Is ons brein, is onze geest stoffelijk? Deel 2

Deel 2: Over Dick Swaab’s ‘We zijn ons Brein’

Door Louis Gooren

boek_wij_zijn_ons_brein Dick Swaab reist in zijn boek rond in de menselijke hersenen, hij bezoekt de diverse delen van de hersenen en legt uit wat het precieze effect is op de menselijke lichaamsfuncties en gedachtenwereld als ze afwijken van de standaard. Swaab volgt de mens vanaf de conceptie tot en met de dood. In het boek komen allerlei kleine en grote eigenaardigheden van het brein voorbij en milde of juist ernstige aandoeningen. Soms zijn ze het gevolg van hersenschade door ziekte of door een ongeluk, soms zijn ze aangeboren. Maar Swaab’s overkoepelende boodschap is steeds: “wij zijn ons brein”.

Anders gezegd: de groeven en windingen en chemische huishouding van de hersenen leggen ons karakter vast, onze seksuele identiteit, onze aanleg voor ADHD of anorexia, onze talenten of het gebrek eraan en onze neiging tot meer of minder agressie. Volgens Swaab is het een achterhaald idee dat de emoties in het hart zouden huizen, dat wij mensen een ‘onsterfelijke geest’ zouden hebben die los van hun hersencellen zou kunnen bestaan. De structuur en de chemie van ons brein bepalen wie wij zijn en zelf kunnen wij daaraan nagenoeg niks veranderen. Genen, de invloeden in de baarmoeder en, in mindere mate, de omgeving in de eerste levensjaren bepalen hoe de hersenen eruit zien en hoe ze werken. Daar moeten we het dan maar verder mee doen.

De benadering die Swaab heeft gekozen is vanuit zijn grote deskundigheid als hersenonderzoeker met een medische achtergrond. Medici verwerven hun inzichten in het normale functioneren van het lichaam vanuit ziektes en gebreken die een lichaam kan vertonen en die op de een of andere manier aanschouwelijk kunnen worden gemaakt in medisch onderzoek. Als er dit en dat aan abnormale dingen te zien is in de hersenen, dan is dat gekoppeld aan een slecht functioneren van de geest.

320px-Prof._Dr._Dick_SwaabIn deze hoedanigheid van Swaab hoeft het niet zo’n verwondering te wekken dat er soms uit zijn boek ‘We zijn ons Brein’ een wat somber beeld oprijst, dat van ziekte en een bestaan dat waarschijnlijk veel beter had kunnen zijn als er geen ziekmakende factoren in dit mensenleven waren geweest die het brein aangetast hebben. Swaab is niet fatalistisch. Hij doet aanbevelingen aan, bij voorbeeld, zwangere vrouwen om toch vooral verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst van hun vrucht: niet roken, alleen geneesmiddelen als het niets anders kan en een volwaardige voeding.

Hij rekent af met vooroordelen rond homoseksualiteit en transseksualiteit als zouden het vrijwillige keuzen zijn waarvoor de mens morele verantwoordelijkheid draagt. Hij zet vraagtekens bij de vrije wil, bij voorbeeld inzake criminaliteit en vraagt zich af of alleen maar straffen, vooral voor jongere mensen, wel iets uithaalt. Hij is geen nihilist of een softie. De maatschappij heeft recht op bescherming tegen criminelen, maar hoe pak je dat effectief aan, recht doende aan de maatschappij (zeer zeker!) en aan de boef?

‘Waar blijft de Ziel?’

Het boek van Swaab is lang niet goed gevallen bij iedereen. Gelovige mensen poneren dat God bij de schepping van de mens zegt: “Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt” (Gen. 1 : 26). Dat wordt nog eens bevestigd in psalm 8, de mens mag heersen, koning zijn, over de werken van Gods scheppershanden: alle dingen zijn gelegd onder de voeten van die mens. De dingen op de aarde, in de lucht en in de wateren, niets uitgezonderd.

Is dat te rijmen met het ‘platte materialisme’ van Swaab in zijn boek dat ons bestaan, ons functioneren zo afhankelijk maakt van de stof, molecuaire structuren aaneengeregen tot biologische structuren. Stijgen we als koningen van de Schepping, geschapen naar God’s beeld en gelijkenis, dan daar niet boven uit? Swaab denkt van niet. God heeft makkelijk praten: Hij (God is een hij, dat wel) heeft geen stoffelijk lichaam.

Verschillende godsdiensten poneren dat wij bij het Laatste Oordeel, bij onze wederopstanding weer met ons lichaam verenigd zullen worden. Natuurlijk zijn de meesten van ons dan al lang tot stof wedergekeerd. Maar voor God die ons ooit uit stof gemaakt heeft, is het geen enkel probleem dat nog eens te herhalen bij de wederopstanding. Is het lichaam dan toch niet zo onbelangrijk?

Swaab is een natuurwetenschapper. Iedere natuurwetenschapper heeft een gereedschapskist die het mogelijk maakt zijn/haar specifieke wetenschap te beoefenen. De gereedschapskist van de biologische onderzoeker Swaab heeft weer heel ander gereedschap dan van de natuurkundige of de scheikundige. Dat ‘veroordeelt’ de natuurwetenschapper binnen zijn vakgebied te blijven.

GERMANY - JANUARY 01: Albert Einstein playing the violin. Photography. Around 1925. (Photo by Imagno/Getty Images) [Albert Einstein beim Geigenspiel auf seiner Reise durch die USA. Photographie Um 1925.]

Natuurwetenschappers kunnen vanuit hun vakgebied bij voorbeeld niet veel zeggen over mooie muziek. Wat de fysicus wel kan is geluid analyseren, electromagnetische golven met een frekwentie van 20-20.000 trillingen per seconde. Door hun vernuft kan de informatie over deze trillingen vastgelegd worden op een CD of USB stick en zelfs via internet verzonden worden. Heerlijk toch! We kunnen fysici niet aanrekenen dat wij als luisteraars sommige van die geluidsgolven mooier vinden dan andere. Dus als je Swaab vraagt, zoals de arts-filosoof Bert Keizer, ‘waar blijft de ziel’, dan glimlacht Swaab en zegt: ‘bestaat die dan? Nooit tegengekomen onder de miscroscoop!’

Het gewicht van de ziel

Als anecdote: men heeft wel geprobeerd het gewicht van de ziel te bepalen door het lichaam kort voor de dood te wegen en onmiddellijk erna: uitslag was 20 gram. Maar natuurwetenschap ontleent zijn waarheidsgehalte aan herhaling van experimenten om te kijken of je eensluidende resultaten krijgt en dan weegt de ziel niets. Excercities zoals die van Keizer over de ziel zijn interessant maar vanuit een andere invalshoek: hoe ervaren wij onszelf? Hebben we dan een ziel of ‘zijn we ons brein’?

220px-Nytimage001

Het boek van Swaab is een ‘feitelijk boek’, gebaseerd op zijn bevindingen in het laboratorium voornamelijk van zieke breinen of op zijn minst, breinen waar iets mee is. Dat is zijn vakgebied. Hij benadrukt dat ‘we ons brein zijn’.Vanuit deze invalshoek komt hij waarschijnlijk niet toe aan een lofzang op het brein, dat ons in staat stelt om iets te begrijpen, te communiceren, van kunst te genieten en elkaar lief te hebben.

Een intrigerende vraag: waarom hebben sommige stervelingen geniale breinen? Denk aan Einstein, aan Darwin, aan Mozart, aan Rembrandt en ga zo maar door! Swaab legt het accent misschien teveel, vanuit zijn wetenschappelijk achtergrond op de beperkingen die het brein kan opleggen bij mensen bij wie het brein schade heeft opgelopen, aangeboren of later in het leven verworven. Gelukkig hebben we ook een aantal genieën onder ons, die zoveel aan de kwaliteit van ons leven hebben bijgedragen. Ik ben hen dankbaar.

Discussies tussen geleerden met een verschillende wetenschappelijke achtergrond hebben soms/vaak wat weg van gesprekken tussen doven. Zoals boven gezegd: iedere wetenschap heeft zijn gereedschapskist. De gereedschapskist van de filosofie en bij voorbeeld ook ethiek zijn tamelijk leeg. Filosofen en ethici vullen hun tijd, als het goed is, met nadenken over ons bestaan, hoe hun illustere voorgangers dat gedaan hebben (Plato, Thomas van Aquino, David Hume, Wittgenstein enzovoorts) en ik vind dat heel waardevol. Maar de beoefenaar van de natuurwetenschap ‘kan er niet zoveel mee’. Er zijn geen experimenten mogelijk, geen herhaling van experimenten door anderen die het hetzelfde vinden of juist niet.

Is dat erg? Neen, maar het belangrijkste is dat we beseffen dat de beoefenaar van elke wetenschap niet de volledige wijsheid in pacht heeft. In tegenstelling tot kerkelijke doctrines of die van totalitaire systemen, is iedere wetenschappelijke waarheid voorlopig in de zin van dat nieuwe informatie uit de wetenschap ons steeds dwingt ons oordeel bij te stellen. (Kerkelijke) dictators doen dat niet. Je weet wel wat je aan ze hebt?! Of toch niet? Hoe dan ook, ze proberen informatievoorziening aan hun onderdanen te blokkeren.

Prediker 1:12-18

Nog altijd een raadsel voor mij hoe Prediker 1: 12-18 uitgelegd moet worden.

  1. Ik, Prediker, was koning van Israël in Jeruzalem.
  2. Ik heb met heel mijn hart elke vorm van wijsheid onderzocht, want ik wilde alles wat onder de hemel gebeurt doorgronden. Het is een trieste bezigheid. Een kwelling is het, die de mens door God wordt opgelegd.
  3. Ik heb alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het niet meer is dan lucht en najagen van wind.
  4. Wat krom is kan niet recht worden gemaakt, en wat ontbreekt kan niet worden meegeteld.
  5. Ik zei tegen mezelf: Ik heb meer en groter wijsheid verworven dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. Ik heb veel wijsheid en kennis opgedaan.
  6. Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind.
  7. Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.

 

 

3 Comments

  1. Dankjewel, onze leeslijst is wéér een must-read rijker….
    Heerlijk, wetenschap&filosofie beleven vanuit een warm land. Laat mij wijselijk verder mijn mond maar houden – en verder lezen…
    Lezers, op naar Deel 3!

  2. Over het wegen van de ziel.
    Een kleine aanvulling op dit fraaie artikel van Louis Gooren.
    De patiënt werd vlak voor het overlijden op een weegschaal gezet. Met bed en al, naar verluidt. Na het overlijden werd hij/zij opnieuw gewogen. Het gewicht bleek lager te zijn. Het verschil was het gewicht van de ziel, die immers de patiënt had verlaten.
    Men ging zelfs zo ver het soortelijk gewicht van de ziel te bepalen. Daarvoor moet je het volume van de ziel weten. Ik neem aan, dat men daarvoor de pijnappelklier nam, die wel vaker aangezien werd voor de zetel van de ziel.
    Het soortelijk gewicht van de ziel bleek erg klein te zien, kleiner dan lucht zelfs. Vandaar dat zielen hemelwaarts gaan, alsof het met helium gevulde ballonnen zijn. Aangezien in de hogere luchtlagen de lucht steeds ijler wordt, stijgen de zielen niet verder (ballonnen doen dat ook niet). Dat was de plek waar alle zielen zich verzamelden. Daar moest dan wel de hemel zijn.

  3. Swaab’s boek vond ik ‘shocking’ in die zin dat (op populaire wijze geschreven) wetenschappelijk bewezen feiten bracht die godsdienstige dogma’s op zeep hielp. En allemaal heel logische en aannemelijke verklaringen voor wat er gebeurt in ons brein. In Swaab’s boek dacht ik de waarheid gevonden te hebben, totdat ik kritiek vond op zijn theorieën, dat bracht mij in verwarring, bestaat de waarheid dan echt niet? Dit artikel van prof. Gooren maakt het duidelijk, verschillende disciplines, verschillende takken van sport… Wellicht had de Boeddha het dan nog niet zo slecht bedacht; de middenweg…

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.