Is ons brein, is onze geest stoffelijk? Deel 3

Deel 3: We zijn ons Brein, maar Wie zijn Wij?

De titel die ik gekozen heb voor deze bijdrage is een woordspeling op de titel van het boek van Swaab : “We zijn ons brein, dat wel, maar wie zijn wij?”. Wie we zijn, daar zijn we voorlopig niet over uitgepraat. Zeg maar rustig, dat we zeer complexe wezens zijn; van de ene kant is er soort constante in ons persoon, maar er zijn ook ontwikkelingen.

Na de ervaringen van vandaag zijn we morgen al niet meer 100% de zelfden. Niet dat we psychisch onherkenbaar zouden zijn, geenszins. Als we getroffen worden door ernstige hersenziekten, zoals Alzheimer, kan onze persoonlijkheid totaal veranderen en lijkt Swaab eens te meer het gelijk aan zijn kant te hebben: “we zijn ons brein”.

Geslachtelijke identiteit

In deze bijdrage wil ik het hebben over geslachtelijke identiteit, het gevoel dat we over ons zelf hebben of we jongen of meisje, man of vrouw zijn. De wetenschappelijk term daarvoor is nu gender-identiteit. Voor het overgrote deel van de mensheid is dat een non-issue. Daar denken we niet over na, daar hoeven we niet over na te denken, het is “gewoon” zoals het is. Maar voor een aantal mensen is dat een enorm probleem.
Wat is het probleem dan? Ze hebben het lichaam van een man of een vrouw maar dat hoort niet bij hun diepste zijn. Ze lijden daar ernstig onder.

Transgender-logo

In 1975 hebben de plastisch chirurg professor Bouman en ik in het toenmalige VU-ziekenhuis samen een kliniek opgericht om hulp aan deze mensen te bieden. Vanzelfsprekend hadden we wel wat uit te leggen. In zo’n ziekenhuis speelt zich heel wat af en doorgaans kunnen we ons wel een voorstelling maken wat voor ellende mensen doormaken, maar bij transseksualiteit is dat heel erg moeilijk.

We kunnen het ons niet voorstellen wat het lijden van deze mensen nu inhoudt. Ook al doen we erg ons best, het blijft moeilijk om te bevatten. Ik probeerde het vaak zo uit te leggen: u bent een man en op zekere dag wordt u wakker en u hebt borsten; of u bent een vrouw en wordt wakker met een snor en baard. Deze ziektebeelden bestaan, respectievelijk gynecomastie en hirsutisme.

U maakt een spoedafspraak met uw arts en die zegt dat het waarschijnlijk medisch onschuldig (kan best waar zijn) is en dat u er honderd mee kunt worden (kan ook waar zijn). Zou u dat accepteren? Waarschijnlijk niet. U bent ernstig aangetast in uw man- of vrouw-zijn. Transseksuelen worden geconfronteerd met een lichaam waarin ze zich niet herkennen en doen moeite via hormonale behandeling en plastische chirurgie het lichaam zoveel mogelijk aan te passen aan het geslacht dat zij als hun eigen zien.

De kliniek bleek in een behoefte te voorzien en jaarlijks werden er sinds 1975 zo’n 100-150 mensen behandeld. Het VU-ziekenhuis gooide zijn gewicht in de strijd en leefde naar zijn devies: Medicina Mater Misericordiae est: Geneeskunde is de moeder van mededogen en compassie.

Niet dat alle christenen (en ook niet-christenen) daarmee overtuigd konden worden. Vele malen hebben christenen mij geconfronteerd met de bijbel (Genesis 1:27): “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”. ‘En U arrogante vlerk, loopt daar met klompen doorheen, door zelf te bepalen wie man of vrouw wordt.’

Niets tegen in te brengen, maar als specialist op dat gebied had ik (en met mij vele anderen) moeten vaststellen dat God bij dat scheppingswerk menige steek liet vallen. Ongeveer 1:300 mensen heeft een aangeboren afwijking in de ontwikkeling tot man of vrouw. Ik stelde mijn opponenten voor dat de ongelukkige mensen die dat overkomen was, zich tot “Gods eigen filiaal op aarde”, het christelijke VU-ziekenhuis zouden wenden, waar dokters hun best doen om het zo goed mogelijk op te lossen.

Zoals te verwachten viel dit antwoord niet in goede aarde. Mijn leermeester in Amerika, professor John Money, had mij er al gewezen dat in discussies met fundamentalisten deze, als het ware, zeggen: bespaar mij uw wetenschappelijke uitleg. Ik weet al lang hoe het in elkaar zit, maar u wilt gewoon niet naar mij luisteren. Maar het werk in het VU-ziekenhuis ging gewoon door met steun van de Vrije Universiteit die mij in 1988 tot hoogleraar in de transseksuologie benoemde.

Transseksualiteit

Transseksualiteit is een veelzijdig en ingewikkeld probleem, niet alleen medisch maar ook psychologisch en maatschappelijk. Veel mensen namen het probleem van transseksuelen niet serieus en vonden het verkwisting van geld van de ziektekostenverzekering. Maatschappelijk en juridisch was het moeizaam om een bestaan op te bouwen in het nieuwe geslacht, na een gelachtsrolwisseling die uitsluitend gebaseerd was geweest op het gevoel in het verkeerde lichaam te zitten. Er moest iets gebeuren.

Nongthoomfairtex
Voormalig Muay Thai bokster Parinya Charoenphol is wellicht de bekendste man-vrouw-transseksueel van Thailand.

Dick Swaab toonde veel interesse in de hulp voor transseksuelen op de VU. Wij ontmoetten elkaar regelmatig op congressen. Dick vroeg mij of transseksuelen bereid zouden zijn na hun dood hun hersenen af te staan voor wetenschappelijk onderzoek en dat bleek best vaak het geval te zijn. In 1995 publiceerden Swaab en medewerkers en ikzelf in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature, dat kernen in de hersenen van man-naar-vrouw-transseksuelen er het zelfde uitzagen als bij vrouwen.

Dat betekende een ware revolutie. Allerlei wetgevende instanties konden transseksualiteit niet langer afdoen als een mallotig verschijnsel. Het heeft een enorme impact gehad. De Raad van Europa organiseerde op de VU een symposium over het onderwerp transseksualiteit en transseksualiteit werd salonfähig.

Waar ik vooral op wil wijzen is dat de geloofwaardigheid van transseksuelen zo scharnierde rond de stoffelijkheid, de biologie van hun brein. Het heeft zeker even geduurd eer alle landen in Europa om waren, maar uiteindelijk konden ze hun vaak religieus geïnspireerde weerzin tegen transseksualiteit niet langer volhouden.

these_guys_once_used_to_be_women_640_03
De Duitse poolstokspringster Yvonne Buchsbaum is een voorbeeld van een vrouw-man-transgender.

Transseksualiteit is een wonderlijk fenomeen. Hoe zeg ik dat? De meeste transseksuelen herinneren zich dat het ongenoegen met hun geslachtelijke ontwikkeling al op jeugdige leeftijd begonnen was. De puberteit, wanneer de geslachtshormonen hun werk gaan doen, was een hel voor hen: ze werden wie ze niet waren, niet wilden en niet konden zijn.

Sommige mensen (zo’n 20%) merken pas op latere leeftijd (ergens tussen de 25-40 jaar) dat het niet goed zit met hun geslachtelijke identiteit en nemen dan, na lang twijfelen, alsnog stappen om een geslachtsaanpassing te ondergaan.
Het is zeldzaam maar bij sommige mensen is hun geslachtelijke identiteit niet constant. De ene keer voelen ze zich vrouw en dan weer man.

Zoals gezegd, de meeste transseksuelen merkten op vroege kinderleeftijd dat iets niet klopte. Dat valt ook hun ouders en leerkrachten op. Als meisjes een balletje trappen, vinden veel mensen dat wel grappig, maar jongens die moedertje spelen of make-up gebruiken, baart meer zorgen.

Hormonen

In Nederland heeft de onvolprezen psychologe professor Peggy Cohen-Kettenis werk gemaakt van deze jeugdige transseksuelen. Zij volgde deze kinderen in haar kliniek, eerst in Utrecht, later op de VU. Als kinderen in de puberteit kwamen en geslachtshormonen hun leven in de war dreigden te sturen, dienden wij als endocrinologen hormonen toe die de puberteitsontwikkeling stil legden. Het effect van deze hormonen is omkeerbaar: stop je ermee dan gaat de eigen puberteit gewoon door.

Hiermee was het belang van het kind gediend, maar de psychologen hadden ook meer tijd hierdoor om de ontwikkeling van de geslachtelijke identiteit langer te volgen. Als kinderen 16 jaar werden (ook de wettelijke leeftijd waarop kinderen eigenstandig medische beslissingen kunnen nemen), kregen ze ook geslachtshormonen om hun lichaam te laten ontwikkelen in het geslacht dat ze als hun eigen ervoeren.

Transgender+-+Foto+AP

In de vervolgstudies van Peggy Cohen bleek dat 70-80% van de kinderen afhaakten vóór deze fase. Hun ongenoegen met hun eigen biologische geslachteleijke ontwikkeling bleek over de tijd te “verdampen”. Peggy Cohen waarschuwde ouders ook altijd om niet al te veel te ondernemen om hun kind al te definitief in het nieuwe geslacht op te voeden. De tijd zal het leren.

4,6 % van de mannen heeft onvrede met zijn geslachtelijke identiteit

Transsekssualiteit is geen digitaal fenomeen: je bent het of je bent het niet. De psychologe Lisette Kuyper heeft onderzoek gedaan naar het vóórkomen van ongenoegen met de eigen geslachtelijke zijnswijze. De cijfers hebben ook mij met stomheid geslagen. Van de Nederlandse bevolking hebben 4.6% van de mannen en 3.2% van de vrouwen een mate van twijfel/onvrede met hun geslachtelijke identiteit. U moet vast wel eens iemand ontmoet hebben, of niet?

Vervolgens, 0.6% van de mannen en 0.2% van de vrouwen ervaren dat in min of meer ernstige mate en zij hebben wel eens overwogen om een medische behandeling te ondergaan, maar doen dat uiteindelijk niet. Het moet blijkbaar heel erg zijn om de stap naar het behandelteam van de VU te zetten.

We zijn ons brein. Jawel! Swaab stelde vast dat transseksuelen in de anatomie van hun hersenen kenmerken hebben van het als eigen ervaren geslacht. Een enorm belangrijke bevinding. Ik benader het nu van de andere kant. Als het in de hersenen zit, hoe is het dan daar terecht gekomen?

Denk aan de wonderlijke verhalen boven beschreven. Kinderen die in overgrote meerderheid uiteindelijk toch niet uitgroeien tot volwassen transseksuelen. Volwassenen die pas op de proppen komen met hun transseksualiteit tussen de 25-40 jaar, zonder daar veel eerder last van te hebben gehad. Mensen met een wisselende gelachtelijke identiteit.

Het is blijkbaar buitengewoon complex hoe transseksualiteit in de hersenen gerepresenteerd is. Ik had altijd gehoopt dat ik lang genoeg zou leven om het werkelijk helemaal te begrijpen, maar ik heb de moed (bijna!) opgegeven.

 

3 Comments

  1. Een super-leerzaam en reuze duidelijk geschreven artikel, over een indrukwekkend levenswerk! 

    Gave reacties ook, waar duidelijk moeite voor gedaan is. Wat een kwaliteits-blog hebben we toch!

  2. Mijn werkzame leven (betaalde baan) heeft zich hoofdzakelijk afgespeeld binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Wellicht niet het meest eenvoudige werk wat er te verzinnen valt, desalniettemin. Het is vooral beschreven gebied dat altijd mijn interesse heeft gehad, God of om dichter bij huis te blijven; Boeddha mag weten waarom. Het is een troost, weliswaar schrale, te lezen dat iemand die zich daar intens mee heeft bezig gehouden nog vol met vragen zit en het ware antwoord moet laten uitblijven. Niets tegen wetenschap, wellicht echter is zij niet in staat om complexe dingen volgens haar normen te formuleren en normen in dezen zijn altijd een afgebakende vorm. Een denken te weten hoe iets moet zijn en daarbij geen enkele vraag dulden. Ik ben en blijf een voorstander van de filosofische weg, daarop moet een antwoord kunnen worden geformuleerd ook al zal het nooit alomvattend zijn. Gewoonheid (normaliteit) kan niet op slag worden veranderd, het trans-gender probleem is daarom niet alleen een medisch probleem doch vooral een sociaal. Medisch valt er veel waar te maken al is niet iedere operatie even geslaagd. Het is goed dat deze problematiek door de jaren heen meer en meer het openbare voetlicht vond. Wen er maar aan, zou ik zeggen, er is meer tussen hemel en aarde dan stof alleen.

  3. Van een eenvoudig voorwerp, laten we zeggen een appel, weten we niet eens hoe het gerepresenteerd is in de hersenen. Laat staan een rode appel of die appel waar ik nou net zo’n trek in heb en die ik van plan ben op de markt te gaan kopen, bij dat vrouwtje met die hoofddoek, die er op zaterdag altijd staat enz. enz. Ik denk dat we er nooit in zullen slagen de anatomie van de hersenen te identificieren met een bepaalde gedachte of perceptie. Ongeveer zoals Koestler het al weer heel wat jaren terug vertelt in zijn boek “The Ghost in the Machine”. Of zoals Spencer het in 19de eeuwse bewoordingen zei: “Kan de trilling van een molecule in het bewustzijn aanwezig zijn tegelijkertijd met een zenuwtrilling en kunnen deze beide als hetzelfde worden herkend? Geen inspanning stelt ons in staat ze met elkaar overeen te brengen”.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.