De laatste maanden van het leven van de Boeddha

Toen de Boeddha werd geconfronteerd met ouderdom, lijden en dood, wijdde hij zijn verdere leven aan de vraag naar het waarom hiervan en de uitweg uit dat lijden.
Toch zien we nooit een afbeelding van een oude of zieke Boeddha, hij lijkt altijd op een gezonde, jonge man.  Ik ken een muurschildering op de buitenzijde van een tempel in de Isaan die een overgevende Boeddha weergeeft, vlak voor zijn overlijden. We kennen de beelden die ‘de Liggende Boeddha’ worden genoemd. Zij stellen ‘de Stervende Boeddha’ voor, maar dat wordt zelden zo verwoord.  Misschien omdat zijn dood voelt als een overwinning.

Tino Kuis, De laatste maanden van het leven van de Boeddha
Brakende Boeddha met bedroefde leerlingen (muurschildering in een tempel in de Isaan).

Twee oude  mannen: de Boeddha en koning Pasenedi

Een volgeling van de Boeddha, koning Pasenedi van het rijk Kosala, was ongerust. Hij zag dat er steeds meer machtshonger en geweld was tussen de rijken in het Ganges gebied. Toen hij tijdens  een tocht hoorde dat de Boeddha zich in die omgeving ophield, zocht hij hem op. Pasenedi prees de rust en vrede die uitging van de Boeddha en de Sangha en zij grapten samen ook over hun ouderdom,  beiden waren tachtig jaar.

Nadat Pasenedi afscheid had genomen merkte hij dat zijn gevolg was verdwenen op een hofdame na, die hem vertelde dat er een paleisrevolutie was geweest die de kroonprins Vidudabha op de troon had gezet en dat zijn leven in gevaar was als hij daarnaar terugkeerde. De koning besloot naar de hoofdstad Rajagaha van het aangrenzende koninkrijk Magadha te gaan waar verwanten woonden.  De poort was echter al gesloten en de koning overnachtte buiten de muren. De volgende morgen werd hij dood aangetroffen in een verblijf voor armen.

De Boeddha was zeer geïnteresseerd in de politiek van die tijd. Hij sprak vaak met koningen of hun afgevaardigden. Hij zag en hoorde de ambities van de koningen die de kleine rijken in hun omgeving wilden overnemen. Het zou niet lang duren of Pasenedi’s zoon zou de Sakyans, het volk van de Boeddha, verslaan en uitmoorden.

Ananda, de meest geliefde leerling van de Boeddha, zag tot zijn ontzetting de veroudering van de Boeddha. Hij was gerimpeld, zijn ledematen waren slap, zijn lichaam gebogen en zijn zintuigen leken steeds meer te falen. ‘Zo is het, Ananda’, zei de Boeddha. Ouderdom is soms wreed vooral door de toegenomen kwetsbaarheid. En die kwetsbaarheid bleek ook uit de tekenen van die tijd.

Jonge ambitieuze mannen kwamen in opstand tegen hun ouders, zonen doodden hun vaders. In die laatste jaren van het leven van de Boeddha spreken de geschriften over de verschrikkingen in een wereld waar alle ontzag en heiligheid verloren leek te gaan. Egoïsme, haat, afgunst, hebzucht en eerzucht voerden de boventoon. Mensen die in de weg stonden bij het streven naar macht werden meedogenloos uit de weg geruimd. De boodschap  van de Boeddha over onbaatzuchtigheid en liefdevolle vriendelijkheid leek te zijn vergeten.

De reis van de Boeddha naar het Noorden

De Boeddha wilde de regenretraite, de vassa, in Vesali doorbrengen. Hij reisde met een groot aantal monniken daarheen. Hij overnachtte in een mangoboomgaard, die toebehoorde aan de courtisane Ambapali die hem ontving en uitnodigde voor een maaltijd. Toen een latere groep de Boeddha eveneens uitnodigde voor een maaltijd en de Boeddha hen zei dat hij al een uitnodiging van de courtisane Ambapali had aanvaard, spotten zij goed gehumeurd: ‘Natuurlijk prefereert de Boeddha een courtisane boven ons!’

De Boeddha reisde verder na een groot aantal monniken te hebben weggestuurd. Hij was een paar dagen ziek en Ananda vroeg hoe de Sangha, het monnikendom, moest worden bestuurd na zijn overlijden. Had de Boeddha monniken als leiders benoemd? De Boeddha antwoordde dat de Sangha geen leiderschap nodig had, behalve de Dhamma, en alleen de Dhamma. Mensen moeten vertrouwen op hun innerlijke sterkte, gevoed door meditatie en concentratie en niet op autoriteit.

Nadat de Boeddha een laatste verleiding van Mara, zijn schaduw-zelf, had doorstaan en de wil om verder te leven had opgegeven gaf hij een vaarweltoespraak voor een aantal monniken. ‘Ik heb jullie alleen dingen geleerd die ik zelf heb meegemaakt’, zei hij en vroeg hen niets aan te nemen wat alleen gebaseerd was op vertrouwen. Maar, zo zei hij, het belangrijkste is te leven voor anderen. Het bereiken van de Verlichting is niet een prijs om zelf te houden, maar een aansporing om te werken aan het welzijn en het geluk van allen, uit mededogen met anderen en de hele wereld.

In een plaatsje genaamd Pava at de Boeddha een maaltijd bij Cunda, de zoon van een goudsmid. De nacht daarop werd de Boeddha ernstig ziek met heftige buikpijn en overgeven met bloed. Hierover zijn allerlei theorieën geweven die speculeren of Cunda de Boeddha heeft vergiftigd.

Na enige dagen knapte de Boeddha op en hij zette met een aantal monniken de reis voort naar Kusinara, waar hij zou sterven.

Parinibbana

Het sterven van de Boeddha, van elke Boeddha, van een ieder die reeds verlicht is, die nibbana heeft bereikt,  wordt parinibbana genoemd (parinirvana in het Sanskriet). Het is het loslaten van de laatste resten van het aardse bestaan en het volledig verlaten van de cyclus van wedergeboorten naar een plaats van rust en vrede.

De Boeddha heeft veel beschrijvingen nagelaten van wat nibbana, verlichting, inhoudt. Het is vrij zijn van zelfzucht, hebzucht, jaloezie, haat-en wraakgevoelens.  Het is ‘uitdoven’ van begeerten en het is onthechten. Maar wat parinibbana is, de toestand na het overlijden, is aanleiding geweest van veel controversen tussen verschillende boeddhistische stromingen en beschuldigingen van ketterij. Parinibbana is Alles of Niets.

De Boeddha sterft

Op weg naar Kusinara was een bosje sala-bomen. De Boeddha was moe en had pijn. Hij legde zich neer onder een paar bomen die vervolgens hun bloembladeren op hem lieten vallen. Later in het dorp riep hij Ananda bij zich en vertelde hoe hij de uitvaart wilde. Ananda luisterde en ging naar buiten en weende lange tijd. ‘Mijn Leraar gaat nu parinibbana binnen, mijn  Leraar die zoveel mededogen toonde en altijd zo aardig was tegen mij.’

Tino Kuis, De laatste maanden van het leven van de Boeddha, Stervende Boeddha
Stervende Boeddha in een reliëf uit de Gandhara-periode (2e – 3e eeuw na Chr., noordwest Pakistaan, noordoost Afghanistan)

Toen de Boeddha de tranen van Ananda gewaar werd, zei hij ‘Dit is genoeg, Ananda. Wees niet bedroefd. Heb ik niet gezegd dat niets blijvend is en alles voorbijgaat?’ ‘En Ananda’, vervolgde de Boeddha, ‘jij hebt jarenlang met liefde en vriendelijkheid voor mij gezorgd. Je steunde me met al je woorden en gedachten. Je hielp me met blijdschap en uit volle overtuiging. Je hebt veel verdienste verworven, Ananda. Blijf zo doorgaan en ook jij zult binnenkort worden verlicht’.

Maar Ananda kon het niet loslaten. ‘Waarom moet u hier sterven, in deze jungle, in een modderhut, in deze achterlijke omgeving?’ Ook de Sangha bleek later verlegen te zijn met deze keuze van de Boeddha.

De Boeddha keerde zich weer tot Ananda. ‘Misschien denk je dat de woorden van de Leraar tot het verleden behoren, en dat er geen Leraar meer zal zijn. Zo is het niet. Laat de Dhamma en de Discipline vanaf nu je Leraar zijn.’  Hij had altijd zijn leerlingen voorgehouden dat niet hijzelf maar de Dhamma, de Leer, belangrijk was.

Hij keerde zich voor het laatst tot al zijn leerlingen en zei: ‘Alles moet heengaan. Zoek met ijver je verlichting’. De Boeddha verloor het bewustzijn en stierf.

Zoals een vlam uitgeblazen door de wind

Gaat rusten en niet meer kan worden geduid

Zo gaat ook de verlichte mens vrij van zelfzucht

rusten en kan niet meer worden geduid

Voorbij alle verbeelding

voorbij de macht van woorden….

 

Belangrijkste Bron

Karen Armstrong, Buddha, 2000

Tino Kuis
Over Tino Kuis 119 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

1 Comment

  1. Prima stuk Tino. Het is maar vreemd dat zijn sterven eigenlijk nauwelijks besproken woord. We zien inderdaad een verheerlijkte versie van een 40 jaar ogende Boeddha die ontspannen op zijn zij ligt, terwijl het eigenlijk een oude, zwakke man was die de verlichting had bereikt. Niets om je voor te schamen (schaamte zou behoorlijk conflicteren met het onthechten!!). Zijn dood is iets wat je prima kunt benoemen zou je denken, een simpel feit en alles wat telt is uiteindelijk de Dhamma. En daarin is dit citaat ook een mooi slot: ‘Waarom zou je dit verachtelijke lichaam opzoeken? Ik ben de Dhamma en de Dhamma ben ik.’

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*