Het is stil in het mekka van de backpackers, Khao San Road

Bert Vos, Khao San Road, Backpackers, Corona
Khao San Road in de avond

Het was ooit eens het mekka van de backpackers. Khao San Road in Bangkok. In deze eeuw uitgegroeid tot een toeristische attractie. Het straatje is nu zo goed als leeg sinds covid-19 zijn intrede deed.

Er is geen toerist te bekennen. Alleen wat locals en een verdwaalde expat. De kraampjes zijn weg, geen straatverkopers, een lege horeca, dichte pensions en hier en daar een puffende tuk-tuk op zoek naar klandizie. Hoe anders was het de laatste keer toen ik er neerstreek op een terras.

Khao San Road 2013

Het is zondagmiddag. Ik zit aan een tafeltje voor een pub met een fles Chang bier. Voor mijn netvlies trekt een bont gezelschap voorbij. Wat mij opvalt is, naast de vele tattoos en rastakapsels, dat heel veel voorbijgangers een fles water bij zich dragen. Alsof ze ter plekke omkomen van de dorst, terwijl je op elke tien meter een fles kunt kopen voor 10 bath. In het straatje van pakweg 400 meter verdringen zich wisselkantoortjes, wassalons, internetcafés, souvenirwinkeltjes, kramen met illegale cd’s en dvd’s, winkels voor ‘officiële’ papieren zoals een perskaart, studenten-ID of duikbrevet. Met daarbij nog eens (rasta)kapsalons, eettentjes, belwinkels en kledingrekken. Tel er de barretjes, restaurantjes, reisbureautjes, guesthouses bij op en je hebt een beeld hoe vol het is op die paar honderd meter.

Het is stil in backpackersmekka Khao San Road
Tuks Tuks voor Irish pub Mulligans aan Khao San Road

De terrassen zitten vol met zuipende westerlingen. Ik bestel nog een rondje. Er valt nog heel wat te zien. Aan een tafel naast mij zit een aangeschoten Engelse dame. Op haar ontblote bovenarmen prijken tattoos, haar rastakapsel danst op haar hoofd, armbandjes om de pols, een blauwe zijden blouse, een harembroek, slippers en gekleurde vinger- en teennagels. Met veel gebaren en hysterisch gelach vertelt ze haar tafelgenoten over haar reiservaringen. Ze schreeuwt naar het personeel om nog meer bier. Hun tafel staat vol met 600-centiliter Chang bierflessen, lege glazen met daartussen mobieltjes en verfrommelde sigarettendoosjes.

Khao San Road 1999

Alweer 21 jaar geleden was ik hier voor het eerst. Een backpacker met baard. En natuurlijk moest ik naar het backpackerswalhalla, zo werd mij verteld. Een raamloze kamer met gebruik van gemeenschappelijke badkamer voor zeer weinig geld, waar de hitte niet weg wil en gekko’s de muggen te lijf gaan, was mijn allereerste accommodatie in Thailand. Met naast mij een bed, een slecht geschilderde stoel en een gammele kast. Mijn rugzak stond tegen de muur. Het warme hok voor twee dollar waar ik probeer te slapen na de lange vliegreis en een jetlag zorgt voor een angstaanjagende ervaring. Ik schrik in een stikdonker niets wakker. Een beknellende angst grijpt mij bij de keel. Ik drijf bijna onder mijn laken weg door het zoute zweet.

Malariapil

Muggen zoemen om mij heen. Ik vraag mij af waar ik ben. Paniek. Verstijft pijnig ik mijn hersenen. Beelden komen aarzelend naar boven. De opwinding bij de landing, de douanecontrole, de hitte die mij omarmt, de taxi die mij bij het guesthouse afzet, dat ik over Khao San Road loop, pizza eet, bier drink, naar een vage videofilm kijk, dat ik eenzaam naar mijn kamer terugloop. Mijn zenuwen komen tot rust. Ik ontwaar de contouren van mijn rugzak, ga overeind zitten, haal een zaklamp uit het zijvak en maak licht. En dan weet ik het weer. Ik ben op reis en zit in een vreselijke gribuskamer. Daarnaast had ik gisteren een malariapil ingenomen Een berucht middel waar je zelfs psychotisch van kunt raken. Geïrriteerd dat ik me dit heb laten aansmeren slaap ik in. De volgende dag met de nachttrein naar Chiang Mai.

Bert Vos, Khao San Road, Backpackers, Corona,
Khao San Road zonder Corona

Khao San Road jaren dertig/veertig

Ooit eens, tot de jaren dertig/veertig vond in dit bekendste backpackersstraatje ter wereld de belangrijkste rijstmarkt van Bangkok plaats. Khao is rijst. San betekent gemalen. Het is een straatje van slechts drie blokken lang. Het eerste hotel was voor ambtenaren. In de jaren ’60 bestond de straat uit traditioneel houten huizen op palen waar kleermakerijen gevestigd waren. In die tijd trokken veel jongeren uit de hele wereld over de zogeheten ‘hippietrail’ naar India, waar de nodige geestverruimende middelen werden gebruikt. Veel van hen ook naar Thailand. Een aantal families kwam op het idee om voor een paar dollar kamers te verhuren aan de ‘bloemenkinderen’ die op de Thaise goedkope wiet afkwamen. Daardoor werd de kiem gelegd voor het backpackers-mekka.

Torenhoge rugzakken

Tot begin dit millennium waren in het Mekka van de backpackers tal van Azië-gangers, met torenhoge rugzakken, op weg naar een goedkope slaapplek of een reisbureau. Tourbussen vertrokken er naar alle hoeken van Azië. De paar kraampjes met voedsel, kleding, muziekcassettes en nepartikelen verdwenen als de avond viel. De straat had een overzichtelijk aantal restaurantjes, barretjes en eettentjes, gericht op de westerse toerist. De sfeer was gemoedelijk toen ik in 2002 vlakbij in een guesthouse logeerde. Na het vallen van de avond geen mens te bekennen. Die tijd is voorbij. Was er nu geen corona, dan zou het er dag en nacht feest zijn.

Authentiek stuk Thailand

Toen het toerisme op stoom kwam roken sommige Sino-Thaise ondernemers geld en kochten families, die er al generaties woonden, uit. De teakhouten woningen werden meedogenloos weg-gebulldozerd, er kwamen betonnen blokkendozen voor in de plaats, die guesthouse gingen heten. Met als dieptepunt het oerlelijke JJ Guesthouse, drie verdiepingen hoog met raamloze hokken. Al snel schoten de eerste restaurants, bars en reisbureaus uit de grond. Als malariaparasieten vermenigvuldigden ze zich. En zo werd een authentiek stuk Thailand in ettelijke jaren zeep gebracht en kwam er een einde aan een tijdperk

Afscheid

Bert Vos, Close encounter, Bier
Foto: Bert Vos

Mijn fles laat ondertussen de bruine bodem zien. Het gezelschap onder aanvoering van de dronken ‘hoofd-backpackster’ wordt steeds rumoeriger. De ober kijkt minzaam op hen neer als hij zes flessen op tafel zet. Mijn aandacht gaat uit naar een in traditionele kledij gestoken Lhisu vrouw. Ze staat ineens voor mijn tafel. Behangen met kralen, trommeltjes, beeldjes, armbanden, hoeden, sjaals. Belletjes aan haar rode hoofdtooien klingelen zachtjes. Ze slaat op een trommeltje en zwaait me met een sjaal koelte toe. Een korte, Mai Sue (ik koop niet) en een glimlach zijn voldoende. De zes naast mij negeren haar totaal. Tijd om te gaan vind ik.

Ik reken af, sta op en duik in de massa. Aan het eind van Khao San Road neem ik een tuk-tuk. Het is 40 bath zeg ik tegen de chauffeur in mijn beste Thais. Hij knikt. Dit keer geen toerist om af te zetten. Bij een restaurantje bestel ik een kip, rijst en groente met een laatste Chang. Nog heel even denk ik terug aan die tijd en neem resoluut afscheid van een gesloten hoofdstuk.

 

Ook op Trefpunt: Achter Khao San Road  een toeristische attactie
Bert Vos
Over Bert Vos 183 Artikelen
Bert Vos is journalist, tekst-producent en Azië-liefhebber. Hij woont in Amersfoort.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*