MacGyver in Thailand. Gevalletje waterschade

 

Lieven Kattestaart, Regentijd, A-team
Wur.nl

De regentijd is aangebroken. Tenminste, dat vermoed ik. Want al dagen achter elkaar betrekt zo rond vier uur s’ middags de Thaise hemel en kort daarna valt de regen met bakken. Gelardeerd met felle bliksemschichten en donderklappen. Die laatste klinken af en toe zo hard dat ik onwillekeurig in elkaar krimp. En begin te begrijpen waarom in vroeger tijden Donar en zijn hamer zo gevreesd waren.
Voor mij is dit onstuimige weer een openbaring, want in Nederland heb ik nimmer zulke hoosbuien meegemaakt.

Als ik die avond onder de douche sta, na een lange hete dag, is het weer zover. Een gordijn van regen valt omlaag en maakt zo’n lawaai op het dak dat je bijna moet schreeuwen om elkaar te kunnen verstaan. Tevens gaat onweer tekeer, en ik ben blij datzelfde dak boven het hoofd te hebben.
Als ik wat later schoon en aangekleed door het raam kijk, valt me een lichtje op. Zaklantaarn. Iemand staat achter de woning met een zaklamp te schijnen. Struikrovers op verkenningsronde? Inbrekers die alvast een selfie maken op de plaats delict? Het is dievenweer, dus je weet maar nooit. Er niet gerust op pak ik mijn eigen zaklamp en ga voorzichtig naar buiten. Waar ik echtgenote Ooy aantref die met een zorgelijk gezicht de dakgoot bekijkt, en de metalen trechter met slang daaronder die het water zou moeten afvoeren.

Lieven Kattestaart, Regentijd, A-team
de vakantiefotograaf.nl

De trechter loopt gulpend over en het lekkende water heeft al een flinke put geslagen in de drassige grond. Ik zie meteen ook de vouw in de afvoerslang, die voorkomt dat het regenwater weg kan lopen. En wijs Ooy daarop.  Zij wijst vervolgens op mij, en ik weet alweer hoe laat het is. Een koortsachtig zoeken naar de enige paraplu die we bezitten, om in ieder geval een beetje beschut te zijn tegen de halve oceaan die uit den hoge neerklettert, levert niets op. Pas later schiet me te binnen dat Ning, de keukencheffin, daaronder droog bleef toen ze na het wokken naar huis wandelde. Zij wel.

Toch gek dat water uit een douche zo lekker aanvoelt, en regenwater op je hoofd alleen maar vervelend is. Die gedachte schiet door me heen als ik, intussen al drijfnat, bij de blauwe afvoerslang aankom.
Normaal gesproken zou die slang in een watervat hangen, maar dat vat kreeg enkele weken geleden kamikaze-neigingen en spatte door nog onbekende oorzaak uit elkaar. De stukken beton kwamen nog verrassend ver, dus ik was blij dat het gebeurde toen we naar de markt waren.

Maar de slang had al die tijd werkeloos op de grond gehangen. Op een ander vat aansluiten, dat kwam ooit wel een keer. Als het een keertje echt ging regenen. Nu dus. Het hoost zo hard dat ik vrees voor de lager gelegen tuin van de buren en besluit daarom meteen een nieuw vat aan te sluiten.

In het midden van de slang zit een scherpe vouw, en ik moet zien die er uit te krijgen. Ergens in de tuin vind ik een bemodderde bamboe-paal, en ram die zo snel en zo ver mogelijk in de natte grond.
Nu nog iets om de slang mee aan de paal te binden, en zo de vouw eruit te werken.

Ergens in een lade ligt nog een rol para-koord. Oersterk spul. Ooit eens in Nederland aangeschaft voor eventuele noodgevallen. Ik roep Ooy toe dat touw even te halen, terwijl ik intussen druppels tel en een regendans doe. Dit laatste om de paal, die niet al te stevig staat, wat beter te verankeren in de Thaise modder. In de stromende regen, en af en toe bijgelicht door miljoenen volts, wacht ik vervolgens op het verlossende touw.

Het duurt zeker vijf minuten, in welke ik niet vrolijker word, voordat eega verschijnt met het koord. Het word me van verre toegeworpen, want één medewerker doorweekt lijkt haar wel genoeg. Ik begin met het vastsnoeren van de slang aan de bamboepaal. Dat lukt, al heb ik daarbij grote moeite mijn contactlenzen alleen op traanvocht te laten drijven.

Lieven Kattestaart, Regentijd, A-team

Ik geef mezelf inwendig een schouderklopje, want nu is het leed dan toch geleden. Oranje Boven en leve het improvisatietalent van deze Hollandse kleibint. Voel me een beetje MacGyver, met eenvoudige middelen vechtend tegen de elementen en de overwinning in zicht.

Ik trek het deksel van het vat, en hijs de slang binnen boord. Die is te lang, en schiet onderin telkens in een vouw, waardoor de toevoer wederom stremt. Geen nood, ook mijn dierbare zakmes is nabij, en ik wil de slang daarmee te lijf. Inkorten die hap, en dan kan de waterval gaan stromen.

Dan roept Ooy naar me. En maakt een gebaar van ‘laat maar vallen, heeft toch geen zin’. Wat is dat nu weer voor defaitistisch gedrag? Wij Hollanders staan tenslotte bekend om onze strijd tegen het water. Zelfs als het regenwater is. Mijn eigen Deltawerken naderen hier hun voltooiing, en dan opgeven? Dat nooit. Geen wonder dat hier nooit iets van de grond komt, met zo’n instelling.

Net als ik weer wil beginnen te zagen roept ze nog een keer, en wijst op het vat. En ik word kribbig. Drijfnat, glibberend in de smerige modder, die ondertussen ook in vette lagen aan mijn broek en voeten kleeft, en op het punt staand een doorbraak te forceren. En dan dat geroep van ‘laat maar’.

Dan kijk ik eindelijk eens in de richting die ze aanwijst. Naar de onderkant van het vat. Waar keurig ronde gaten ter grootte van een vroegere knaak al het regenwater bijna net zo snel weer in de buitenwereld lozen als ik het erin wilde brengen. Waar is Hansje Brinker als je hem nodig hebt.
Opeens moedeloos laat ik de slang vallen, die gulpend de volgende hectoliters vocht richting de tuin van de buren begint te lozen. Enfin, we mochten ze toch al niet.

Ik zie geen kans met dit weer een prop cement of passend plastic te vinden om het water afdoende te stoppenen geef het op. Douchen en naar bed. De nacht brengt raad.

De volgende ochtend, na een kijkje in de achtertuin (die nu veel wegheeft van een zompige loopgraaf uit de 1e Wereldoorlog ), stap ik in de auto. Voor het gebruikelijke ritje naar de markt. Bij het omdraaien van de sleutel volgt een verontrustend gereutel. Het zal toch niet? Nogmaals proberen resulteert in een laatste gorgel van de startmotor. Accu leeg. Die is nog geen twee weken oud, en heeft nu al geen puf meer. Zouden ze die dingen hier soms vullen met citroenschillen? Of restjes zure regen?

Indachtig eega’s advies van gisteravond, om toch vooral een ‘koel hart’ te bewaren bij Thaise Tegenslag, mompel ik binnensmonds een zeer lelijk woord tegen de voorruit en probeer het stuur fijn te knijpen.
Dat helpt.

Lieven Kattestaart, Regentijd, A-team
primavera.e-sim.org

Dan vraag ik Ooy haar telefoon te pakken. Vergeet die MacGyver maar. Dit is een klusje voor het A-Team.

 

Lieven Kattestaart
Over Lieven Kattestaart 103 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).