Maleisië. Dubbelhartige ophef na verdwijning Nederlandse oorlogsgraven

Met oorlogen en oorlogsgraven hebben wij een vreemde verstandhouding. Ze vervullen ons met afschuw en het merendeel van  weldenkende de mensheid wil ze voor eeuwig uitbannen. Tegelijkertijd bouwen we monumenten en gedenkstenen om de herinneringen vast te houden.

Ten dele zal dat te maken hebben met de verschrikkingen die al dat voortdurende wapengekletter teweegbrengen. De weggerukte en verwoeste levens, de hongersnoden, de verwoestingen en de vluchtelingenstromen. Die mogen niet worden vergeten.

Standbeelden

Tegelijkertijd bieden oorlogen de gelegenheid om eeuwig roem te verwerven. Zoals duizenden jaren geleden Homerus in zijn Ilias en Odysseus al fijntjes wist uit te leggen. De standbeelden, gedenknaalden, mausoleums en praalgraven van grote krijgsheren staan er tot meerdere eer en glorie van het volk dat ze neerzette.

De in steen uitgebeitelde namen van hen die het leven lieten – in elk Frans dorp aangetroffen onder de vermelding Mort pour la Patrie – leggen eerder de nadruk op het glorieuze vaderland dan op de offers die de gevallenen brachten.

Het is net als bij sport. De overwinning van de nationale ploeg straalt af op de inwoners van het land dat haar voortbracht. En ook zij lijden mee als het eens niet lukt, zoals in het WK-liedje van Jantje Smit. Zonder enige reserve krijgen de voetbalvrouwen het predicaat leeuwin op hun shirtje gespeld. En dat zijn, zoals iedereen weet, geen pacifistische huiskatten die zich met een schoteltje melk tevredenstellen.

De slag bij Waterloo

Dat ging er door me heen toen ik van de week een artikel las in de Volkskrant met als kop ‘Grafschennis in Wateren Maleisië’.  Aanleiding was de verdwijning van twee Nederlandse schepen, die na op een Japanse mijn te zijn gelopen, waren gezonken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ging hierbij om twee onderzeeboten, waarvan er een (de O 16) faam verwierf door in 1941 binnen vier dagen vier Japanse troepentransportschepen tot zinken te brengen, zo meldde de krant.

Faam, roem, glorie, het zijn begrippen die dicht tegen elkaar aanliggen en kennelijk niet te vermijden zijn als we het over oorlog hebben. Ook aan de amusementswaarde is hier natuurlijk een grote rol toebedeeld, getuige het grote aantal oorlogsfilms die de menselijke geschiedenis tot in de vroegste tijden in beeld brengen.

Dubbelhartige ophef na verdwijning Nederlandse oorlogsgravenOorlogsgraven

Een paar weken geleden werd in België met alle oog voor detail, de slag van Waterloo weer eens nagespeeld. Kennelijk is het mensen eigen. Het uitbeelden van oorlogsgeweld veroorzaakt angstige opwinding. Spannend dus… Misschien wordt over enkele jaren op ‘’les Grands Champs de Bataille’’ rond Arras in Noord-Frankrijk de verschrikkingen van eerste wereld levensecht uitgebeeld. Het decor is er al, want een aantal van de goed onderhouden loopgraven liggen er nog.

Maar die gezonken oorlogsschepen van de Nederlandse marine in de wateren van Maleisië herbergen ook de stoffelijke overschotten van de helden, die op de zeebodem terecht kwamen. En daardoor wordt alles toch een ietsje anders want dat zijn oorlogsgraven.

Internationale verdragen

In allerlei, elkaar vaak overlappende, internationale verdragen, worden dergelijke wrakken als zeemansgraf beschouwd. Er rust een verbod op ze te bergen. Maar daar hebben illegale bergers, uit op winstbejag, weinig boodschap aan. Het staal en ijzer is te verkopen en misschien worden er ook nog wel wat andere voorwerpen aangetroffen, die te gelde te maken zijn.

Dubbelhartige ophef na verdwijning Nederlandse oorlogsgravenDe O-16 is op enkele restanten na nagenoeg verdwenen, van de andere Nederlandse onderzeeboot in Maleisische wateren rest slechts een afdruk op de zeebodem. Voor de nabestaanden van deze omgekomen marinemensen hebben deze zeemansgraven natuurlijk een emotionele waarde. Het verdwijnen daarvan wordt gezien als grafschennis, wat ook door regeringen zwaar wordt opgenomen.  En naar de letter van de bestaande wetten is het dat ook.

Zeemansgraven

Ook de wrakken van VOC-schepen behoren toe aan het vlaggenland, waaronder ze voerden en worden beschouwd als zeemansgraven. Maar het accent ligt hierbij niet zozeer op de emotionele waarde die ze hebben (er zijn hier uiteindelijk niet zo veel aanwijsbare of nauw betrokken nabestaanden) maar eerder op de eventuele kunstschatten die ze in zich bergen.

Op de bodem van de Atlantische Oceaan liggen vast nog een groot aantal van die schatten, die de Spanjaarden na hun avontuurlijke rooftocht in Zuid-Amerika mee naar huis wilden nemen. En daar waren wij VOC-ers ook niet vies van. Elk kind kan de heldendaden van Piet Hein nog altijd nazingen.

Grafschennis

Die wrakken maken deel uit van het patrimonium van het vlaggenland en kunnen niet zomaar even gelicht worden door een stel op winst beluste duikers. Dat kan zo nu en dan zorgen voor wat gebakkelei aangezien landsgrenzen in de loop der tijd veranderd kunnen zijn. Sommige landen bestaan niet eens meer. De vraag die zich dan voordoet: hoe ver moet je teruggaan in de tijd als je als land legale claims wilt maken?

Ook dat begrip grafschennis zelf is niet zo eenvoudig te duiden. In de honderden kilometers lange catacomben onder Parijs liggen de beenderen van miljoenen Fransen keurig gesorteerd opgestapeld. Schedel bij schedel, sleutelbeen bij sleutelbeen. Ze werden daar naartoe gebracht toen de overvolle begraafplaatsen van Parijs, soms ook om hygiënische redenen, geruimd moesten worden. Ging het hier dan ook om grafschennis?

‘Pa, ik begraaf je nu hier opnieuw’

En ik denk terug aan enkele tientallen jaren geleden toen een Indische vriend opgewonden aanklopte bij mijn huis in Nederland. Hij had ontdekt dat het graf van zijn vader -een voormalige KNIL militair- waaraan hij na jarenlang verblijf in Thailand een bezoek had willen brengen, er niet meer was.

Nogal wiedes natuurlijk, want hij had de tienjaarlijkse bijdrage om het in stand te houden, niet overgemaakt. Was dit grafschennis? Hij was er behoorlijk van overstuur; maar kwam vanuit een zekere etherische lichtvoetigheid, wel met een gepaste oplossing. Hij groef een kuiltje in mijn tuin, prevelde enkele woorden in de zin van ‘Pa, ik begraaf je nu hier opnieuw’ en gooide het weer dicht. Voor hem was het daarmee geregeld.

En dan dat graf van Toetanchamon. De duizenden kunstvoorwerpen die er zijn aangetroffen liggen nu in een museum in Cairo. Zijn mummie is in meerdere laboratoria forensisch uit elkaar gepeuterd. Het dient de wetenschap, het historische inzicht in weleer en de kunstzinnige vervoering.

Nabestaanden

Maar zelf had hij die voorwerpen graag mee willen nemen op zijn reis naar zijn nieuwe rijk. Hij had, naar mag worden verondersteld, liever gezien dat zijn overschot in die sarcofaag was gebleven. Kennelijk bestaat er zoiets als legale en illegale grafschennis. Het hangt ervan af hoever je de criteria wil laten terugvloeien in de tijd. En of er nog nabestaanden zijn natuurlijk. Maar misschien nog veel meer  van de rechten en privileges die aan wetenschap worden toegekend.

Antonin Cee
Over Antonin Cee 140 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*