband genoemd. Elk jaar brengt een stam een bezoek aan een rivaliserende stam en overstelpt de ander met grote hoeveelheden cadeaus. Nadat ze vertrokken zijn, worden alle cadeaus vernietigd. Het jaar daarop brengt de ontvangende stam een tegenbezoek. Van hen wordt verwacht dat de hoeveelheid cadeaus nog groter is. Dat gaat eindeloos zo door. Inmiddels is dit gebruik verboden, omdat de stammen elkaar volkomen uitputten.

Het is dus de handicap waardoor een mannetje reclame maakt. Dutton past dit principe nu ook toe op kunst. De Denker als handicap van Rodin? De Vuurvogel als handicap van Stravinsky? Net als Peter van Nuijsenburg ben ik niet geneigd dat te geloven. Maar hoe zit het dan wel?

Op Trefpunt Thailand heb ik eens beschreven waarom ik biologie ben gaan studeren (zie: God in Pattaya). Als kleine jongen was ik gefascineerd geraakt door de schelpen die ik op het strand van Zandvoort vond. Ik bewonderde hun kleuren en vormen. Ik dacht toen werkelijk dat God ze in zijn werkplaats (de hemel) met dunne mesjes bijsleep en met fijne penselen beschilderde. De mislukte exemplaren gooide hij weg. En die vond ik op het strand.

Later op de universiteit kreeg ik te horen dat God waarschijnlijk niet bestond. Dat we afstand moesten nemen van de natuur, om haar des te beter te kunnen bestuderen. Objectief heette dat. Robert von Hirschhorn stelt in zijn reactie op het stuk van Peter van Nuijsenburg terecht, dat de empirische wetenschap veel heeft gebracht, doch aan de andere kant heel veel heeft verloren. Niets is erger dan met twee biologen de natuur in te gaan. Ze lopen voortdurend te twisten over hoe een bepaalde plant of een bepaald dier heet en vergeten te genieten en zich een te voelen met de natuur. Zodra je iets benoemt is de schoonheid ervan weg. Niets is dodelijker in de liefde dan te zeggen ‘ik houd van je’. Dat zeg je niet, dat is er.

In de film ‘El albrazo de la Serpiente’ vraagt de oude indiaan Karamakate aan de Amerikaanse bioloog Richard Schultes: ‘Hoeveel oevers heeft een rivier?’
‘Twee’, zegt Schultes, een linker en een rechter oever. Karamakate schudt zijn hoofd en zegt: ‘Een rivier heeft duizenden oevers’ (zie: De Omhelzing van de slang).

Inderdaad we hebben met onze wetenschap het contact met de werkelijkheid verloren.

Volgens filosoof en scheikundige André Klukhuhn zijn er twee manieren om de werkelijkheid te leren kennen: wetenschap en kunst. Wetenschap neemt afstand van de werkelijkeheid en bedrijf je met je ratio. Kunst neemt deel aan de werkelijkheid en bedrijf je met je intuïtie. Arthur Schopenhauer maakte een onderscheid tussen tussen abstracte en intuitieve kennis. Friederich Nietzsche onderscheidde een apollinische wereld, waarin we leven als een schepper van onszelf met een scherm tussen ons en de wereld en een dionysische wereld waarin we zelf achter het scherm zitten.

Voor mij is kunst met hetzelfde bezig als de wetenschap: het beschrijven van de wereld. Alleen doen kunstenaars dat op een andere manier. Vassily Kandinsky zegt het zo: ‘de moderne kunst opent vanuit een innerlijke behoefte die voortkomt uit de ziel, een wereld, die zich niet daarbuiten bevindt, maar hierbinnen.’ Rainer Maria Rilke beweerde dat hij zijn sonnetten in een paar dagen schreef, alsof ze zichzelf schreven. En volgens Proust bestaat de grootheid van de kunst uit het terugvinden, of terugwinnen en kenbaar maken van die wereld waar we afstand van hebben genomen en nog steeds verder afdwalen naarmate we er meer wetenschappelijke kennis over verzamelen.

Een goed gedicht is niet logisch, een goed gedicht voel je. Net als muziek waarvan je de woorden niet verstaat of waar zelfs helemaal niet bij gezongen wordt.

Is dat de nekslag voor een darwinistische kijk op kunst? Ik denk het niet. We hebben twee hersenhelften. De linker helft houdt zich bezig met het logische, de rechter met het intuïtieve. Kennelijk hebben we beide helften nodig om te overleven. En dan ben je toch weer terug bij Darwin. Maar dit keer gaat het niet over seksuele slectie, maar gewoon over natuurlijke selectie.

 


André van Leijen
Over André van Leijen 178 Artikelen
André van Leijen (1947) is schrijver en bioloog. Hij heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw vijf jaar over de wereld. Inmiddels zijn ze terug in Schiedam, waar André een boek heeft geschreven over zijn belevenissen. Het is te bestellen via bol.com, via alle boekhandels in Nederland en via het redactieadres van Trefpunt Azië: post@trefpuntazie.com Titel: Beste Reizigers ISBN: 978-94-6345-888-7 Prijs: 14,95.

3 Comments

  1. Mooi, helder verhaal. Ik denk dat we het in principe niet oneens zijn.
    Het debat is ongeveer zo oud als de wereld zelf. Er zijn twee domeinen, wetenschap en kunst, die elk hun eigen regels hebben. In de wetenschap regeert de ratio, in de kunst, zeker sinds de Romantiek, het gevoel, de intuitie. Dat is een scheiding die vooral gemakshalve wordt gemaakt, in het echte volle leven weten we dat het niet zo strikt genomen moet worden. Dat weet Andre als wetenschapper veel beter dan ik.
    Van tijd tot tijd wordt de oversteek van het ene domein naar het andere gemaakt. Wetenschap kan niet zonder intuitie, de plotselinge ingeving, het eurekamoment. En in de kunst geldt vermoedelijk vaak ook wat W.F. Hermans ooit zei over het schrijven van romans, het is wetenschap bedrijven zonder bewijs. Enfin, dat is denk ik ook wat Antonin bedoelt.
    De vraag is of de wetenschappelijke benadering van kunst, en dan heb ik het niet over kunstgeschiedenis maar over ontwikkelingspsychologie, neurobiologie en aanverwante disciplines, voor de kunstliefhebber steekhoudende inzichten opleveren. We schijnen een schilderij te zien als als een verzameling pixels die pas in de hersenen tot een hopelijk coherente voorstelling worden samengesteld. Ik wil dat best weten, maar vraag me ook af, draagt het bij tot mijn kunstbeleving?
    Laatst las ik een fascinerend boek van de neurobioloog en kunstkenner Eric Kandel (Nobelprijs in 2000) over het onbewuste in de kunst, the Age of Insight. Ik was aanvankelijk zeer onder de indruk, net als van het boek van Dutton. Hier steek je wat van op. En net als bij Dutton dacht ik toen ik het uit had, so what.
    Kan natuurlijk een blinde vlek van me zijn.
    Het overkwam me ook bij het mangum opus van Iain McGilchrist, the Master and the Emissary, over
    de rol van de respectieve hersenhelften in de westelijke cultuur. Zijn stelling, om niet te zeggen these, is dat de creatieve, intuitieve rechterhelft wordt overvleugeld door de koele, analytische linkerhelft en dat daar veel ellende van komt. Dat leek me wat zwaar aangezet en ik was, bij alle vertoon van eruditie, niet overtuigd. De blinde vlek zal wel weer hebben opgespeeld.
    Zou Darwin weten waar die vlek vandaan komt?

  2. Je opmerking is terecht, Antonin. De scheiding in een logische linker hersenhelft en intuitieve rechter helft is niet zo sterk als ik voorstel. Het is meer symbolisch bedoeld.

  3. Prachtige uiteenzetting, Andre. De vraag die bij dan altijd opduikt: met welke hersenhelft maken we het onderscheid tussen intuitie en logica. Eerlijk gezegd hoop ik met beide. Zit in alle logica niet een intuitief elment en in alle intuitie ook wat logica. Dat is natuurlijk zoeken naar eenheid. Sommige lieden beweren dat wetenschap niet mogelijk zou zijn geweest zonder het eenheidsprincipe van het monotheisme ter verklaring van de wereld. En de zoektocht gaat door. Het grote ideaal in de fysica b.v. de vier bekende natuurkrachten tot een enkele terug te brengen. Waarom dat zo aantrekkelijk is? Zoals Karamakate zegt: een rivier heeft 1000 oevers. Er is niets in de “werkelijkheid” dat aanzet tot eenheidsdenken. Het lijkt erop dat de drang puur esthetisch is.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.