Isis

Bultrug. Ik heb geen idee hoe zo’n beest eruit ziet, maar dit woord schiet me te binnen wanneer ik naar mijn vrouw kijk. Bultrug. Ze heeft iets formidabels en vloeibaars tegelijk, zoals ze aan alle kanten over de rand van het zonnebed boven het gouden strand van Kuşadasi hangt.

Al dat vlees. Zacht en wit als de buik van een dode vis, met bleekblauwe aderen die net onder het oppervlak lopen. En al die bikini. Waarom draagt ze een paarse bikini die glanst? Niet om op te vallen. Daar heeft ze geen paarse glansbikini voor nodig. Mijn vrouw is een berg van een vrouw. Staand, liggend, maakt niet uit (de oude Nepalezen keken op naar Mount Everest, hun smalle ogen tot spleetjes geknepen tegen de zon die de eeuwige sneeuw van dat machtige massief laat schitteren als een oceaan van glasscherven en besloten, voor eens en voor altijd, dat berg vrouwelijk is). Het zal wel een aanbieding geweest zijn.

Net zoals onze vakantie in dit moeilijk uitspreekbare niemandsland, door de reisbrochure hoopvol aangeduid met Turkse Rivièra. Ze begint zich om te draaien. Ik kijk vlug weg. Een groepje autochtonen van basisschoolleeftijd schopt een voetbal door het losse zand. De bal is te groot en te zwaar voor de dunne blote beentjes. Ze krijgen hem nauwelijks van zijn plaats. Veel lawaai, dat wel.

‘Ik heb een ei gegeten bij het ontbijt,’ zegt mijn vrouw.

Een wattige wolk, die helemaal in zijn eentje in de blauwe lucht hangt, laat een schaduw op de zee vallen, witte golfjes kammen het zand. Een vogel staat op hoge poten in het water en beweegt zijn kop met vinnige rukjes.
‘Maar ik heb er geen last van. Als ik meer dan één ei eet wel. Dan krijg ik last van misselijkheid. Daar begin ik dus niet aan, all inclusive of niet. Een gekookt eitje heb ik gegeten, want dat ik vind wel lekker, een gekookt eitje.’
Ik brom wat. Been there, seen it.
‘Morgen eet ik een roerei. Met koffie heb ik dat ook, luister je wel?’
‘Ja konijntje, wat heb je met koffie?’
‘Koffie moet ik ook niet meer van drinken dan één kopje. Dan hoor ik mijn hart bonzen, als ik twee kopjes drink. Van kedoem, kedoem, kedoem.’
‘Ja, konijntje, ik weet het.’
‘Nou ga ik me nog een keer insmeren.’ Ze knijpt een klodder zonnecreme beschermingsfactor 50 uit de tube en begint de smurrie in haar buikspek te wrijven. Het witte vel vlucht alle kanten uit. ‘De zon is hier stukken feller dan thuis,’ zegt ze onder het boenen. ‘Stukken. Je verbrandt hier veel vlugger, vooral aan het water. Daarom smeer ik me nog een keer in. Eerst de buik. Zo, dat is de buik. Nu de benen en dan de armen.’

Zo praat mijn vrouw. Haar praten is een doorlopend commentaar bij haar handelen. Als een radioverslag van een voetbalwedstrijd, toen voetballen nog op de radio kwam. Mijn vrouw doet niet aan metaforen of abstractie. Wanneer ze ooit zoiets zou zeggen als: ‘Ik gooi de kont tegen de krib,’ dan kun je er gif op innemen dat zich ergens in de kamer een krib bevindt, waar ze op datzelfde moment haar kont tegenaan staat te gooien.

‘Ja konijntje, maar thuis kom je nooit in de zon.’
‘Deze heeft beschermingsfactor 50. Het staat erop, zie je? Hier staat het. 50. Dat komt omdat ik het aan het meisje heb gevraagd van het Kruidvat. Welke zonnebrand verkopen jullie voor Turkije, heb ik gevraagd. Ik zou de hoogste beschermingsfactor nemen, mevrouw, zei dat meisje. Voor de zekerheid.’

Ik trek mijn tenen, die op het punt staan door de zon beschenen te worden, dieper de schaduw van de parasol binnen en gluur naar mijn vrouw om te zien of er nog een reactie van me wordt verwacht. Ze heeft haar ogen dicht en ligt zonlicht te absorberen als het Amazone-bekken. Over de smalle strook onuitputtelijke verveling die het strand van Kuşadasi is, kijk ik naar de zee en denk aan het oude land aan de overkant. Een magische wind, in de woestijn geboren aan het begin van de geschiedschrijving, voert de geur van specerijen en sandelhout aan en blaast dwarsgetuigde feloeken naar deze verre kust.

Rob Verschuren, Toerisme, Isis

Brekende golven tekenen met zachte witte vingers hiërogliefen als ze terugvloeien in de zee. Dit staat in het zand te lezen: Lichtgever van de Hemel, Maan boven de Zee, Godin van 10.000 namen, Nutjert asha renu; over wie de dienstmaagden van de koningin van Byblos vertellen hoe zij de geur van bloemen en kruiden met zich draagt wanneer ze door het land gaat, door poelen en moerassen, voorafgegaan door zeven schorpioenen; Isis, Vrouwe van de Groene Gewassen, die beval dat de koningin grotere macht en eer toekomt dan de koning.

Ik kom met een schok terug op dit afgeprijsde strand. De voetbal van de jongetjes, voor één keer met iets van vaart erachter, stuitert tot stilstand tegen het houtwerk onder mijn vrouw. Ik sla gade hoe ze haar ogen opent en naar de grond kijkt. Ze ziet de bal en zegt: ‘Ik dacht al dat er iets tegen mijn bed knalde. Het is een bal.’

De voetballertjes overleggen terwijl ze onze kant op kijken. Dan komt er een aanlopen. Hij nadert behoedzaam en blijft drie meter voor mijn ligbed staan. Olijfkleurige huid, heldere donkere ogen, krullend haar, ongeveer zoals in de brochure. Alleen draagt deze een T-shirt met het nummer 10 en de naam Rooney. Hij glimlacht voorzichtig en vraagt iets, waarbij hij naar de bal gebaart die tegen een poot van het zonnebed ligt. Ik grijns terug en wijs met mijn duim op de berg in bikini. ‘Daarvoor moet je niet bij mij zijn,’ zeg ik.

Nu begint mijn vrouw te praten. Ze wijdt uit over de gevaren van het balspel. Ze vertelt het ventje dat hijzelf en zijn makkers, onbedoeld, dat wil ze best aannemen, maar toch, andere mensen tot last zijn en beter een verlaten strand kunnen zoeken voor hun sport. Ze verzekert hem dat een lederen bal, met kracht geschoten, een hersenschudding kan veroorzaken wanneer een nietsvermoedende badgast hem tegen het hoofd krijgt en begint voorbeelden te geven van ongelukken die zich in haar naaste omgeving hebben voorgedaan of waarover zij uit betrouwbare bron heeft vernomen.

Het jongetje hoort het een tijdje aan; zijn mond hangt open en zijn ogen zijn groot en oplettend. Dan springt hij naar voren, pakt de bal en holt ermee terug naar zijn vriendjes die op een kluitje staan toe te kijken. Dwars door de hiërogliefen rent hij en de afdrukken van zijn voetjes vullen zich met water als de volgende golf over het strand spoelt.

 

Afb. tegel homepage: SaatchiArt.com

 

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

2 Comments

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.