Japanse vrouw kampt met traditie en vooroordeel

Sakurako Tsuchiya is een fenomeen. Bij de eerste aanblik beantwoordt ze volledig aan de clichés over ‘de Japanse vrouw’, die niet alleen in het buitenland, maar vooral in Japan zelf hardnekkig worden gekoesterd. Ze is een tengere, meisjesachtige verschijning, spreekt vrijwel altijd op fluistertoon, glimlacht veel en lijkt vooral niet op te willen vallen. Maar als zo vaak in Japan, is er een ander cliché dat dichter bij de waarheid komt. In dit geval: schijn bedriegt. Sakurako is een succesvolle ondernemer in een branche, die volledig wordt gedomineerd door mannen en waar eeuwenoude tradities voor eeuwig onaantastbaar leken. Ze brouwt als enige vrouw in Japan sake, de fameuze rijstwijn.

Dat was, zegt ze, niet de carrière die ze voor ogen had en die sowieso buiten haar bereik lag. De meeste van de ongeveer 1800 sakebrouwerijen zijn familiebedrijven die van vader op zoon overgaan. Zo zou het ook bij de Tsuchiya’s zijn gegaan. Haar broer Masatake stond klaar, toen haar vader overleed. Het was helaas van korte duur. Masatake stierf niet veel later zelf aan een mysterieuze virusziekte.

r014setIn zijn later gevonden dagboek trof Sakurako een wanhopige aansporing aan. De ruim 100 jaar oude onderneming mocht niet in andere handen overgaan. Het was een eervolle opdracht met maar een probleem. Er was geen mannelijke Tsuchiya meer.
Na lange slapeloze nachten, even langdurige beraadslagingen in familiekring, besloot Sakurako ‘de uitdaging’ aan te gaan. Ze gaf haar studie computerwetenschappen op en schreef zich als eerste vrouw in aan de sake-academie. ‘Dat was geen leuk jaar’, fluistert ze. Ze was de indringster in een exclusieve mannenwereld. De opmerkingen die ze van de docenten en mede-cursisten naar haar hoofd kreeg, waren ‘zeer seksistisch en beledigend’. Ze wist pas enig respect af te dwingen, toen ze niet alleen bij het sakeproeven beter bleek dan de meeste mannen. ‘Ik kon er ook beter tegen, ofschoon ik voor die tijd nog nooit een slok gedronken had. Dat maakte indruk’.

Sakegodin

Toen ze een jaar later als ondernemer aan de slag ging, moest ze opruiming houden onder een groot aantal taboes. Een sakebrouwerij was van oudsher voor vrouwen verboden terrein. Letterlijk. De vrouw die dit verbod overtrad werd met zout besprenkeld om de kwade geesten die dank zij haar waren binnengedrongen te bezweren. Ze maakte bovendien de sakegodin jaloers die uit wraak de drank zou bederven. Het opperste gebod was dat de brouwers tijdens het fermenteren van de wijn, zes maanden, celibatair moesten blijven. Het is de vraag of ooit iemand zich daaraan hield, maar vrouwen, dat stond vast, zouden het nooit kunnen.

De brouwers in haar eigen bedrijf hebben haar vrij snel geaccepteerd, zegt ze. Dat komt waarschijnlijk, omdat ze zich voornamelijk met management en marketing bezig houdt. Het eigenlijke brouwen laat ze aan de vijf mannelijke werknemers over. Maar tussen de collega-brouwers had ze het moeilijker. Het was een herhaling van de ervaringen op de sake-academie. “Een vrouw had hier niets te zoeken”, ‘dat was nog het vriendelijkste commentaar’, zegt ze.

4364514df30cede0e8bd30c2e52e6ea4Haar revanche was dezelfde als op de academie: beter zijn. Ze ontplooide initiatieven waaraan de sakemacho’s niet konden tippen. Sakurako was de eerste brouwer met een eigen website. Ze ontwikkelde de eerste vrouwensake, met een lager alcoholpercentage. Ontwierp flacons, die afweken van de standaardflessen en daardoor bij de slijter en de supermarkt beter opvielen. En, de ultieme genoegdoening, ze maakt een algemeen erkend topproduct. De sake’s van de firma Tsuchiya slepen regelmatig hoofdprijzen weg bij de jaarlijkse sakeconcoursen en worden vaak geserveerd bij grote officiële bijeenkomsten, zoals een aantal jaren geleden bij de G-7, de jaarlijkse bijeenkomt van de zeven economisch machtigste landen.

De man is superieur, de vrouw dominant

Het voorbeeld van Sakurako Tsuchiya is misschien extreem. Maar illustreert juist daarom waarschijnlijk beter dan elk ander dat steeds meer Japanse vrouwen zich onttrekken aan de hen toebedeelde rol en zich verzetten tegen de weerstanden die ze bij hun emancipatie ondervinden.

Het ideale rolpatroon ziet er in Japan nog altijd als volgt uit: Junichiro werkt en brengt het geld in en Mariko doet het huishouden en voedt de kinderen op. Die taakverdeling heeft voor Junichiro het voordeel dat hij voor de buitenwereld de sterke man kan uithangen. Dat is zoals hij zelf ook weet, zelfbedrog. In werkelijkheid heeft Mariko de broek aan. Zij beheert het geld en bepaalt wat daarmee gebeurt.

Voor die rolverdeling bestaat een door de tijd geheiligde formule. ‘De man is superieur en de vrouw is dominant’. Of dat een accurate beschrijving van de werkelijkheid is, of vooral een slogan om de status quo te rechtvaardigen, is een kwestie waarover de meningen uiteenlopen.

In elk geval vinden steeds meer vrouwen dat ze voorbij gaat aan hun aspiraties. Ze willen een eigen carrière. In principe staan daar twee wegen voor open: als werknemer bij een bedrijf of overheid of als zelfstandig ondernemer. Beide zijn bezaaid met struikelblokken.
Bij een eerste oppervlakkige inspectie bieden de cijfers een geruststellend beeld. De helft van de vrouwen werkt buitenshuis en het aantal vrouwen in managementfuncties neemt gestaag toe. Van tijd tot tijd wordt er in de media een vrouwelijke ondernemer opgevoerd die niet zoals haar meeste collega’s een (kinder)boetiek, bar of kapsalon tot grote bloei heeft weten te brengen, maar, zoals Sakurako Tsuchiya, de mannelijke concurrentie op zijn eigen domein klopt. De boodschap is: de vrouw heeft haar plaats in de economie veroverd en wordt eindelijk serieus genomen.

Traditionele vrouwenberoepen

Was het maar waar, verzucht Atsuko Mayumi, een vrouwelijke consultant die vrouwelijke ondernemers de weg helpt te vinden in het labyrint dat de NV Japan wordt genoemd. De meeste vrouwen werken nog altijd in de traditionele vrouwenberoepen: onderwijs, verpleging, bejaardenzorg. Daar hebben ze een redelijke kans op een carrière. Maar in het bedrijfsleven speelt de vrouw een bijrol. “Feodaal” is de nog meest welwillende typering van de Japanse bedrijfscultuur die haar over de lippen wil komen.

lady_bowingMutsuko Harada (26) kan er over mee praten. Ze studeerde economie en marketing en ging na haar afstuderen bij een grote bank werken. De illusies over een flonkerende carrière kon ze al opgeven toen ze over de drempel stapte. Ze werd ingedeeld bij de ‘ondersteunende staf’. ‘Terwijl een vriend met dezelfde opleiding naar de opleiding voor een kaderfunctie mocht, moest ik als secretaresse aan de bak’, zegt ze. Een positie bij het kopieerapparaat met vage vooruitzichten op ‘hogerop’, was niet wat ze ambieerde. Bovendien was de sfeer ‘afschuwelijk’. Ze werkt nu bij de Tokiose vestiging van een buitenlands bedrijf, waar haar talenten wel gewaardeerd worden. Ze wordt opgeleid tot belastingdeskundige. Sinds haar indiensttreding heeft ze, zoals haar collega’s hebben vastgesteld en zij zelf beaamt een “persoonlijkheidsverandering” doorgemaakt. Ze is niet langer het schuchtere muisje dat bang is haar mond open te doen, maar een mondige jonge vrouw die ook ongevraagd haar zegje doet en wier mening op waarde wordt geschat.

En het zijn niet alleen de matige carrièrekansen die een baan bij veel Japanse bedrijven en de overheid onaantrekkelijk maken. De al dan niet officiële bedrijfsfilosofie is vaak dat vrouwen eigenlijk alleen geschikt zijn voor het inschenken van koffie of thee en het glimlachen naar het bezoek. Het maakt niet uit of ze beter opgeleid zijn dan de mannelijke chef; hun plaats is voor, niet achter het bureau van de directeur.

greent

Handtastelijkheden

Dat gebrek aan perspectief en waardering vindt zijn weerslag in hun inzet voor het bedrijf. Voor veel vrouwen is de onderneming vooral een huwelijksmarkt. Als ze een echtgenoot hebben gevonden, – bij voorkeur voor hun 25-ste, daarna gelden ze in de volksmond als een “te oud kerstkransje”-, worden ze huisvrouw en, steeds minder vaak, moeder. Dit beeld wordt weerspiegeld in een recent onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) te Genève. Terwijl vrouwen in andere landen, Frankrijk, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Zweden, na huwelijk en kraambed meestal blijven doorwerken, neemt de grafiek in Japan de vorm van de hoofdletter M aan. Tussen hun 25-ste en 35-ste bereikt de vrouwelijke aanwezigheid op de arbeidsmarkt haar dieptepunt. Daarna trekt het weer aan. Maar de situatie die ze bij hun herintrede aantreffen verschilt, zoals de meeste hebben moeten vaststellen, over het algemeen niet wezenlijk van die bij hun vertrek. Nog altijd keren ze terug in een positie waar de carrièrekansen op nul moeten worden ingeschaald en ze zich veel moeten laten welgevallen.

be-4Veel vrouwen klagen over handtastelijkheden van de chef en andere mannelijke collega’s. Het is sinds jaar en dag de vloek van het kantoorleven. ‘Daar valt meestal niet veel tegen te doen’, zegt Mutsuko. ‘De chef heeft namelijk altijd gelijk. Ook al is hij al eerder in de fout gegaan en hebben meer vrouwen zich over hem beklaagd. Alleen als het naar buiten komt en slecht blijkt voor het imago van het bedrijf wordt er tegen hem opgetreden. Dat is meestal een boete of een waarschuwing, maar zelden ontslag’.
Gelijke kansen zoeken en vinden vrouwen vooral bij de vestigingen van buitenlandse bedrijven. Daar zijn de topfuncties niet automatisch gereserveerd voor mannen en kunnen ze wel directeur, manager en filiaalchef worden. Bij de Japanse vestiging van computergigant IBM bijvoorbeeld is een van de topmanagers een vrouw. Bij de belangrijkste Japanse concurrenten, NEC en Toshiba, zijn die posities nog altijd uitsluitend weggelegd voor mannen.

‘Daar zal niet gauw verandering in komen’, zegt Gerald Curtis, de Amerikaanse Japanoloog. ‘Het land staat voor ingrijpende veranderingen. Japan heeft de snelst vergrijzende bevolking ter wereld. Er ontstaat op den duur een gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Vrouwen zouden daarin kunnen voorzien, ook omdat gastarbeiders hier nog steeds niet welkom zijn. Maar dat vrouwen een enorme reservoir aan talent vertegenwoordigen, wordt nog altijd niet onderkend’.

bowing_angle

En al helemaal niet door de overheid. De kinderopvang is gebrekkig. Crèches zijn schaars en onbetaalbaar. Bovendien lijken de openings- en sluitingstijden bedacht om de vrouw achter het aanrecht te houden. Een werkende moeder kan haar kind meestal pas om 9.00 brengen en moet het om 17.00 uur weer afhalen, tijdstippen waarop ze geacht wordt al en nog op haar werk te zijn. De meeste vrouwen werken daarom parttime. Dat wordt wel, zij het op negatieve wijze, door de overheid gestimuleerd. Een echtpaar waarvan de vrouw fulltime werkt, wordt fiscaal gestraft.
Vrouwen die er niettemin in slagen huwelijk, moederschap en baan te combineren, moeten er niet van uitgaan dat ze dezelfde kansen hebben als hun mannelijke collega’s. Sinds 1986 is er een wet “gelijke behandeling” van kracht, maar met die wet wordt voornamelijk de hand gelicht, beweert Atsuko Mayumi. ‘Ook bij de overheid, waarvan je toch een voorbeeldfunctie zou mogen verwachten, zijn de promotiekansen van een vrouw veel kleiner dan van een man’.

Ouderschapsverlof

Eenzelfde somber relaas moet over een andere, emancipatoir bedoelde wet genoteerd worden. Sinds 1992 hebben vrouwen en mannen recht op een jaar, deels onbetaald, ouderschapsverlof. Ze kunnen daarna in hun oude functie terugkeren. De praktijk is ontnuchterend. Mannen maken zelden gebruik van deze regeling, want dat is slecht voor hun carrière. Voor vrouwen telt dat kennelijk niet. Het is geen uitzondering dat een vrouw die voor haar verlof als it-specialiste werkte, na terugkeer haar loopbaan in een andere vestiging in een andere stad mag voorzetten aan de lopende band.

Is de wetgever al geen vriend van vrouwen met ambities, de meeste ondernemers doen hun uiterste best om van de wet een dode letter te maken. In het Japanse bedrijfsleven heerst het senioriteitsbeginsel. Promotie is afhankelijk van de duur van iemands dienstverband, niet van zijn capaciteiten. Dat zet de vrouwen met kinderen, die niet altijd fulltime hebben kunnen werken op een nog grotere achterstand. Het inzicht dat dit beginsel het bedrijfsresultaat niet bevordert, wint terrein, maar uiterst langzaam. En dan is er nog de misschien wel ergste vorm van discriminatie in de kantoortuin. Japan was altijd trots op de zekerheid die zijn bedrijven hun werknemers boden. Ze werden, hoe slecht het ook ging, niet ontslagen. Dat was altijd al een mythe, die door de crisis en de massaontslagen van de afgelopen jaren is ontzenuwd. Maar toen iedereen er nog in geloofde, gold ze alleen voor mannen en niet voor vrouwen.

rlkYEtXqx2265pruK-L0m8T3ndBHesdjavLMIf5vn_kEgPFoRnjxsPSZYw_WgJ32b00G=s144

Dat voor vrouwen slechts een marginale rol was weggelegd, gaat nu in hun voordeel werken, aldus Curtis. Ze zijn minder misvormd door een systeem dat vanaf de eerste wankele pasjes in de peuterspeelzaal conformisme beloont en eigen initiatief bestraft. Van jongens wordt verwacht dat ze altijd in de pas lopen. Bij meisjes worden wat dat betreft minder hoge eisen gesteld. Ze mogen vaker en meer hun eigen gang gaan. Dat komt ze nu goed uit. In Japan is de overgang van een op productie gerichte economie naar een service-economie in volle gang. In deze “sectoren van de toekomst” worden eigenschappen gevraagd als flexibiliteit, creativiteit en mondigheid die bij vrouwen in ruimere mate aanwezig zijn dan bij mannen, vermoedt Curtis.

Dat is een stelling die Atsuko Mayumi onderschrijft. Met kanttekeningen. ‘Japan loopt 20 tot 30 jaar achter bij de VS en de meeste landen in Europa. Dat ligt voor een groot deel ook aan de vrouwen zelf. Ze vinden het vaak wel goed zo.
Ze hebben vaak een aangenaam leven zonder veel verantwoordelijkheden. Zeker als hun man goed verdient.

Maar de vrouwen die wel initiatief willen nemen en een eigen bedrijf willen beginnen , worden niet of nauwelijks geholpen. Er zijn wel overheidsprogramma’s, hier en daar doen kamers van koophandel wel wat, maar het heeft niet de prioriteit die het hoort te hebben’.

De opstelling van de meeste banken is in dit verband typerend. ‘Een vrouwelijke ondernemer krijgt alleen een lening als ze een rijke man heeft, die mede ondertekent of een andere man vindt die garant wil staan. Ze kan nog zo’n goed onderbouwd businessplan hebben, de perspectieven mogen nog zo rooskleurig zijn, zonder die garanties krijgt ze geen cent’.

Dat is ook voor de NV Japan slecht nieuws. Het land dat ooit benijd en bewonderd werd om zijn fenomenale successen, verkeert al meer dan 10 jaar in een ernstige economische crisis. Het oude model is achterhaald en een nieuw model, met een prominente rol voor vrouwen, stuit nog altijd op grote, mannelijke vooroordelen. Toch is Atsuko Mayumi optimistisch. ‘Binnen 10 jaar hebben we onze achterstand ingelopen. Waarom? Omdat het op deze manier niet langer gaat’.
De stem uit de praktijk klinkt somberder. ‘Het blijft moeilijk’, zegt Sakurako Tsuchiya, terwijl ze het bezoek nog een kopje sake inschenkt.

6669f2cc287dd17df9430d15e68ea49d

Gerelateerde berichten

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 179 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.