Intermezzo. Katjangs en politionele acties


Hoe oud was ik? Negen, tien? Enfin, in de tijd dat ons land zich begon te herstellen van vijf jaar bezetting en tegelijk aan een nieuwe oorlog bezig was. Ver weg, in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Het waren ‘politionele’ acties, bedoeld om ons koloniale bezit te verdedigen tegen (vrijheidslievende) ‘opstandelingen’, wat in feite inheemse mensen waren die het Nederlandse koloniale bewind meer dan zat waren. En onafhankelijk wilden zijn. Wist ik toen veel; ik was ’n kind en wist niet beter…

Ik ben opgegroeid in Strijp, een stadsdeel van Eindhoven. Ik ging er naar de lagere school, ging er plichtsgetrouw ter kerke en dronk er jaren later zo af en toe met mijn vader een glas bier in het café tegenover die vertrouwde St. Trudokerk. Het café is gemoderniseerd. De kerk niet. Misschien is dat een verklaring voor het bezoekersaantal. Al is het café vanwege corona gesloten en de kerk nog open. In die kerk heb ik in hun uitvaartdiensten mijn ouders voorgoed gedag gezegd.

Frans Wijnands, Intermezzo, Politionele acties, Jaren vijftig
Naoorlogs gezin aan tafel. Politionele acties ver van m’n bed show.
Foto: Nationaal Archief

Een deel van Strijp was de betrekkelijk kleine Botenbuurt, waar alle straten naar boten of schepen waren genoemd: logger, schoener, tjalk, aak, botter, sloep, pink. Met als centraal hart het Schippershof. Een rechthoekig binnenpleintje dat een beetje leek op een begijnhof. Het was bereikbaar via twee tunneltjes; een plantsoen in het midden. Knus. Inmiddels is de buurt al sinds jaren gerenoveerd en zijn de huizen qua sanitair en ander comfort helemaal bij de tijd.

‘Hij is thuis’, werd er op een dag in onze buurt geroepen, ‘we gaan kijken’. Dus holde ik mee. Naar het Schippershof. Hoe oud was ik? Negen, tien? Enfin, de leeftijd dat je het spannend vond om een oorlogsheld te kunnen zien. Wist ik veel, ik was ’n kind en wist niet beter… We gingen letterlijk achter de muziek aan, want de harmonie ging een serenade brengen aan de teruggekeerde zoon van een groot gezin op dat Schippershof. Veilig terug uit de Oost. Een ereboog boven de voordeur, trotse ouders, glunderende broertjes en zusjes en een bijna verlegen held tussen hen in.

Die herinneringen komen terug bij alle publiciteit over het boek ‘Revolusi’, van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck; een Belgische historicus/schrijver die zijn land in verwarring bracht en tot diep nadenken dwong met zijn recente standaardwerk ‘Congo’. Daarin beschrijft hij de rol van de Belgen en vooral hun toenmalige koning Leopold II in de Congo. Schokkend om het allemaal te lezen. En dat geldt ook voor zijn recente boek ‘Revolusi’, want daarin beschrijft hij hoe Nederland te vuur en te zwaard het koloniale bezit heeft verdedigd.

Logisch toch?, dat zijn boek me doet herinneren aan die serenade voor die dienstplichtige jongen van het Schippershof. Wat heeft ‘ie meegemaakt?, denk ik nu. Wat heeft ‘ie kunnen of willen vertellen aan zijn ouders, familie, buren, vrienden? Over die zeereis, over de tropen, over de politionele acties, over de wreedheden. De bewoners van het Schippershof waren van huis uit aardappeleters en dan komt zo’n jongen thuis met verhalen over een rijsttafel…

In mijn boekenkast staat een boek van Jouke Broer Schuil (1875-1960), geboren in Franeker, die na zijn opleiding bij de KMA een aantal jaren als officier in het toenmalige Indië diende. Kort na zijn terugkeer in Nederland verliet hij de militaire dienst en begon te schrijven; vooral (kinder)boeken. De Katjangs was een bestseller. Katjang is een Indonesisch woord voor pinda, maar ook voor ondeugende jongens. Het verhaal gaat over Tom en Thijs Reedijk. Hun vader is assistent-resident van Pontianak op Borneo. Voor een goede schoolopleiding stuurt hij zijn zoons naar Holland, waar ze bij de tantes Fokeliene en Koosje Moorman in Meerburg, een wijk in Leiden, gaan wonen. Ze wennen op school en op straat aan het leven in Holland. En er is natuurlijk een happy end als hun ouders ook naar het vaderland komen. Tempo doeloe…

Op het schutblad van mijn boek staat handgeschreven: ‘Prijs, gewonnen in de opstelwedstrijd van het Eindhovens Dagblad. Sept. 1950’. Helemaal rechtsboven staat met potlood de prijs van het boek: 4,90 gulden. Ik heb eens op de website van Boekwinkeltjes gekeken en zou mijn Katjangs voor 15 euro kunnen verkopen. Ik peins er niet over. Die prijs – uitgerekend van het (mijn) Eindhovens Dagblad – was het begin van een heerlijke journalistieke carrière.

 

Foto: Andere tijden, NPO

Eerder op Trefpunt: Jenever

Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Frans Wijnands
Over Frans Wijnands 20 Artikelen
Frans Wijnands is journalist. Voor regionale dagbladcombinaties werkte hij als correspondent in Rome, Praag en Bonn. In de jaren tachtig was hij tien jaar hoofdredacteur van dagblad De Limburger. Na zijn pensionering woonde hij in Italië en België (Gent) alvorens naar Nederland terug te keren.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*