Karl Marx en de Boeddha, hoe radicale Thaise denkers beide visies trachten te verzoenen

Dat Marx een radicale denker was met diep ingrijpende ideeën en voorstellen kan iedereen beamen. Maar de Boeddha dan? In zijn tijd was hij ook zeker een radicale denker. Hij verzette zich tegen hindoeïstische ideeën, zoals rituelen, offerandes, goden en het kastenstelsel, hij wijdde vrouwen in als volwaardige monniken, met zijn stiefmoeder en echtgenote als eersten, en hij riep in de Kalama Sutta iedereen op tot zelfstandig denken en niet slaafs leraren en monniken te volgen.

Enkele Thaise radicale denkers

In de tijdspanne voor en de jaren na de Tweede Wereldoorlog waren er een redelijk aantal radicale denkers met volgelingen die de Thaise maatschappij kritisch onder de loep namen en verbeteringen voorstelden. Ze beperkten zich niet alleen tot economische zaken maar spraken ook over kunst (Art for Life, Life for Art, Jit Phimisak), de rol van vrouwen, de absolute monarchie, de geschiedenis en de religie. De meesten van hen volgden een marxistische visie op de werkelijkheid die echter een interessante vermenging onderging met boeddhistische uitgangspunten. Daarbij kwam het goed uit dat het gedachtegoed van beiden van materialistische aard was.

Tino Kuis, Marx en de Buddha, Kulap
Kulap Saipradit

De meest bekende denkers waren de volgende drie.

Pridi Phanomyong (1900-1983).  Hij was de burgerlijke leider van de revolutie in 1932 die de absolute monarchie omzette in een constitutionele. Een staatsgreep verjaagde hem in 1947 op beschuldiging van communisme en verantwoordelijkheid voor de dood van koning Ananda (1946)  uit Thailand, maar hij bleef in Chinese en in Franse ballingschap schrijven en onderwijzen.

Kulap Saipradit (1905-1974). Schrijver en journalist. Hij zat tussen 1952 en 1957 gevangen wegens ‘verraad’ en vluchtte daarna naar China. Zijn zoon Suripan trouwde daar met Wanee, een dochter van Pridi.

Jit Phumisak (1930-1966). Taal-en geschiedkundige. Hij werd zonder enig proces tussen 1958 en 1965 gevangen gezet wegens ‘communistische ideeën’ en in 1966 nabij Sakon Nakhorn vermoord.

De visie van de Thaise radicale denkers op het boeddhisme

De meesten van deze Thaise denkers gaven hun identiteit als boeddhist niet op en zij bleven geloven in de waarden van deze leer. Ze wisten ook dat het verspreiden van hun marxistische visie gemakkelijker was als zij dat deden met een beroep op elementen uit het boeddhisme. Verlaat het boeddhisme en wordt marxist zou zeker niet aanslaan bij het Thaise volk.

Tino Kuis, Marx en de Buddha, Jit
Jit Phumisak

Het boeddhisme zou ook uit gaan van twijfel, zelfstandig denken en deze leer zou een materiële basis hebben en was niet van boven opgelegd, althans het ‘zuivere’ boeddhisme. Jit Phumisak zei het als volgt:

“Het boeddhisme is een zuivere religie maar het wordt in een klassemaatschappij door de heersende klasse misbruikt. Het is een van de instrumenten van onderdrukking, en diende alleen de sakdina (feodale) klasse. Ze gebruikten het boeddhisme om hun macht en prestige te vestigen en gehoorzaamheid af te dwingen.

In feite werd het boeddhisme destijds juist ontwikkeld om uitbuiting tegen te gaan. De sakdina klasse buitte iedereen uit: de Brahmanen, de middenklasse en het proletariaat.  De sakdina klasse wilde elke religie, boeddhisme, hindoeïsme en animisme gebruiken om hun heerschappij te bewaren. Het boeddhisme keerde zich af van goden, rituelen en geesten, maar de sakdina klasse wilde deze zaken behouden.”

 De nadruk in het officiële boeddhisme ligt over het algemeen op een persoonlijke bevrijding en verlichting. Deze zou alleen tot stand kunnen komen na een terugtrekking uit de maatschappij en een overgave aan meditatie, afzondering en ascese. Aanvaarding van huidige maatschappelijke toestanden, onderwerping aan meerderen en hoogstaanden, opoffering en het verwerven van meer verdiensten door het geven van geld en goederen zou uitzicht bieden op een beter bestaan in een volgend leven.

De Thaise radicale denkers wezen er echter op dat de Boeddha wel degelijk belangstelling had voor maatschappelijke verschijnselen. Hij discussieerde daarover met koningen en ambtenaren die hij vroeg minder agressief en wreed te zijn, wat overigens niet zo veel hielp. Toen de Boeddha eens een tempel binnenliep trof hij daar twee zieke monniken aan die verwaarloosd in hun eigen vuil lagen.  Hij riep daarop de monnikengemeenschap samen en vertelde hen dat zorgen voor elkaar even belangrijk was als zorgen voor jezelf. De Boeddha vergeleek eens mensen met vissen die in sterk verontreinigd water, de maatschappij, zwommen. Mensen kunnen niet gedijen in een onrechtvaardige maatschappij en daar is het veel moeilijker om tot verlichting te komen, zei hij.

Ondanks deze wijd verbreide blijvende hechting van de Thaise marxistisch beweging aan het boeddhisme veroordeelde de staat het communisme mede op grond van de beschuldiging dat zij het boeddhisme (en de monarchie) wilden afschaffen.

Hoe de Thaise radicale denkers het marxisme zagen

In het citaat hierboven spreekt Jit over verschillende klassen wat de basis vormt van de marxistische visie. Vaker echter beoordeelden de Thaise denkers het marxisme in meer persoonlijke en morele termen. De kapitalistische klasse die alle productiemiddelen bezaten vereenzelvigden ze simpelweg met bezitters van privé eigendom en ongeremde hebzucht. Het was ‘lopa’ (in het Thais โลภ loop), begeerte en hechting, en dat was in het boeddhisme de oorzaak van het lijden. Dat de Boeddha daarmee ook andere begeerten bedoelde als wellust en eerzucht negeerden deze denkers.

Marx verklaarde de religie als ‘het opium van het volk’, wat een onneembare barrière van illusies  vormde die een weg naar meer inzicht en verandering zou verhinderen. De Thaise denkers echter verklaarden dat deze gedachte alleen van toepassing was op de westerse religies waar geloof in goden en blinde gehoorzaamheid aan doctrines een overheersende rol speelden.

Tino Kuis, Marx en de Buddha, Pridi
Pridi Phanomyong

De bijdrage van Pridi Phanomyong

Tijdens zijn ballingschap in China schreef Pridi het boek ‘Vergankelijkheid van de Maatschappij’ waar dezelfde thema’s als hierboven omschreven in een meer omvattend werk ter sprake kwamen.  De titel verwijst naar een basisbegrip uit het boeddhisme: vergankelijkheid. Alles is voortdurend in beweging en in verandering. Wat het leven betreft heeft de boeddhist de zegswijze ‘geboorte, ouderdom, ziekte, dood’ die daarnaar verwijst. Door ook de maatschappij vergankelijk te noemen zet Pridi zich af tegen de gedachte van de heersende klasse in Thailand, dat de structuur van de maatschappij, en dan vooral de hiërarchische component met de koning aan de top, en daaronder keurig afgepaste klassen, een blijvend en essentieel onderdeel is van de Thaise cultuur. Alle maatschappijen veranderen waarbij economische factoren het belangrijkste zijn. Hij zei:

“…alle maatschappijen kennen verschillende aspecten, vaak tegengesteld. De maatschappij is altijd een mengeling van nieuwe en oude krachten en ideeën. Deze dialectiek zorgt er voor dat de maatschappij vooruit gaat…”  

Daar waar de heersende klasse claimt door hun goede karma recht te hebben op hun hoge status,  stelt Pridi dat ‘proletariërs’ eveneens een goed karma kunnen hebben of verwerven. De Boeddha veroordeelde verschillen die alleen gebaseerd waren op status.

Als andere denkers benadrukt Pridi ook de radicale elementen in het boeddhisme. Hij verwijst naar het geloof in een toekomstige boeddhistische maatschappij: de Sri Ariya Metrai, rechtvaardig, edel en liefdevol. Ook het boeddhisme moet streven naar een betere maatschappij.

De neergang van de marxistische-communistische beweging in Thailand

De communistische beweging had in Thailand slechts een geringe omvang. Meer dan 6.000 mensen,  waarvan 3.000 gewapend in hun verschillende ‘jungle’ onderkomens, waren er niet. Maar gezien de ontwikkelingen in Vietnam, Cambodja en Laos, waarbij vooral de teloorgang van het koninklijk huis in Laos een diepe indruk maakte, was de angst ervoor groot. Bovendien werd de angst nogal eens op kunstmatige wijze aangewakkerd om ook geweldloze niet-communistische linkse rakkers op een zijspoor te zetten en verder om meer Amerikaanse hulp te verkrijgen.

Eind zeventiger jaren ging de communistische beweging aan zijn eigen tegenstellingen roemloos ten onder, geholpen door een amnestie in 1979, tien jaar voordat dit in Europa gebeurde. Sommigen die uit de jungle terugkeerden, pleegden zelfmoord, velen vatten hun oude bestaan weer op, anderen werden wetenschappers, zakenlieden en politici. Verreweg de meesten zwoeren hun oude ideologie af en, geholpen door hun vroegere loyaliteit aan boeddhisme en monarchie, kregen een redelijk goede ontvangst. Slechts enkelen bleven hun communistische ideologie trouw, en zij worden tot op de dag van vandaag vervolgd en gedood.

Tino Kuis, Marx en de Buddha, Kasian
Kasian Tejapira

Kasian Tejapira (1960 tot heden, hoogleraar politieke wetenschappen, Thammasaat Universiteit) schreef in zijn proefschrift over de manier waarop het marxisme in Thailand en andere landen werd veranderd en aangepast. Hij zag dat als een geheel normale gang van zaken. Over Thailand schreef hij ook nog dit:

“…het spookbeeld van het communisme achtervolgt ons nog steeds en de doden gingen niet heen zonder diepe sporen achter de laten in de geest van hun gesprekspartners…en alleen door lezen, schrijven en begrijpen waar het de communistische geest aangaat kunnen de levenden zich bewust worden van hun eigen onderbewuste……..en zo lang de verwoestingen van dictatuur en kapitalisme Thailand teisteren zullen er steeds nieuwe radicalen opstaan om te vechten voor de overleving van de waardigheid en menselijkheid van henzelf en de mensheid.”

Belangrijkste bronnen:

Dr. Yuanrat Wedel with Paul Wedel, Radical Thought, Thai Mind: The development of revolutionary ideas in Thailand, ABAC, 1987

Kasian Tejapira, Commodifying Marxism: The Formation of Modern Thai Radical Culture, 1927-1958, PhD Cornell University,  1992

Benedict Anderson,  Radicalism after Communism in Thailand and Indonesia, New Left Review, 1993

Over enige radicale denkers voor 1915:

https://www.thailandblog.nl/achtergrond/voorvaderen-radicale-en-revolutionaire-thaise-denkers/

 

 

Tino Kuis
Over Tino Kuis 120 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*