Kort verhaal: Pa Chaab lacht

Pa Chaab lacht. Het is de zaligste lach die ik me in kan denken. De verticale zon polijst zijn huid. Glad als de schil van een olijf.
De kraag van zijn hemd sluit keurig om zijn hals. Dat shirt heeft bijzonder mooie knoopjes in de vorm van minutieuze rode kokardebloempjes. Zijn hals, zijn onderarmen, alles strak als het vel van een opgespannen trommel. Zijn gezicht is vol beweging en nuance. Stug kapsel met een veeg haarcrème naar voren gestreken. Zijn wenkbrauwen overwelven zijn ogen in een iele lijn.
Pa Chaab betekent zoveel als jong voor iemand die ouder is! Jeune premier! In de omgang ‘Vadertje Teenager’!
Hij kijkt energiek en fier.
Toch heeft hij niets aanstellerigs.
Van Amnat Charoen had de Yellow VIP-bus ons op bestemming Rayong afgeleverd. Alles bijeen al dadelijk een rit van half negen ’s avonds tot negen ’s morgens, stop Korat, stop Kabinburi, stop Chonburi en stop Pattaya, waar alles en iedereen nog sliep, ook het struikgewas en de zwerfhonden. Alles roerloos en doodstil.
Rayong ligt aan de zuidoostelijke stranden op minder dan tweehonderd kilometer van Bangkok. De rimpelende zee klinkt er of gulzige koppeltjes onder het suizelende gesis van schelpen op het klamme zand gretig kussen. Het is het zoute water van de Golf van Thailand.
Verfomfaaid kwamen we uit de nacht. Het busstation was leeg. In de stalen spanten van het gegolfde dak prevelden nietige mussen een ochtendgebedje. Het trillende neonlicht verbleekte in het verschijnende licht.
De lucht met zijn zwarte massa van roerige wolken hing in de ochtendschemering als een immense drom olifanten over ons heen, net of de horde van plan was de bus plat te walsen. Ik hield mijn hart vast.
“Me, Pa Chaab”, zei de man die Pa Chaab was. Hij dook voor ons op. Voor onze stomverbaasde ogen maakte hij een wai. “Welcome in Rayong.” Hij steekt mij en Phannakorn een kraaknet visitekaartje in de hand. Gedrukt op groen maco-papier.
Buiten op het plein voor het busstation hangt hij in zijn taxi rond en pikt nu en dan verdwaalde klanten op.
“Always call me. Falang t-wust me, Thai people tooh! Bwing them to Chiang Mai if they want. E-we-wy-whe-le in Thailand. Mae Phim?”
Hij wijst ons de weg naar zijn aftandse Toyota – de donkerblauwe lak is verweerd en dof – draagt de koffer van Phannakorn en hij lacht. Voor hij de kofferbak opent, maakt hij nog eens een wai. Zijn lange fletsgroene broek is van dun linnen, modieus nieuw. Hij opent het deksel en propt onze koffers naast de gastank die haast alle ruimte in beslag neemt.
Bijzonder is de mens Pa Chaab niet – het is een heel gewone man!
Je kunt hem domweg op straat voorbijlopen zonder dat je acht op hem slaat. Zijn bovenlip draagt een glazige kraag van klein zweet.
Pa Chaab is minzaam als hij gewoon kijkt. Innemend, als hij met zijn ogen lacht. Als hij helemaal lacht, lippen vaneen, fonkelende tanden, mondhoeken opgekruld wordt hij echt beminnelijk. Blijft hij lachen – nog échter beminnelijk!
Het is me onmogelijk de schittering in zijn ogen te omschrijven. Het voelt of er drie bonte regenbogen zijn gespannen, ze schitteren in alle kleuren. Zijn blik is ongekunsteld, bevrijd. Voorbij aan engelen, duivel en demons. Zijn geest heeft alle speelruimte.
Die man is een gave op zich.
Pa Chaab is freelance taxichauffeur. Zijn actieradius is Rayong. Zijn Engels is grappig.
Hij rijdt in zijn vermoeide Toyota Carina. De schokdempers zijn totaal op, dat heb ik aan mijn achterwerk gevoeld. Op de achterbank steekt een krul van de vering er trouwens doorheen. Maar binnen is de wagen clean, ruikt fris naar afterregenseizoen, hij rijdt nog en is afbetaald.
Er hangt een boeddha-amulet aan de achteruitkijkspiegel te bengelen. Hij hangt door een oog aan een koordje en hij slingert heel hard heen en weer als hij vertrekt.
“Always call me. Mae Phim? Het badstadje hier verderop?”
Ja, daar willen we naartoe. “Kun je ons naar Mae Phim voeren…”, vroeg ik.
“You wanna go Laem Mae Phim? Seaside? Okay! No plo-bem! Fifty minuts. Many Swedish in Mae Phim with Thai lady. Mel-lied. Thlee hund-deld baht… Okay fo-ow you?”
Pa Chaab blijkt alleen tussendoor taxichauffeur, in hoofdzaak let hij op de baby.
Ik geloof dat de man veertig is, in werkelijkheid is hij twee jaar jonger als ik, vierenzestig. Fiere vader toont op zijn mobile een ukje, een wolk van een dochter, twee bosjes zwarte sprieten heeft dat babymeisje links en rechts op haar hoofd in elastiekjes rechtop, terwijl ze argeloos over zijn schouder achterom in de lens kijkt.
Koolzwarte wimpers. Koolzwarte irissen, ondoorgrondelijk.
Hoe die schittering in de ogen van Pa Chaab aanvoelt – ik kan het nog altijd niet opschrijven. Pa Chaab toont zijn gezicht zoals het juist is. In mijn leven heb ik al zoveel gezichten gezien, averechts of toegedaan, mild of gemeen, wreed of goedertieren. Scherp als een naald of goed als brood!
Zijn blik is voorbij lelijk en schoon, voorbij wit en zwart. Het lijkt of hij stap voor stap alles meemaakt, wat zijn lot voor hem voorzien heeft.
Pa Chaab is een gewoon man. Zijn nieuwe vrouw is zesendertig, werkt in een Amerikaanse assemblagefabriek bij Rayong, monteert elektronische onderdelen tot I-Mobiles. Hard werk, ze moet zelfs op zaterdag werken. Hij is aan huis.
Onderweg vertelt Pa Chaab over zijn vijf kinderen. Over zijn twee vrouwen.
De eerste aan een kwalijke ziekte gestorven; de tweede, Sunisa, heeft hem zelf gevraagd of hij haar man wou zijn. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen hoe dat hier in Thailand in zijn werk gaat. Alleszins, zijn vier kinderen met zijn overleden vrouw – ze zijn het huis uit – hadden er alles op tegen!
Lange tijd ruzieën. Volwassen kinderen willen dat hun vader oud is! Dat is hun beeld en wens. En ook seks kan voor vader niet meer. Plots komen ze behoudsgezind en oerconventioneel uit de hoek. Pa Chaab zette door.
Sunisa echter wou ook een kindje van hem. De natuurlijke gang van zaken. Niet dat het voor hem zo belangrijk was, nee. Het waren gewoon stadia in zijn leven. Stappen op zijn weg naar geluk. Nog een wedergeboorte is voor mij niet nodig, vertelde hij. Goede daden komen van goede mensen. Dat moet volstaan. Niemand vraagt iemand te oordelen.
Wat we doen, moet volstaan.
Pa Chaab, je lach is aanstekelijk. Je lach bezit de eeuwige jeugd. Ik meen het uit de grond van mijn hart.
Je bent een echte man.
Je leert me fier op mijn leven te zijn.
Niet dat het zo bijzonder is dat ik je tegengekomen ben, nee, bijzonder is dat je een goed mens bent.
Het was voorbij. De auto trok op. De nanacht stierf af. Overal kwaakten nog boomkikkers. Gekko’s schoten bliksemsnel achter de gedoofde neonlampen vandaan. Het eerste licht bestond uit vage trillingen zonder enige kleur. Ver weg in het oosten was het donkerblauw van heuvels en een wonderlijke glans begon achter de scherpe contouren omhoog te komen. Die richting ging hij uit.
Amnat Charoen, mei 2016 – februari 2021

Noten
# Gesprek Tenglish: “Je kunt me altijd bellen. Falang vertrouwen me. Thaise mensen ook. Ik voer ze naar Chiang Mai als ze willen. Naar overal in Thailand. Mae Phim?”
“Het badstadje hier verderop… Ja, daar willen we naartoe. Kun je ons naar Mae Phim voeren…” vroeg ik.
“Wil je naar Laem Mae Phim? De stranden? Okee! Geen probleem! Vijftig minuten. Veel Zweden in Mae Phim met een Thaise vrouw. Getrouwd. Driehonderd baht… Okee voor jou?”

# Farang – falang (enk-mv): specifieke benaming van Thai en Laotianen voor ‘vreemdelingen’ van Kaukasische oorsprong, de withuidige westerse toeristen of expats. Afkomstig van Europa, de Verenigde Staten, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië. De betekenis ‘vreemdeling’ staat voorop, maar soms speelt een negatieve gevoelswaarde. Kleurlingen van Amerikaanse origine worden met ‘farang dam’ aangeduid, (dam is zwart) maar zijn niet echt farang. Aziatische mensen die in Thailand verblijven zijn wel vreemdelingen, geen farang, wel ‘chek’. Mensen uit het Midden-Oosten zijn dan weer ‘khaek’.

Over Alphonse Wijnants 39 Artikelen
Alphonse Wijnants (België) is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

1 Comment

  1. Ik zie pa Chaab zo voor mij. Ik schat hem niet echt groot en niet echt mager. Ik denk dat ik hem ook graag zou ontmoet hebben. Folklore. Couleur local.
    Goed gedaan Fonny!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*