Bitter Zoet

Robert Vacher, Bitter Sweet, Ujung Pandang, Zeezeilen

Ik was gestrand in Ujung Pandang, het vroegere Makassar, waar een sadistische bureaucraat de verlenging van mijn visum traineerde. De lamstraal had het in zijn hoofd gehaald om me te tarten. Mogelijk voelde hij dat ik hem een schertsfiguur vond. Bij kennismaking zette hij al direct een grote mond op omdat ik hem niet op de juiste manier aansprak. Bij een tweede bezoek was hij er niet. De derde keer kreeg ik op donderdag van een vervanger te horen dat ik maandag terug moest komen.

Het was druk, heel veel Mekkagangers. Ze popelden blijkbaar om op pelgrimstocht te gaan, en als hadji terug te keren, zoals Mus Amadee, eigenares van losmen Lestari, waar ik een kleine ruimte had aan een verwilderde tuin met kwijnende pisangbomen. Mus Amadee was een bonkige vrouw, lelijk als de nacht, maar trots op haar titel, en om die trots naar buiten te tonen droeg ze een wollen mutsje. Kijk mij eens vroom zijn.

Overdag dwaalde ik na het mandiën vanuit Lestari wat rond in de stad die er hier en daar uitzag alsof er een oorlog doorheen was geraasd. In de vroege avond ging ik naar de boulevard waar ik bij Akhin in zijn fietsriksja stapte, een jongen van een jaar of twintig, door wie ik me op sleeptouw liet nemen. Hij nam me mee naar een klein eethuis in een donkere achterafsteeg met wat tafeltjes en stoelen. Het was er een jolige boel. Vanuit de open keuken werden dampende schotels aangereikt, daging was een woord dat rond gonsde, geitenvlees dat van gaarheid uit elkaar viel, iedereen was jong en overmoedig, zoemend van de eetlust.

Als we verzadigd waren en plaats maakten voor nieuwe hongerlijers nam Akhin me weer mee terug naar de boulevard waar hij zijn standplaats had tussen de door petromax lampen verlichte eetkramen langs de trottoirrand. Op een van mijn wandelingen passeerde ik op een dag de toegangsboog van fort Rotterdam bij de haven. Hier en daar keek ik rond in kamers en zaaltjes, en trof ergens tot mijn verrassing een bescheiden bibliotheek met boeken van onder meer Kosinski, Strindberg en Camus, die ik nog lenen kon ook.

Ik hoefde alleen de naam van mijn losmen achter te laten. Hier en daar las ik een paar pagina’s en wilde weer gaan, toen er een deur open zwaaide naar een aangrenzende ruimte en enkele schaars geklede vrouwen tevoorschijn sprongen, alsof er een doos van Pandora openging, niet het type vrouwen waar ik naar op zoek zou gaan. Ik vroeg me zelfs af of ik een glimp had opgevangen van een ondergronds bordeel, ontsnapt aan het wakend oog van de autoriteiten. Met Kosinski’s Stappen in mijn rugzakje keerde ik me af van het tafereel en liep in de richting van de losmen in de buurt van de visafslag.

Het duurde even voor ik er aankwam want in het voorbijgaan raakte ik onverwacht in gesprek met een wat ouder Amerikaans echtpaar, met volle tassen beladen, zojuist uit een riksja gestapt. Handen schuddend stelden ze zich voor, Alan en Ruth. Ze hadden inkopen gedaan en keerden terug naar hun boot die op de rede voor anker lag. Het gesprek verliep zo plezierig dat ze voorstelden aan boord te komen voor een drankje.

Aan boord van de Bitter Sweet

Om bij de Bitter Sweet te komen maakte Alan gebruik van een dinghy waarmee hij mij, zijn vrouw en zichzelf naar de boot roeide, een mooie gestroomlijnde zeilcruiser. We zakten weg in dekstoelen en weldra werden er flessen Bintang bier uitgeschonken, met de rode ster op het etiket, uit de koeling. We hieven het glas. Ik kreeg te horen dat Alan het overgrote deel van zijn leven graanboer was geweest in the Midwest maar altijd had geweten dat hij een deel van zijn leven zou reserveren om de wereldzeeën te bevaren, ook al wist hij bij voorbaat dat het een bitterzoete onderneming zou worden, die een hoop vrijheid genereerde, maar behalve dat een straffe discipline vereiste.

‘Het regime is streng aan boord,’ vulde Ruth aan. ‘Op volle zee rouleren we. Vier uur op, vier uur af. Vooral de hondenwacht tussen vier en acht is zwaar.’ Het echtpaar was zo’n twee jaar onderweg. Alan liet me globaal zien wat hem en zijn vrouw 0p de Bitter Sweet in leven hield. Er was een satellietnavigator aan boord. Hij had de beschikking over radar, radio, en dieptelood, om aanvaring met koraalrif te voorkomen. Kwam de wind uit een gunstige hoek, dan ging de dieselmotor af en werd er op de zeilen gevaren.

Een van de kostbaarste hulpstukken op de Bitter Sweet was voor Alan zijn Magnum Mountain Eagle die hij als superieur schiettuig aanprees. In Ambon Stad moest hij het wapen inleveren bij de havenpolitie. Maar hij kreeg het bij vertrek terug. Ze begrepen wel dat het net zo belangrijk was voor hun overleving als de honderd twintig gallons water die ze op voorraad hadden. Het was al enige tijd donker toen Alan me van de Bitter Sweet terug naar de kade roeide. Een half uur later kroop ik in mijn slaapzak onder mijn klamboe en las tot ik in slaap viel bij het licht van mijn zaklamp in Stappen, mijn eigen Mountain Eagle.

Eerder van Robert Vacher: Koorts
Meer op Trefpunt over zeezeilen: Is zo’n jacht werk of hobby?

Robert Vacher
Over Robert Vacher 4 Artikelen
Robert Vacher zwierf jarenlang door Zuidoost-Azië en Afrika en verbleef langere tijd in Frankrijk en Spanje. Hij schreef onder meer de roman Grensgebieden, de reisroman Spel van Troost, de verhalenbundel Vrije Val, en publiceerde in tijdschriften als De Revisor, Maatstaf, Nieuw Vlaams Tijdschrift, SIC en Gierek

3 Comments

  1. In de veronderstelling, dat de eerste foto in dit artikel (een deel van) Ujung Pandang laat zien, betekent dit, dat die stad dermate veranderd is sinds mijn bezoek aan die stad in 1984, dat ik die stad op basis van deze foto niet herkend zou hebben.
    Op zich niet verrassend na zo’n 35 jaar natuurlijk.
    Ik heb het artikel geinteresseerd en met plezier gelezen en hoop in de toekomst meer verhalen van Robert Vacher gepresenteerd te krijgen. Bijzonder lezenswaardig naar mijn smaak.

    • Ik was in Ujung Pandang in 88 of 89 voor twee nachten op weg naar en van Toraja. Het ‘losmen’ was inmiddels ‘hotel’ maar meer Engelse woorden kwam je er niet tegen. De riksja zal er ongetwijfeld nog zijn; de Fokker waarin we vlogen denk ik niet meer…….

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*