Intermezzo. Vogels zijn net mensen, of omgekeerd

Het is weer zover: verkiezingen. We moeten niet, maar mógen stemmen. Wat ’n luxe. Rondom de wereld hebben heel veel mensen niks te kiezen. Ik wel, en tegelijk worstel ik met de vraag: kiezen voor wie? Voor wat? Lang geleden bestond een aantal jaren rooms-rood. Roomsen en rooien dominant in één kabinet dat zo’n beetje tweederde of driekwart van de bevolking vertegenwoordigde. Da’s even goed gegaan, maar wij zijn geen twee-partijendemocratie. Iedereen z’n eigen partij. Leve de versnippering, wat VVD-coryfee Hans Wiegel een zegen voor de democratie vindt.

Dit keer doen 37 partijen mee aan de verkiezingen, het hoogste aantal sinds de Tweede Wereldoorlog. Hoe meer partijen, hoe meer vreugd? Hoe meer tevredenheid? In hoeverre is ver gaande diversiteit productief? Straks versnipperen we ons Parlement en kabinet tot ‘n onlegbare puzzel. Terwijl er eigenlijk maar een paar stukjes nodig zijn om ons allemaal tevreden te stellen: een (vaste) baan, een (betaalbaar) (huur)huis, goed onderwijs voor iedereen en een goede gezondheidszorg. Ik weet zeker dat die vier in alle partijprogramma’s staan. Maar ik moet natuurlijk op de kleine lettertjes in de partijprogramma’s letten en niet alleen naar de gezichten van de partijtrekkers kijken.

Kiezen is (soms/vaak) lastig. “Wat wil je?”, hoor ik de ijsman nog vragen. Hij reed met een kar in Italiaanse kleuren door de wijk, twee grote zilveren deksels op zijn twee ijsbakken. “Vanille of chocola?” Vandaag de dag tel je als ijsmaker niet meer mee als je niet minstens twintig smaken in de aanbieding hebt. En ik weet in Rome een paar ijsparadijzen waar ze meer dan honderd smaken hebben; het komkommerijs, het dropijs en het pindaijs niet meegeteld.

Vraag me niet hoe lang ik onderstaande rijmelarij ‘De vogels’ van Jules de Corte al bewaard heb. Het blijft in elke verkiezingstijd verrassend actueel, zeker als je de vogels met mensen vergelijkt – of omgekeerd – en als je het woordje koning vervangt door premier:

De vogels zouden, na heel lang kniezen en eindeloos praten, een koning kiezen.
Een koning die met gezag en ere het vogelvolkje kon regeren.
De grote vijf van zessen klaar verkozen koning Adelaar,
omdat diens geest als spiegelglas zo helder en geslepen was.

Da’s knus, zei de mus
Da’s wijs, zei de sijs

Da’s flink, zei de vink
Da’s braaf, zei de raaf
Da’s deut, zei de kneut

Hij is echt, zei de specht
Heel fraai, zei de kraai
Ik fuif, zei de duif
Ik dans, zei de gans
Dat ken, zei de hen.

Zo vonden ze allemaal hun nieuwe koning ferm en fiks,
alleen de ijsvogel en de rijstvogel en de struisvogel en de kraanvogel zeiden niks.

De vorst, eenmaal op zijn troon gezeten, wou alles over de vogels weten.
Hij werd, behalve licht reumatisch, ook meer dan gruwelijk autocratisch.
Hij bemoeide zich met dit en dat, geen vogel die nog vrijheid had.
Hij verzwaarde tot ieders ongeluk wel zes maal de belastingdruk.

Da’s flauw, zei de pauw
Da’s nep, zei de snep
Da’s vuil, zei de uil
Da’s haai, zei de gaai
Da’s bruut, zei de fuut.
’t Is pulp, zei de wulp
Da’s ploert, zei de woerd
Die zal ik, zei de valk
verslaan, zei de haan
Dat ken, zei de hen.

Zo zetten ze allemaal de puntjes danig op de x,
alleen de ijsvogel en de rijstvogel en de struisvogel en de kraanvogel zeiden niks.

Ze kwamen allen tot een conclusie: wat wij behoeven is revolutie.
En wie het zou winnen was glad om het even, want zo kon niemand verder leven.
Dus zetten ze hun koning af en gaven hem een flinke straf.
Daarna beslisten ze, groot en klein, de Zwaan zou voortaan koning zijn.

Da’s knus, zei de mus
Da’s wijs, zei de sijs
Da’s flink, zei de vink
Da’s braaf, zei de raaf
Da’s kneut, zei de deut

Hé, echt, zei de specht
Heel fraai, zei de kraai
Ik fuif, zei de duif
Ik dans, zei de gans
Dat ken, zei de hen.

Zo vonden ze allemaal ook deze koning ferm en fiks,
alleen de lokvogel en de spotvogel en de pechvogel en de stropvogel en de hiervogel en de daarvogel en de kraanvogel en de ijsvogel en de rijstvogel en de paradijsvogel en de kanarievogel die zeiden niks.

En waarom zeiden die niks?
Die zaten al in het Parlement!

Veel wijsheid in het stemhokje! En hou in het achterhoofd de regel uit het Oud-Testamentische Bijbelboek Spreuken (Hfdst. 29, vers 18): ’Waar het visioen ontbreekt verwildert het volk’…

 

Meevogelen? Ik ben een albatros!

Eerder op Trefpunt: Wijn en polonaise
Over Frans Wijnands 33 Artikelen
Frans Wijnands is journalist. Voor regionale dagbladcombinaties werkte hij als correspondent in Rome, Praag en Bonn. In de jaren tachtig was hij tien jaar hoofdredacteur van dagblad De Limburger. Na zijn pensionering woonde hij in Italië en België (Gent) alvorens naar Nederland terug te keren.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*