Komt een vrouw niet bij de dokter (5)


Massage tartaar

 

De dagen rijgen zich aaneen in een domme regelmaat. ’s Morgens om acht uur verlaat ik het hotel na een treurig ontbijt geserveerd door even zo treurige obers. Hierna steek ik met ware doodsverachting de Sukhumvit over en neem daar een Tuk Tuk naar het Samitivej. De portiers kennen mij. De dame achter de balie in de hal kent mij. Schoonmaakpersoneel, de meisjes bij “Au Bon Pain”, zelfs de Bangkok Post lijkt mij te kennen die ik van een van de salontafeltjes pak en mee naar boven neem. Vandaag maar eens het nieuws voorlezen. 

Zij heeft haar ogen open. Voor de tweede maal en nu ook wijder. Ik buig over haar heen. Zeg haar gedag. Zij kijkt en dat is alles. Van enige herkenning geen sprake. Ik ben een ding dat over haar heen buigt. Het hoofd dicht bij het hare brengt. Aan haar lippen hangen dunne velletjes. Het zijn dezelfde lippen die ik gekust heb. Al ruim vier weken geleden.

Voor een moment moet ik de kamer af. Zij krijgt fysiotherapie. Het komt mij goed uit. Eens even weg van het levend lijk zoals ik haar inmiddels in mijn gedachtegang heb genoemd. Oneerbiedig? Jazeker. Bezijden de waarheid? Een stuk minder. De beschikking over een computer met internet en je leert een hoop over patiënten met zwaar hersenletsel. Je leert een hoop over hoe er om gegaan moet worden met slachtoffers tijdens een hartstilstand. Tien minuten reanimatie, maximum. Verder heeft geen zin. Tenzij de familie of aanverwanten een kasplantje terug willen. Ik lees dat wat in het Sirikit gebeurde nooit had gemogen. Mishandeling. Maar dan had ik haar daar ook niet naartoe moeten brengen. Haar moeten laten gaan en zelf geen pogingen moeten ondernemen met hartmassage.

Ik zit bij “Au Bon Pain”, drink espresso. Rook hierna buiten een sigaret. De portier komt naast mij staan. Zoals elke dag biets hij er een van mij. Tuurlijk, hier beste man, rook maar en leer mij nog wat Thaise woordjes. Dan leer ik jou wat Engels. Hij is slimmer dan ik. Al snel kan hij al een aantal woorden achter elkaar zeggen. Ik niet één.

Nadat Emy zich over mij ontfermd had, begonnen nu ook de verpleegsters voorstellen te doen. Voor mijn relax, werd gezegd. Ik moest er echt even uit. En dat er even uit betekende naar de zondagsmarkt. Ik geloof dat Bangkok zo’n twaalf miljoen inwoners telt, nou, zij waren er. Allemaal. Daar op die markt. Voetje voor voetje schuifelde we voort bij een temperatuur van wat mij betreft over de honderd graden. Goed voor mijn relax waar ik hele andere ideeën over had met een ruime airconditioned hotelkamer samen met Nukan als Miss intensive care.

Als ik dan toch intensieve zorg nodig had voor mijn relax, had ik zo mijn eigen wensenpakketje en daar kwam absoluut geen markt in voor. Nu werd ik begeleid door vier verpleegsters die hun vrije dag liepen op te offeren voor een farang en waar ik hun heel erg dankbaar voor moest zijn wat ik uitte door ze te trakteren op een diner en gelaten daarbij hun gekwebbel aanhoorde en met lange tanden het Thaise voedsel tot mij nam. Al ruim vijf weken had ik niks anders gegeten dan zoiets, en ik verlangde ontzettend naar een broodje Hema worst, paling of tartaar. Maar hoelang dit ging duren voordat ik de kans kreeg de patat en broodjeszaak bij ons op de hoek van de straat te bezoeken, was nog een grote vraag.

Wat betreft het Samitivej konden wij gezien de conditie van mijn vrouw ‘s hart, gerepatrieerd worden. Maar de ANWB had om een MRSA test gevraagd. En die test was gedaan. Positief. Geen ziekenhuis meer in Holland die haar op wilde nemen. Zij moesten eerst een quarantaineruimte inrichten en zoiets vroeg tijd. Blijkbaar, en zeker als de Pasen er tussen zit. Er werd door de ANWB gevraagd de test nog maar eens uit te voeren. Nog steeds positief. Na nog een week, positief. Weer een week langer in Bangkok. Ik vond het best.

De stroom met e-mails uit Holland begint op te drogen. Men is er blijkbaar aan gewend geraakt. Ik schrijf dan ook geen dagelijkse rapporten meer. Ik doe mijn dagelijkse ding, en vertrek ’s avonds Bangkok in, stap eens zo’n massagesalon binnen, want zoiets schijn je meegemaakt te moeten hebben in Thailand. Ik word hartelijk ontvangen door een gastvrouw die mij terwijl zij een brede lach voor de dag tovert, vraagt of ik een massage wil van een uur, twee uur, met of zonder olie, met of zonder . . . dit laat zij in het midden.

Ik kan kiezen uit een keur van meisjes die allemaal meer dan het aanzien waard zijn, en onverschillig trek ik mijn schouders op, zo van doe mij er maar een. Net als bij de bakker als je moet kiezen tussen verschillende soorten croissants. Ze zien er allemaal smakelijk uit. De gastvrouw doet er een en ik word meegenomen naar boven, achter het meisje met een handdoek onder haar arm de trap oplopend en een spaarzaam verlichte ruimte betredend. Zij stelt zich voor. ‘And what’s your name,’ vraagt zij. ‘And how old are you. Really? Oh, you look good.’

Of ik mijn kleren maar uit wil doen. En hierna op mijn buik op de matras op de grond wil gaan liggen. Ik gehoorzaam. Zij schuift de gordijnen om de matras dicht en zo hebben wij dan een intiem plekje in deze ruimte waar nog meer matrassen op de grond liggen. Nog onbezet weliswaar, maar hierin kan verandering komen. Ik lig op mijn buik, heb mijn armen onder mijn hoofd gevouwen, wacht af en voel dan twee blote dijen rond mijn middel en olie dat druppelsgewijs tussen mijn schouderbladen wordt gegoten. Hierna volgen twee sterke slanke handjes die over mijn schouders beginnen te wrijven en ik val in slaap.

Ik ben uitgeput. Lichamelijk, geestelijk. Heb mijzelf geestelijk afgepaald. Probeer zoveel mogelijk mijn verstand erbij te houden en geen nieuwe indrukken op mijzelf los te laten. Niet in een wereldstad als Bangkok waar zoveel te zien en te ervaren moet zijn, niet in een massagesalon waar een schoonheid met haar fijne handjes mijn lichaam beroert.

Ik slaap. Voel niets. Ben aan gene-zijde en droom van een broodje tartaar.


Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com