Laojang, biecht van Thaise drugshandelaar


De laatste biecht voor de gang naar de executiekamer

autobiografie van een drugshandelaar

samenvatting

Hoe word je een drugshandelaar? Wat gebeurt er met je als je de doodstraf krijgt? En hoe overleef je de verschrikkelijke toestanden in de gevangenissen? Het levensverhaal van een man waarin goed en kwaad verstrengeld zijn maar waar uiteindelijk het goede overwint. Het woord is aan een Thaise drugshandelaar.

Ieder mens heeft de mogelijkheid goed te doen. Zolang ik leef zal ik, vanaf vandaag, het kwaad achter me laten en voor altijd voortgaan in het licht van het goede.

Laatste alinea van De laatste biecht voor de gang naar de executiekamer.

Laojang (hij geeft zijn echte achternaam niet prijs) schreef in drie maanden in de Baang Khwaang (‘Bangkok Hilton’) gevangenis onder het pseudoniem Pummarin Pamorntrachukul het opmerkelijke verhaal van zijn leven. Het boek heet คำ หารภาพสุดท้ายก่อนเข้าห้องประหาร (Kham sǎaráphâap kòn khâo hông pràhǎan), ofwel ‘De laatste biecht voor de gang naar de executiekamer’ (2012). Hij geeft in levendige beelden en met nietsontziende eerlijkheid een spannend verslag van zijn leven als kind, drugshandelaar, zijn arrestatie, veroordeling en gevangenisstraf. Hij kreeg de doodstraf maar twee koninklijke gratieverleningen hebben de straf verminderd tot 20 jaar. Hem resten nog vijf jaar achter tralies.

Tino Kuis, Laojang, laatste bicht drugshandelaar
omslag van De laatste biecht

Ik vertaalde een aantal passages uit zijn boek, het cursieve gedeelte, met telkens een korte inleiding en toelichting van mijn hand. Het boek begint met de volgende passage

2009, Baang Khwaang gevangenis

Het is 4 uur ‘s middags. Vandaag ben ik een gelukkig mens. Mijn moeder en mijn jongere zus brachten me een bezoek en namen heerlijk eten mee. Buiten zie ik een monnik wandelen langs ons celblok 2, waar wij, ter dood veroordeelden, verblijven. Hij gaat preken over ‘geboorte, ouderdom, ziekte en dood’. Uit het celblok naast ons klinkt plots geschreeuw: ‘Zet het nieuws aan! We horen net dat er twee gevangenen zijn geëxecuteerd! Wie zijn het die de injectie hebben gekregen?’ Wij verstijven van schrik en angst.
Later vernam ik het volgende. Een aantal bewakers en de beul gingen naar een cel en riepen de namen van twee gevangenen, een Chinese leider van een drugsbende, Hia, en zijn Thaise medebendelid, Ee. Zij werden naar een kamer gebracht waar hen de afwijzing van hun verzoek om gratie werd voorgelezen en hen werd verteld dat zij zouden worden geexecuteerd. Ze mochten een brief schrijven en een laatste maaltijd bestellen. (Ze hadden geen honger). Toen pas drong het echt tot hen door wat er gebeurde. Ee trok wit weg en zweeg maar Hia huilde, riep om zijn moeder, vervloekte de bewakers, de beul, zijn advocaten en de rechters. De beul schold hem uit: ‘Ik doe alleen mijn plicht volgens de Thaise wet. Maar jij riep dit zelf over je af. Ik hoop dat je rot in hel en je geest je familie zal achtervolgen….’ Ze werden geketend naar de executieruimte gesleept, langs een aantal journalisten en regeringsambtenaren…Een uur later waren ze dood… De volgende ochtend werden hun lijken vrijgegeven en afgevoerd door de speciale ‘Geestenpoort’ in de gevangenismuur die na 6 jaar in onbruik met een voorhamer moest worden opengeslagen….Buiten nam hun familie de lijken in ontvangst onder het oog van kinderen die met busladingen waren aangevoerd en een paar filmploegen.

Dit waren de laatste twee executies tot nu toe, en de eerste sinds 2000. Maar er zitten nog ruim 300 gevangenen in de dodencellen.

Zijn jeugd, tot zijn 18e, 1974-1992

Ik groeide op in een bergvolkerendorp van de Lisu (of Lisor) een 30 kilometer buiten Paai. (Chiang Mai Provincie). Iedereen in het dorp verbouwde opium, dat werd verkocht aan een paar heroinefabriekjes gelegen in valleien in dicht oerwoud. Ik was de oudste van 7 kinderen. Mijn vader was een uiterst strenge man, voor hem gold alleen werk, werk en nog eens werk. Hij was de rijkste man van het dorp, verbouwde veel uien, knoflook en gember wat wij verkochten op de markt in Chiang Mai. Tot mijn grote spijt wilde hij niet dat ik naar school ging, wat ik hem altijd kwalijk heb genomen, ik moest hem helpen. Als het werk niet naar zijn zin was werd ik geslagen met een zweep.
Mijn leven veranderde toen op een dag mijn boezemvriend, Aa-chan, met een aantal vrienden mij kwam opzoeken vanuit Shang Hai. Hij reed ons dorp binnen in een dure sportwagen, zijn zakken gevuld met stapels briefjes van duizend. We maakten een tocht door Thailand waar we logeerden in luxe hotels en aten in dure restaurants. Ik voelde me als een vogel, vrij, ontsnapt aan de klauwen van mijn vader, als rijst na de regens, ik zag mijn horizon zich glorieus verbreden. Ik vroeg mijn vriend Aa-chan en zijn vrienden hoe zij aan zoveel geld kwamen. Zij vertelden dat zij werkten voor Khun Sa.

Khun Sa is de meeste beruchte Birmese Drug Lord, 1934-2007.

Hij gaat in de drugshandel

Laojang wordt een belangrijke drugskoerier. In een groepje vervoeren ze drugs uit Birma door de jubgle naar Thailand. Op een dag valt zijn groep in een hinderlaag van de Border Control Police. Zijn vriend Aa-Chan wordt zwaar gewond.

Voordat hij (Aa-chan) in mijn armen de laatste adem uitblies smeekte hij me met de opiumhandel te stoppen.

Hij begint een nieuw leven in Chiang Mai

Laojang brengt enige dagen in de jungle door waarna hij naar zijn dorp terugkeert. Hij maakt ruzie met zijn vader, die de schuld krijgt van zijn drugsleven, en gaat naar Chiang Mai, koopt een appartementencomplex, trouwt en krijgt een kind. Zeven jaar lang geniet hij van het leven.

Ik vierde iedere dag feest en had steeds andere vrouwen. Ik voelde geen enkele verantwoordelijkheid voor mijn gezin.
Een vriendin wordt zwanger en samen bezoeken ze een ziekenhuis voor een abortus.
Tot de dag van vandaag vreet een schuldgevoel aan mijn hart. Mijn hart doet pijn alsof het op breken staat. Waarom was ik zo wreed? Ik heb het kind zelf gedood. Ben ik nog wel een mens? Ik draag voor altijd dat litteken mee voor wat ik haar heb aangedaan.

Het noodlot slaat toe

Het is het jaar 2000 en Laojang is 26 jaar als hij meerijdt in de pick-up van een vriend. Zij worden aangehouden en de politie ontdekt 300.000 yaa bâa pillen in de auto. Hij wordt opgesloten in een gevangenis in Chiang Mai en later ter dood veroordeeld.

Toen de rechter het vonnis uitsprak werd alles zwart voor mijn ogen. Mijn moeder was in de rechtzaal met een plastic zak vol nieuwe kleren om mij mee naar huis te nemen. Maar dat gebeurde niet. Ik dacht ‘Dit is het einde van mijn leven’.
Ik had eigenlijk niets verkeerds gedaan. Die pillen waren niet van mij en ik wist er niets van. Later dacht ik er over na. Ik had toch ernstige misdaden op mijn kerfstok en ik voelde toen dat de straf terecht was.
In de gevangenis was er prostitutie vooral met die 200 khatoey’s. Omdat condooms niet waren toegestaan was er veel HIV/AIDS. De ziekenzaal leek meer op een mortuarium.

Naar de Baang Khwaang gevangenis in Bangkok

Laojang wordt naar Bangkok vervoerd om daar in een dodencel te wachten op zijn executie. In hoger beroep wordt wat later opnieuw de doodstraf uitgesproken.

In de gevangeniswagen op weg naar Bangkok stopten we bij een restaurant naast een benzinepomp station. De bewakers gingen eten. Nieuwsgierige omstanders keken met walging naar ons. Zijn wij dan geen mensen?
Op een dag kreeg ik een dikke envelope waarin de papieren zaten voor een scheiding. Ik was eerst boos en heel verdrietig maar na enige tijd begreep ik waarom zij het deed. Als ik in haar schoenen had gestaan had ik hetzelfde gedaan.

Hij gaat studeren

Drie jaar na zijn doodvonnis, en om zijn frustratie en de hel waarin hij zit te vergeten, begint hij te studeren, na gehoord te hebben dat de Sukhothai Thammathirat Open Universiteit schriftelijke cursussen geeft.

Ik leerde pas lezen en schrijven op mijn achttiende en heb nog een sterk accent. Het was niet gemakkelijk. Iedereen lachtte me uit.
Ik zat vaak onder het droogrek te leren omdat het de rustigste plek was in de cel. Maar soms droop het water op mijn boeken.

Hij werd geholpen door de schrijfster Orasom Suthisakorn die cursussen schrijven in de gevangenis organiseerde. Laojang won een prijs met een kort verhaal in een bundel ‘Verhalen uit de Executie Zone’.

Ik genoot er van. Ik las over rechtszaken met intriges en interessante karakters. Ik las de biografieën van Mahatma Gandhi en Nelson Mandela. Hun verhalen inspireerden me.
Orasom is als een tweede moeder voor mij.
Ik zou graag een brug, een schakel, willen zijn om de gemeenschap in de gevangenis en die daarbuiten tot elkaar te brengen en om begrip te kweken voor hen die de gevangenis verlaten, die de vrijheid omhelzen en die weer in de warmte van hun familie worden opgenomen.

Gratie

In 2012 krijgt Laojang gratie. Zijn doodstraf wordt omgezet in levenslang. Een jaar daarop volgt wegens goed gedrag een nieuwe gratie, zijn straf is nu 20 jaar. Er resten hem nog vijf jaar achter de tralies.
Ondertussen behaalt hij een universitaire graad in de rechten en in landbouw management. Hij wil nog drie nieuwe graden behalen voor hij vrijkomt, schrijft hij optimistisch.

Karma

Ik denk dat het idee van karma alles verklaart. Je bent zelf verantwoordelijk voor alles wat je doet. Ik weet dat ik verschrikkelijk verkeerde dingen heb gedaan. Die drugs vernielen vele levens en daarvoor betaal ik nu hier in de gevangenis. Nu ik een tweede kans heb gekregen zal ik die gelegenheid met wijsheid gebruiken. Ik ga mijn leven zin en inhoud geven.

 

foto’s Bangkok Post


Tino Kuis
Over Tino Kuis 135 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.