Gewichtloze dagen in Chiang Mai

Over het juiste moment en de onnozelheid van schrijven

Antonin Cee, Gewichtloze dagen in Chiang Mai

Het Moment

In vliegende sprint, balancerend op de rand van de snede,
kaal met een haarlok op zijn voorhoofd, het lichaam bloot – 
greep je hem vooraf, houd je hem vast, maar eenmaal ontsnapt
kan Jupiter zelf hem niet eens terughalen –
zo geeft hij uitdrukking aan het korte moment dat daden mogelijk zijn.
Om resultaten niet mis te lopen door getreuzel
bedacht men in het verleden dit beeld van Het Moment.

Fabels van Aesopus, een beschrijving van Kairos

 

Kairos in Deventer

Er zijn van die gezegende ochtenden. Kloek spring ik uit mijn bed, doe de tien meditatieve ademhalingen op mijn yogamatje en loop regelrecht naar de douche. Onderweg prevel ik een dankjewel naar Kairos, de Griekse god, die het juiste moment om in actie te komen feilloos weet uit te kiezen. Een paar jaar terug weer eens in Deventer, zocht ik hem op. Daar zit hij als bas-reliëf in de gevel van een voormalig schoolgebouw op de Nieuwe Markt. Uit erkentelijkheid liet ik op de stoep een bloemetje voor hem achter.

Het was niet meer dan terecht. Want hij heeft me geleerd elke gelegenheid die zich voordoet, meteen aan te grijpen.  Nog voordat ik mijn eerste koffie op heb, zit ik achter mijn computer te tikken, het verhaal dat me de afgelopen nacht werd aangereikt. Misschien gaat het naar Trefpunt Azië.  Het kan ook zijn dat ik dit nieuwe vertelseltje voorlopig binnenshuis houd in de besloten ruimte van mijn dagboek.

Afgewerkte olie

’s Nachts vanuit de diepte van de droomwereld komen de ideeën aanwandelen.  Wie de verhaaltjes binnenbrengen weet ik niet en het kan me ook niets schelen. Ze zijn er gewoon en ik hoef ze alleen nog maar af te tappen; zoals je dat doet met afgewerkte olie. Want dat is het, iets dat verwerkt is, iets dat klaar is, niet langer foetus maar met voldoende vorm de buitenwereld te ontmoeten. Ik hoef het alleen nog maar op te schrijven.

Iedereen die wel eens schrijft kent het wel. Er zijn verhalen die zichzelf schrijven, ze hebben jou er echt niet bij nodig.  Je kan ze neerzetten terwijl je ondertussen opgewekt zit te denken aan je date voor de komende avond. Maar hooggespannen verwachtingen heb ik niet. Met wie schrijft die blijft, heb ik niet zo veel. Wat betekent Goethe nog over tienduizend jaar…Ik prijs me al een bofkont als mijn overbuurman een van mijn vertelseltjes aardig vindt.

Bij tijd en wijle, zittend in een restaurant of aan een toog, heb ik een gelukkige inval. Ik denk een origineel idee te hebben, een aparte kijk, een unieke visie, die de wereld in moet. Op een bierviltje maak ik verwoed aantekeningen. Soms heb ik er meerdere nodig om al die opspringende gedachten in staccato op te slaan.

Kairos laat zich niet zien

Daarna raak ik ze weer kwijt. Of ze zijn onleesbaar, nat als ze werden van het vloeiende bier. Als ik er later bij toeval weer eens een terugvind, kan ik mijn eigen handschrift niet meer lezen. En dat is maar beter ook. Want ik heb inmiddels ontdekt dat wat ik voor een originele vondst hield, al lang is neergeschreven. Je kan er hooguit nog een voetnoot aan toevoegen om te laten weten dat je de betreffende gedachten ook met een bezoek vereerd hebt. Het zal wat…

Maar zo gaat het niet altijd. In feite gaat het heel vaak niet zo. Er zijn momenten dat Kairos zich niet laat zien. Van die contourloze, grijze ochtenden. Met het weer heeft dat niet zo veel te maken. Het zit in mijn hoofd.  Het is daarbinnen een grote, vormeloze janboel. Niets is eruit los te weken. Alle onderscheid is verdwenen.

…zelfs te lamlendig de afgevallen bladeren in mijn tuin bijeen te vegen…

En dan loop ik maar wat rond in mijn huis in Chiang Mai, ga op mijn terras zitten, staar de tuin in paffend aan mijn zoveelste sigaret. Zelfs te lamlendig om de afgevallen bladeren nou eindelijk eens aan te vegen.  ‘Entre deux Mondes’, heb ik deze optrek gedoopt toen ik er meer dan vijftien jaar geleden introk.  Dat mag wat mij aangaat best vertaald worden als tussen ‘de wal en schip’ en dat is precies zoals ik me meesttijds voel. Er zijn zelfs dagen dat ik er zelfs geen idee van heb waar de wal ophoudt en het schip begint.

Zonder dualisme zijn we nergens

Dat zijn dan die schrijnende momenten waarop er niets is dat nou eens lekker alleen maar wit of zwart wil zijn. Alles loopt in elkaar over, zodat je nergens een mening over kan vormen. En dat is toch een absolute noodzakelijkheid, conditio sine qua non, als je iets te berde wil brengen. Zonder dualisme zijn we nergens. Je moet iets mooi vinden of lelijk. Je kan iets natuurlijk ook een beetje mooi of lelijk vinden. Maar je kan iets niet helemaal niets vinden, want dan is er niets te zeggen. Als je alleen maar te melden hebt dat er niets te melden is, ben je snel klaar.

Om een verhaal te vertellen moet je ergens waarde aan kunnen hechten. Iets belangrijk vinden. Of, en dat helpt ook, ergens flink verontwaardigd over kunnen zijn; zodat je eens goed van leer kunt trekken. Ik heb dat meestal niet, eigenlijk helemaal nooit. Niets menselijks is mij vreemd, zei de Romeinse blijspeldichter Terentius. Goethe zei het hem na en ik doe dat ook nog maar een keer. Ik heb geen enkele reden me druk te maken. In zeker opzicht benader ik Boeddha.

We zijn allemaal geslepen door de ongekozen scharensliep van onze culturele en historische beperkingen. Daar is niet aan te ontkomen en we hebben er weinig vat op.  Weergeven wat je eigen cultuur is en die van anderen, doe je vanuit je eigen cultuur. Je blijft in je eigen holletje zitten, wat je ook probeert. Aan het vormen van een mening over hoe de wereld er uit ziet draagt dat verder niet veel bij. Als je dat eenmaal inziet, dan heb je niet zoveel meer te vertellen.  Cultureel relativisme, kan je het noemen.

Politici hebben hun debatjes

Daarbuiten lijd ik ook aan psychologisch relativisme. Ik geef ieder zijn eigen ding, laat ieder zijn eigen verhaal. Dat is door een ander niet zomaar te begrijpen, pure idiosyncrasie kan het zijn, op het solipsistische af.

‘Jij denkt er nu wel zo over’, houdt mijn alter ego me voor, ‘maar je kan je toch wel voorstellen dat er anderen zijn met volkomen afwijkende ideeën?’ Ik kan me dat heel goed voorstellen. Ik maak het maar al te vaak mee.

Als het me overkomt sta ik altijd bedremmeld ja te knikken, met toegeknepen strot. Maar ondertussen hoop ik dat hij zo snel mogelijk ophoepelt, zodat ik weer eens wat kan schrijven. Helemaal geen schrijversblok of angst voor het witte vel. Ik vind het gewoon de moeite niet waard om weer eens een vertellinkje te doen.

Met dank aan Kairos

Schrijvers zitten elkaar net als politici, vaak in de haren. Polemiek wordt dat genoemd. Ter vermaak van het lezerspubliek worden ze knap in elkaar gezet. Zoals politici hun debatjes houden om hun achterban te behagen. Om elkaar buiten de camera’s toe te proosten. Want op dat ene, alles zeggende punt zijn ze het hartstochtelijk met elkaar eens. Ze vinden zichzelf gewichtig.

Dat is nou precies mijn grote tekortkoming. Ik heb dat niet, maar blijf hopen dat Kairos me op een goede dag ook daarin ter wille zal zijn. Zoals hij dat is op deze ochtend. Want anders had ik ook dit vertelseltje niet kunnen opschrijven.

Lees ook: Boerenwijsheid uit Thailand

Antonin Cee
Over Antonin Cee 140 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*