Liefde in bladgoud 1

Brieven aan mijn zusters (1)

 

‘Echt waar, ventje,’ zei hij. Zoetigheid is niet goed.
De Thais hebben een gezegde: “Zoet maakt ziek, bitter geneest.”’
Botan, Brieven uit Thailand

 

Thailand, Ubon-Racha-Weet-Niet.
27 oktober 2015.

Beste zussen, liefste zussen!

Hier krabbels van jullie beste broer. Uit de losse hand pent hij voor jullie wat neer.

Zussen! Zussen, toch! Nu moet ik jullie toch eens een zaak komen te vertellen!

Voor de duidelijkheid laat ik jullie hierbij eerst weten, beste zussen, dat ik dit schrijven vanuit de stad Ubon-Racha-Weet-Niet heb neergepend. Dat is ver weg.
Ach ja, ik zou het vooralsnog bijna vergeten: mijn eerste lieve groeten vanuit dit heerlijke Thailand.

Ik kom tot de bevinding dat Thaise vrouwen niet tegen te houden zijn. Zo doortastend, ik had het niet direct door. Maar ze zijn tegelijk zo beschermend, dat praat alles goed.
Hou jullie vast, beste zussen… ik ben al bijna getrouwd.

Iedere dag lacht het zonnetje in mijn ogen, straten vol joelende schoolkinderen met blote armpjes in propere hemelsblauwe uniformpjes en tempels met geurige lucht van wierookstokjes die ze dag en nacht blijven aansteken.
De Thai hebben hun zaakjes op poten.

Onze pastoor zou er nijdig van zijn, zoveel volk aan de kaarsen. Maar mijn begrip is dat hij beter eerst eens zou komen kijken hoe het er hier aan toegaat, voor hij zijn volgende kerk sluit.
En ik ben al bijna in het Thaise huwelijk getreden – toch niet meer veraf. Wie trouwt er nu nog bij ons? Voorzeker als de pastoor van tevoren al zo’n zuur gezicht opzet.

Ik heb de stap gewaagd. Om iedere hoek ligt er een tempel en ook een hele aanhang van honden. Die hebben een goed leventje bij de monniken, hun vel blinkt van de vitaminen. De monniken halen ‘s morgens hun rijst op. Die scheppen de vrouwen in hun bedelnap.

Ik ben er zeker van dat het mij even welvarend zal gaan.

Die boeddha-mensen kleven flinters goud op ieder beeld in de tempel. Sommige beelden zien eruit als een Heer Boeddha-Met-Zwaarlijvigheid en ik ben in de wolken dat ik de stap gewaagd heb om de vrouw achter mijn date-afspraak met eigen ogen te komen bezien.

Het valt geweldig mee. Ze is zo mooi en à propos, sommige van die beelden zouden al met vijftig kilo goud belegd zijn. Mijn indruk is dat de mensen in dit land nog iets voor het leven overhebben.
Al geteld, ik ben nog maar vijf dagen hier, is het niet, lieve zussen? Op die korte tijd ben ik al heel goed gezien. Het lijkt een verhaaltje van toen ik jong was.

Dat sprookje dat onze moeder nog altijd vertelt van de dochter van de graaf van Kerkom die aan de vijver bij het kasteel in het huwelijk trad. En ’s avonds in de schemering dansende rijkelui tussen de brokaten tafellakens en veel veel kaarslichtjes, kleine gele tongen die allemaal in de vijver weerspiegelden als de sterren aan de hemel.

Ja, onze moeder vertelt hoe aangedaan ze daarvan was toen ze als klein meisje op de bermkant met het halve dorp over de meidoornhaag het feest stond af te loeren. Het was toen voorjaar en de bloemen van de haag stonden vol zoetigheid in bloei. Zij stelde zich voor of het donker overal met handen vol suikerspinnen van de kermis zwaaide. En dat ze gehuild had bij al dat moois. Vooral bij het vuurwerk, voor de eerste keer in haar leven.

Jeugd is toch schoon.

Wel zo stel ik me nu ook voor dat het wordt.

Onze moeder zal blij zijn als ze de foto’s onder haar neus krijgt. Dat vuurwerk, is dat iets voor mij? Als ik denk aan de voorbije jaren, die keren dat ik in de veranda een kopje koffie voor mezelf inschonk. ‘Eén kopje koffie voor één eenzame gepensioneerde meneer Alpon’, zei ik plechtig luidop, knipte als een zakmes, rechtte mijn rug weer en knikte uitnodigend naar de ingebeelde man, of ik twee rollen speelde.

Ik zag mezelf zo zitten, beste zussen. Je broer mocht toch eens met zijn verdroogde situatie lachen. En dan in de zetel weer de groene rij coniferen die mijn blikveld in beslag namen – dan piekerde ik dat ik de toppen moest uitzagen want ze groeiden alsmaar hoger. Misschien overgroeiden ze mij. Dat draaide maar in mijn hoofd.

Ik was bang dat ik er een dag niet meer overheen kon zien.

Jullie beste broer Alpon

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 29 Artikelen
Alphonse Wijnants (België) is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.