Kunst op de vuilnisberg

© Antonin Cee

Als het op superlatieven aankomt, tonen de Thais zich vaak bijzonder genereus. Afgaande op wat ijverige toergidsen je vol verve voorhouden, heeft dit land de grootste drijvende markt in Zuid-Oost Azië en het hoogste Boeddhabeeld ter wereld, om maar enkele veelgebruikte superlatieven te noemen. En met de Pathom Chedi in Nakhon Pathom ook de hoogste stupa ter wereld.

We kregen het over boeddhisme

Ik had het daarnet een van die jongens weer eens horen vertellen aan een reisgezelschap, dat er, braafjes hun dagprogramma volgend, naar op weg was. Bij een Amazone aan de rand van het stadje zaten ze net als ik aan de koffie. Toen hij me zag glimlachen kwam de gids goedgemutst bij me zitten en we babbelden wat. Over boeddhisme enzo.

gezicht in mand_resize

Een gebroken gezicht, waarmee gezichtsverlies bedoeld wordt…

En zie, daar kwam hij weer met een van zijn superlatieven, een orginele, dat geef ik hem na. Nog niet eerder gehoord. Volgens hem had men in Thailand “het diepste begrip van de werkelijkheid die we om ons heen aantreffen”.

“Vergeleken met wat het boeddhisme daarover te zeggen heeft, is Einstein maar een dilletant”, poneerde hij met apodictische zekerheid, zonder een enkele keer met zijn ogen te knipperen.

Ik heb hem niet gevraagd, hoe hij daar zo zeker van kon zijn.Tenslotte geldt ook hier: geloof verzet bergen .

Waar zij zich neerzetten gebeurt het

Weer eens onderweg van zuid naar noord, reed ik even later het stadje door en kijk toch eens aan, ik voelde ook zo’n overtreffende trap in me opwellen. Met twaalf banen betonweg vol brullend verkeer waar geen boom meer kan ademen, zwartgeblakerde shophouses, fabrieken en opslagplaatsen van verroeste golfplaat, is Nakhon Pathom wellicht het lelijkste stadje in het land.

In het centrum, in Thaise steden niet altijd uitputtend te definiëren, is het niet veel beter. Hier zijn het voornamelijk Chinese immigranten, die het straatbeeld bepalen zoals in zovele Thaise stadjes.

Ze bouwen het stadscentrum als het ware om zich heen, zoals middeleeuwse kastelen dat deden in Europa. Waar zij zich neerzetten gebeurt het en ze verdoen hun tijd niet met esthetische overpeinzingen. Trouw aan atavistische principes, die zijn ingegeven door eeuwen van hongersnood en natuurrampen, hebben ze al hun driften weten te kanaliseren naar één enkel punt : geld verdienen. En dat doen ze dan ook.

gezicht met ushi_resize

…waar het zwevende gelaat van een man met gulzige lippen zuigt aan een ushi, de uitstulping op het hoofd van de Boeddha…

Chinezen zijn daarbij eerlijk noch oneerlijk, vertelt ons Henri Micheaux. Ze laten zich simpelweg leiden door de aangetroffen omstandigheden en voegen zich naar het grote geheel, zoals ze dat door Chinese klassiekers wordt aanbevolen. Dat vraagt flexibiliteit. Pragmatisch tot onder in het diepst van hun ingewanden. Als ze eenmaal aan de slag gaan, kan geen enkele morele terughoudendheid ze nog afremmen.

Er komt altijd een omslag

Tussen het verveloze beton van op elkaar hurkende huizen, weggestopt achter fikse reclameborden, die alle onbenulligheden van het consumptietijdperk uitschreeuwen, op de afbrokkelende stoepen (voor zover aanwezig) en met alles diep in de smog, hebben ze hun hele handelsdrift op straat gegooid.

Creatieve reisbrochures, die natuurlijk ook hun pecuniaire belangen hebben, duiden dergelijke Chinese buurten vaak als pittoresk.

Maar alles is altijd Ying en Yang en die twee gaan onophoudelijk in elkaar over. En dit keer zorgde het toeval voor de omslag, die volgens deze oude Chinese wijsheid altijd onherroepelijk plaatvindt.

Ergens vergat ik af te slaan en kwam zowaar terecht in een groene laan. Wetend dat ik niet langer op het juiste spoor zat, begon ik uit te kijken naar een plek om een U-turn te maken. En daar zie ik het ineens staan: Silpakorn Art Centre. Mischien een goede pleisterplaats om de zinnen te laven na die onstuimige aanval van beton, denk ik bij mezelf en druk op de rem.

Hij nam de Thaise nationaliteit aan

Silpakorn is waarschijnlijk Thailand’s bekendste kunstacademie die gelegen is tegenover het Grand Palace in Bangkok. Als je wilt ontsnappen aan de straatventers bij de ingang van het paleis, is het een goede plek om even te verpozen in een van de paviljoentjes, die nog wat groen hebben weten te bewaren.

freoci at work

Feroci aan het werk

De academie werd gesticht door een Italiaan uit Florence, Corrado Feroci, die in 1923 naar Bangkok kwam op uitnodiging van Rama VI, om er moderne beeldhouwkunst te onderwijzen.

Nadat Italië zich tijdens de Tweede Wereldoorlog had overgegeven aan de gealliëerden, nam hij de Thaise nationaliteit aan, om niet door de Japanners gearresteerd te worden.

Vanaf die tijd ging hij als Silpa Bhirasri door het leven. Hij wordt beschouwd als de “Vader van de beeldhouwkunst” en zijn geboortedag, 15 september, staat nog altijd op de Thaise kalender als de Silpa-Bhirasridag.

Feroci ontwierp enkele van de bekendste landmarks in Bangkok, zoals het Democracy Monument en het Victory Monument en de beelden van Rama I en Rama IV. Ook koning Taksin op Bangkok’s Rive Gauche, waar hij zijn hoofdstad stichtte, is van de hand van Feroci.

Zijn “Vier Thaise Muzikanten”, oorspronkelijk in brons, behoren waarschijnlijk tot de meest gekopieerde beelden in Thailand. Ze zijn in menige galerie te vinden, daar meestal uitgevoerd in hout. Ik ben benieuwd wat ik hier in dit Art Centre in Nakhon Pathom ga aantreffen.

De tijd mag er naar hartelust aan knagen

Deze dag blijkt echter slecht gekozen, want het is vandaag een feestdag en het gebouw is gesloten. Maar ook in de omliggende tuin zijn de “Schone Kunsten” volop aanwezig, om een toevallige bezoeker een esthetische opkikker te geven.

Overal in de tuin staan levensgrote plastieken, anarchistisch weggezet op het gras als een dejeuner sur l’herbe. Ze maakten deel uit van een expositie die binnen werd gehouden, maar, zoals een ronddrentelende bewaker me vertelt, ze staan nu te wachten om door hun makers te worden opgehaald.

Blijkbaar hebben die daar niet al te veel haast mee en de tijd mag er naar hartelust aan knagen. Sommige beelden zijn al aardig aan het doorroesten en achter het gebouw ligt een half voetbalveld van verontachtzaamde kunst ordeloos door elkaar heen. Achteloos weggesmeten lijkt het, maar met wat fantasie kan je er natuurlijk ook een stellage in zien.

hands_resize

Wordt hier een politiek probleem aangesneden?

Dit centrum is de plaats waar de artistieke nazaten van Feroci hun werk tonen en de afmetingen liegen er niet om. Zeker als je dat vergelijkt met wat in Nederland soms te kijk wordt gezet. Want sommige van de moderne bronsjes die je daar ziet op straathoeken en pleinen, zijn zo klein dat je er medelijden mee zou krijgen.

Ogen die intense pret suggereren

insecten2_resize

Insectachtige creaturen, die het in een science-fictionfilm goed zouden doen…

Met als achtergrond een klassiek Thais huis waarvan er hier ook enkele geconserveerd worden, staan enkele insectachtige creaturen, die het in een science-fictionfilm goed zouden doen. Middels een soort navelstreng zijn ze met elkaar verbonden, waarschijnlijk als expressie van de collectieve idee eigen aan de soort.

jan klaassen_resize

Jan Klaassen met een wilde haardos…

Wat verderop tref ik een omgevallen Jan Klaassen met een wilde haardos, oosterse wegdraaiende ogen die intense pret suggereren en een olijke westerse mond.

Onder een groepje bomen hurken twee Chinese maskers met zwaar geloken ogen. Ze lijken op het punt te staan elkaar een tongzoen te geven (zie openingsillustratie). Of drukken ze misschien hun misprijzen uit?

Weer een ietsje verder een gebarsten gezicht, dat gezien zijn ingetogen expressie aan Boeddha zou kunnen toebehoren. Het ligt teruggetrokken in een gesculpteerde mand, die aan de buitenkant overeenkomst vertoont met de haardracht van de Verlichte in zijn klassieke vormen.

Wordt hier gezegd, dat het boeddhisme aan het “breken” is en zich steeds meer terugtrekt uit de Thaise samenleving? Het opengespleten gezicht zou dan tevens de uitdrukking kunnen zijn van na taek, een gebroken gezicht, waarmee gezichtverlies bedoeld wordt: geen goede zaak in de Thaise optiek en volgens sommige antropologen equivalent met het westerse schuldgevoel.

Naast een bamboepartij springen vanuit een paar gigantische opengevouwen handen kleinere armen op naar de hemel, die enkele vogels los gaan laten. De dynamiek wekt de indruk dat met het opengaan van die handen de oprijzende armen hun vrijheid hebben verkregen, wat door de opvliegende vogels verder versterkt wordt. Wordt hier een politiek probleem aangesneden dat op een andere manier niet verwoord kan worden?

Hij werd geïnitieerd in de Thaise magie

 Naast de deur van het Art Centre staat een levengroot paard met een huid als een maliënkolder. Het zou een afbeelding kunnen zijn van het legendarische rijdier, bereden door koning Taksin in zijn campagne tegen de Birmanen, toen het land bevrijd moest worden.

pard_resize

Een levengroot paard met een huid als een maliënkolder…

 Feroci zelf wijdde in zijn schrijverijen een lang artikel aan dit paard, waarin hij de bijzondere eigenschappen van dit dier de revue laat passeren. Vermoedelijk had zijn jarenlang verblijf in dit land hem terdege geïnitieerd in de Thaise magie.

Maar ik word vooral gefascineerd door een beeld van forse afmetingen, waar het zwevende gelaat van een man met gulzige lippen zuigt aan een ushi, de uitstulping op het hoofd van de Boeddha, als aan de tepel van een vrouwenborst. Laaf je aan Boeddha’s wijsheid, is hier de overduidelijk suggestie. Tegelijkertijd is het een enigszins gewaagde voorstelling in een land waar alles wat met Boeddha te maken heeft puriteins bekeken wordt.

Feroci kan tevreden zijn. Aan originaliteit ontbreekt het deze kunstenaars niet. Het is alleen jammer dat deze voorstellingen hun weg naar de publieke ruimte maar zelden vinden. Menig stadscentrum in dit land zou er aardig mee opgevrolijkt kunnen worden.

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)