Kort verhaal: Thuis in Singapore


Foto: Jason Goh/Pixabay

Alle dagen zon. Lekker luieren op een terrasje, rustig wat gaan werken, en een ton verdienen. Singapore is veel maar niet dat. Al klaag ik niet over de verloning en de belasting die ik hier betaal, en ik kan elke dag gaan zwemmen voor het ontbijt. Ik kan ook elke morgen met de taxi naar het werk: taxi’s zijn niet duur en ’s avonds kom ik terug met de MRT – een grotendeels ondergronds netwerk waarbij Brussel en Antwerpen diep schaamrood mogen krijgen.

Maar nu heerst er al twee maanden ‘Haze’: een fijne mist die alles omfloerst, je longen overneemt en naar net uitgegane vuren stinkt. De haze komt elk jaar terug: Indonesië is maar een boogscheut hier vandaan: ik kan Batam zien liggen wanneer ik op Kusu Island ga zwemmen en tekenen.

Culturen

Ik hou ook van het samengaan van culturen wat hier weinig problemen oplevert, maar achter de schermen streng gereglementeerd is: 70% Chinezen, 14% Maleiers, 6% Indiers en 10% expats. Sociale huizenblokken waar de bewoners eigenaar zijn van hun appartement. In elke huizenblok geldt dezelfde verdeelsleutel. Zijn ze beter gebouwd dan in de Franse banlieu? Daar ben ik nog niet zo zeker van. Zien ze er beter uit dan in de Parijse banlieu? Zonder twijfel: alles is netjes, en wordt verzorgd.

Hier heerst de meritocratie: je gaat naar school, en als je het goed doet, ga je verder. Ambtenaren worden goed betaald om goed te presteren. Enkel de besten gaan in het onderwijs, want van een goede opleiding hangt het voortbestaan van Singapore af. Want Singapore is een schort groot en heeft niets. OK, er is de haven. De drukste haven ter wereld. Het is indrukwekkend wanneer je zoals ik vanmorgen langs de East Coast gaat wandelen: honderden schepen liggen te wachten om binnen te lopen.

Foto: Jason Goh/Pixabay

Sociale druk in Singapore

Toch ben ik blij dat ik geen Singaporeaan ben. De sociale druk in Singapore is verpletterend. Dit is een stad waar je echt geen auto nodig hebt: het publiek transportsysteem is onvergelijkbaar, en wanneer het moet is een taxi best te doen. Alleen: je moet bewijzen dat je wat betekent, en dat kan je – zoals overal in Azië – alleen met materiële tekens. Dus moet je een auto hebben. Een auto kost een fortuin. Want vooraleer je er één kan kopen, moet je een ‘recht op een auto’ kopen, en dat gaat per openbaar opbod. Dat kan aardig oplopen, tot ver boven de prijs van een auto. Een auto mag maar tien jaar rijden – of anders betaal je opnieuw voor het voorrecht een auto te hebben.

Woongelegenheid – toch buiten het sociaal systeem – kost een fortuin. Ik betaal 2700 SGD (1800 EUR) voor een klein appartementje: een slaapkamer, een living met ingebouwde keuken en een kleine badkamer – alles samen 35 m2. En dat is 400 SGD minder dan vorig jaar want de prijzen zijn verminderd. Mijn eigenaar wilde eigenlijk van het appartement af en ik kreeg eerste keus: 190,000 SGD (een klein 130,000 EUR). Daarvoor kan je in Thailand een serieuze villa bouwen. Momenteel krijgt ze het niet verkocht.

Honderdduizenden expats

Maar genoeg met die feiten en cijfers! Ik ben hier een expat, zoals een paar honderdduizend anderen. De elite – waar ik ook toe hoor – komt erin omdat we een specialisatie hebben die in Singapore niet bestaat. Maar er zijn regels: je kan maar X procent expats inhuren, de rest moet uit Singapore komen. Er zijn ook de superrijke Chinezen die door iedereen gehaat worden om hun arrogantie en hun ongelooflijke boersheid. Ik bedenk me dikwijls dat de Culturele Revolutie het laatste restje cultuur dat er in China bestond weggeveegd heeft. Ha! Stommeling die ik was om ook ooit even te geloven dat Chinezen voor iets meer dan geld leven. Ze leven voor BMW’s en Mercedessen – beide als het even kan, Gucci, Louis Vuitton, Chanel. Alle Macht aan de Arbeiders! Ik zie ze hier, de oude communisten, good luck!

Ik heb mijn wraak: die vasteland-Chinezen, wat doen ze hier?  Absoluut niets. Ze hebben nooit geleerd met vrije tijd om te gaan en vervelen zich te pletter. Zo’n ongelooflijke leegte: daar kan ik alleen mijn plezier in hebben. De mannen alleen zullen wel in Geylang hun gerief vinden in de Karaokes, of in de zijstraten daar. En dan? Aan het zwembad zie je ze zelden. Vorig weekend was er een vrouwelijk exemplaar dat zich toch tot hier waagde. Ze droeg een T-shirt en een te spannende broek die geen twijfel liet over de grootte van haar onderbroek. Ze tippelde naar de douche en drukte op de knop waarna ze gillend achteruit stapte. Dan probeerde ze, telkens weer drukkend, de douche af te zetten. Daarna verdween ze weer, kletsnat. Niet teruggezien.

Foto: Jason Goh/Pixabay

Housegirls

Het merendeel van de ‘expats’ hier zijn housegirls uit de Filippijnen of uit Indonesië, Bengaalse en Indiase bouwvakkers. Ze werken hier voor een bepaalde tijd, worden weinig betaald maar toch nog genoeg om geld naar huis te sturen. Ze logeren in kleine optrekken, in kampen of gewoon in het gebouw in opbouw. Zondag hebben ze vrij en dan kan je beter Lucky Plaza of Orchard Road (waar Filippino’s samenkomen),  City Plaza (idem voor de meisjes uit Bintam en Batam en macho Bangladeshi’s) en Little India mijden: onvoorstelbaar druk.

In het weekend kom ik nooit in het centrum. Zaterdagsmorgens ga ik naar Sam Mui Kua, mijn pottenbakkersklas. Eigenlijk kan je best een hele dag blijven, maar ik krijg last van het stof na een tijd. Ik ben er de enige buitenlander, en dat ik vind ik best zo. De meeste expats gaan alleen om met andere expats. Dat is nooit mijn ding geweest. Vooral Duitsers en Engelsen zijn in dat bedje ziek. Ik vermoed dat velen zich nog koloniale heren wanen. Fransen? Die zijn okay zolang ze alleen zijn. Als je twee of meer stuks samen hebt kan je hun superioriteitsgevoel meten aan hun drukte en hun stemvolume.

Expat-wereldje in Singapore

Ik aarzel dit te zeggen, maar ik vind veel van die expat-jongeren ongelooflijk verwaand. Wij dachten wellicht ook dat de we de waarheid in pacht hadden maar hadden wij zo’n pretentie?  Vooral bij mannelijke Fransen valt me dat op. Moeten ze de frustratie dat ze thuis geen werk vinden sublimeren? Sommigen die ik in Australië ontmoette vertellen doodsimpel dat ze voor het surfen komen. Mon oeuil, surfen. Meisjes zijn eerlijker.

Een expat-wereldje is iets bijzonders. Een soort cocon. Een wereldje van concurrentie, jezelf bewijzen, mekaar de loef afsteken op korte termijn waar ik weinig voor voel. Na al die tijd in IT weet ik: het gaat snel weer voorbij, en daar is al de volgende ongelooflijke trend of app.

Misschien verklaart dat deels het succes van Indiërs in de IT-sector: goede programmeurs, maar als analysten meesters van het kort-op-de-bal spelen. Ze doen alles wat hun klanten vragen en doen je versteld staan van hun snelle oplossingen. Al dikwijls meegemaakt: die snelle oplossingen passen meestal niet in een langere termijnvisie of in een grondige analyse.

Een voorbeeld uit velen: ik kwam als systeemarchitect op een nieuw project dat door Indiërs was voorbereid. Eén van hem kwam me uitleggen hoe een ingewikkelde herverzekeringsconstructie voor een bepaald jaar in het systeem kon opgelost worden. Heel clever, en die oplossing maakte het tot de blueprint. Alleen: de oplossing kon niet gebruikt worden voor de andere contractjaren want die had hij niet bekeken. Hoe dat op te lossen? Voor hem was het simpel: hij was geen mathematicus, stelde hij. Uiteindelijk vond ik een uitweg die de klant niet de indruk zou geven dat er een povere analyse gebeurd was, en die toch in het verlengde lag van de vorige oplossing. Daar ben ik nog trots op.

Lokale sfeer

Singapore dus. Mijn eerste twee weken zat ik in een hotel. Eerst twee dagen in een zogenaamd ‘boutique hotel’ wat hier dikwijls staat voor mooi-van-buiten-maar-verwacht-niet-teveel-binnen. Het was ongelooflijk lawaaierig en mijn venster gaf op een terrasje waar twee monster AC’s stonden te brullen. Gerhard – ja, dezelfde oen was er nog altijd – had het voor me gekozen omdat ie dacht dat ik de lokale sfeer zou appreciëren. Hij had hier duidelijk nooit gelogeerd.

De rest van de twee weken zat ik in een modern onpersoonlijk onding, maar het was tenminste rustig. Wat verder in de straat was een bar waar ik ’s avonds wat ging drinken, bevolkt door expats en Filipijnse meisjes. Zo ontmoette ik Lani, maar dat houd ik voor een ander verhaal.

De klant voor wie ik ingehuurd was betaalde voor logement. Hij had een appartement met drie kamers gevonden in een complex in een zijstraat van Bukit Timah, Wilby Road. Die eerste keer toen ik uitstapte aan de slagboom van het domein zag ik net een prachtige gele vogel wegschieten. Ik vroeg de Maleis uitziende wachter naar de naam ervan, en hij antwoordde na even met gefronste wenkbrauwen nagedacht te hebben heel ernstig: “Yellow Bird.”

Gerhard

Het appartement was ruim en ik kreeg de master bedroom (met eigen badkamer). Alleen moest ik het delen met Gerhard. Dat was een verdeeld plezier: positief was dat hij ’s avonds nooit thuis was. Letterlijk: nooit. Ik kon dus kijken naar TV zoals ik wilde, koken wat ik wilde en ontvangen wie ik wilde. Alleen waren de morgens een ramp. Ik ben een nogal opgewekte knaap zeker wanneer het mooi weer is. Ik fluit, ga zwemmen, maak ontbijt. Anders Gerhard. Zijn ontwaken ging gepaard met gedempte vloeken en verwensingen, slaande deuren, een gezicht dat op storm stond. Hij strompelde als een robot naar het terras om zwijgend met vertrokken gelaat een eerste sigaret te roken. Dan zuchtte hij diep. Nooit zei hij een woord. Hij stond op en we gingen samen de trappen af, naar het busje dat ons naar de stad bracht.

Foto: Sharon Ang/Pixabay

Belg in Singapore

Helemaal in het begin maakte ik koffie voor hem bij. Een dank je heb ik nooit gehoord. Na een tijd merkte ik dat ik zelf neerslachtig werd van dit gedrag en ik begon hem te mijden. Helaas moest ik ook met hem werken. Sedert die periode mijd ik expats.

Als Belg is het ook makkelijker: we zijn hier met een duizendtal. Er is geen Belgische school of een Belgisch chalet. Ook niet zeker of er een kat zou komen, want zo’n samenhokkers als de Duitsers of de Fransen zijn wij niet.

Hier integreren als vreemdeling is niet makkelijk, en het heeft me toch twee jaar geduurd eer ik het gevoel kreeg dat ik hier en daar een houvast begon te krijgen.

Thuis in Singapore

Gelukkig was Sue er, maar die mocht hier niet werken en begon zich al snel te vervelen. Nu runt ze haar restaurant, ik ga op bezoek zo dikwijls ik kan. Pas toen ik bij ACR mijn ontslag gaf merkte ik dat wel vrienden gemaakt had: ineens werd ik overstelpt met uitnodigingen voor etentjes. Bijna allemaal van Singaporezen. Sommigen zie ik nog regelmatig.

En, toen wist ik. Nu ben ik thuis. Hier in Singapore.

Aangepaste Muziek: NOBODY BUT YOU (the Wondergirls)


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Geert Barbier
Over Geert Barbier 19 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

4 Comments

  1. wel een zeer onpersoonlijke wereld, geef mij maar ierland, nadat ik in meer dan 20 landen werkte, nu 12 jaar ierland, waar het leven nog het leven waard is, bedankt voor het mooie artikel en groeten uit donegal.

  2. Je schrijft leuk … zou je graag volgen… na 20 jaar Frankrijk remigreer ik binnen kort naar Nederland. Ben zeventig … kon de omschrijving van de Fransen voelen hahaha

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*