Intermezzo: Suid-Afrikaner Lullebekkie

Beeld: O.C. Hooymeijer

Zo, dat hebben we weer gehad: Moederdag, de herdenking van de tweehonderdste sterfdag van Napoleon en de IJsheiligen. Dat zijn er trouwens maar vier. Vooruit, vijf, als je de heilige Sophia van Rome ook meetelt, maar dat doen ze eigenlijk alleen in Duitsland en Zwitserland. Van die vier koukleumen is Servatius (Servaas) van Maastricht de meest bekende. Ze worden IJsheiligen genoemd omdat hun naamdag tussen 11 en 15 mei valt en het doorgaans, de eeuwen door, na half mei niet meer vriest en het echt lente, zomer begint te worden. Al bieden resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst…

De Napoleon-herdenking was een ver-van-ons-bed-show, exclusief voor de Fransen. En die hadden het er moeilijk mee. Napoleon had goede en slechte eigenschappen; doorsnee mens dus. Maar elke grandeur heeft vuile randjes, vooral als je er met de huidige maatstaven naar kijkt. Brandschoon, laat staan volmaakt, was de keizer zeker niet. Waar voor- en tegenstanders het wèl over eens zijn is dat hij een briljant strateeg was. Als generaal was zijn devies: Onderbreek je vijand nooit terwijl hij een fout maakt’.

En we hadden Moederdag. Susan Polis Schutz (77) is een Amerikaanse schrijfster, dichteres, feministe en zakenvrouw. En moeder. Ze heeft één zoon, Jared, die namens de Democratische Partij gouverneur is van de staat Colorado. Susan Schutz heeft talloze gedichtjes, stukjes en overpeinzingen geschreven over en voor haar zoon; over elke zoon eigenlijk… Ze staan bol van moederliefde, toewijding, bezorgdheid en trots. Ze heeft ook een reeks soortgelijke ‘brieven’ geschreven aan haar denkbeeldige dochter; aan alle dochters eigenlijk…, en zij is niet de enige moeder die zo’n brief schrijft, of zou willen schrijven!:

Voor een mooie dochter

Laat ik je eens vertellen hoe anderen je zien (ik ook):
we zien een leuk, lief, zorgzaam,
gevoelig en intelligent mens
met alle benodigde kwaliteiten
om een succesvolle en mooie vrouw te worden.
Soms lijkt het dat je niet zo’n hoge dunk van jezelf hebt.
Je vergelijkt je hardvochtig met anderen.
Alsjeblief, wees niet zo streng voor jezelf.
Kijk in de spiegel en kijk naar
die buitengewone persoon die je al bent
en geloof maar hoezeer je geliefd bent en geapprecieerd wordt.
Ik ben erg trots op je
en ik hou ontzettend veel van je, mijn speciale en wonderlijke dochter
.

Elke week vertelt de kunstenaar en amateur-vogelkundige O. C. Hooymeijer in dagblad Trouw honderduit over een vogel die niet bestaat. Hij heeft er zelfs boeken over vol geschreven. Hooymeijer is een heerlijke fantast. De vogels die hij beschrijft en tekent hebben sprookjesachtige, intrigerende en soms zelfs onheilspellende namen.

Sommige van zijn vogels lijken net mensen, zoals de Bruine Roker: ‘Middelgrote bruine, wat slordige vogel. Gezellig onder soortgenoten maar door anderen vaak gemeden’.

Vorige week beschreef en tekende hij het Suid-Afrikaner Lullebekkie; een vliegend adhd-ertje van zo’n 16 cm. Een donkerblauwe, naar purper neigende rug, een helderwitte borst en een dieprode, volronde kop met een spits, zwart snaveltje. Kleine, diep in de kop liggende, tot spleetjes toegeknepen oogjes. Kortom: een prachtig vogeltje. Jammer dat het niet bestaat.

Maar we fantaseren met Hooymeijer even door: in de fake-fauna is zijn officiële naam Tattathetius africaneus. Het vogeltje leeft in de zuidpunt van Afrika, maar is inmiddels ook in onze contreien gesignaleerd. Het is een geweldige zanger die nauwelijks zijn/haar snavel houdt. Vandaar de Zuidafrikaanse vogelwijsheid: ‘Daar die mens sing soos een lullebekkie’, waarmee een druk pratend mens wordt bedoeld. Meestal een vrouw, maar dat moet toeval zijn…

In de jaren dat we aan de rand van Gent woonden hadden we als overburen een jong gezin waarvan de ouders uit Zuid-Afrika kwamen. Fourieka, zo heet onze vroegere buurvrouw en huidige vriendin, doorspekte haar gesproken Vlaams en geschreven Nederlands met tal van Zuidafrikaanse zinswendingen en ze heeft me veel Zuidafrikaanse woorden geleerd. Ze hadden een swaai en een wipmat in de tuin: een schommel en een trampoline. En ja: de metro heet in Zuid Afrika inderdaad mollentrein. Een lift wordt vaak een hijsbak genoemd en een gaatjeslepel is een schuimspaan. En ze heeft me – proevenderwijs wegwijs gemaakt in de Zuidafrikaanse wijngaarden.

Over wijn gesproken: ik weet (bijna) zeker dat ik jaren geleden in een Maastrichts café achter de tap een bordje zag hangen met de uitnodigende tekst: ‘Morgen gratis drinken’. Het leek me te mooi om waar te zijn, maar wie niet waagt wie niet wint. Dus ben ik er de dag erna weer binnen gelopen om de vriendelijke kroegbaas te zeggen dat ik graag wat wilde drinken, gratis.

‘Hoezo?’, vroeg ’ie wat verbaasd.
‘Nou vanwege die uitnodiging’, zei ik, en wees op het bordje achter hem.
Oh dat, ik begrijp je. Maar je bent een dag te vroeg makker. Dat is pas morgen’.

Het bordje heeft er jaren gehangen en veel bezoekers die voor ’t eerst in het café kwamen trapten er in. Stamgasten wisten wel beter…

Over Frans Wijnands 33 Artikelen
Frans Wijnands is journalist. Voor regionale dagbladcombinaties werkte hij als correspondent in Rome, Praag en Bonn. In de jaren tachtig was hij tien jaar hoofdredacteur van dagblad De Limburger. Na zijn pensionering woonde hij in Italië en België (Gent) alvorens naar Nederland terug te keren.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*