Impressies uit Mongolië (3). Hoe word ik een goede keelzanger

Met zijn vuisten slaat Tserendawa op zijn dijen. Daarna beukt hij met zijn linker vuist op zijn rechter bovenarm en met zijn rechter op zijn linker bovenarm. ‘Vlees!’, zegt hij. Zijn stem galmt door het huisje in het Altai-gebergte van Mongolië. ‘Daar word je sterk van. Vlees!’

Met ontzag kijk ik op naar de man die met zijn gestalte de huiskamer vult. Alles is groot aan hem, vooral zijn knuisten. Zojuist heeft hij me verteld dat hij vroeger worstelaar is geweest. Dat doen de Mongolen graag worstelen. Het is het nationale tijdverdrijf. Als er iets te vieren valt wordt er geworsteld. Zoals bij het Naadaam-festival. De mannen trekken een lichtblauw glanzend broekje aan en worstelen maar.

Worstelen

Tserendawa knijpt één oog dicht en kijkt me met het andere oog onderzoekend aan. ‘Zo te zien heb je vroeger veel aan sport gedaan’, zegt hij. ‘Je hebt een atletisch voorkomen.’
Het zweet breekt me uit. Zo direct nodigt hij me uit om een partijtje te worstelen. Je weet het niet met die Mongolen. Misschien is het gebruikelijk om eerst met de gastheer een partijtje te worstelen. Dan een paar glazen wodka te drinken en vervolgens aan te vallen op het avondeten. Vlees natuurlijk! Want iets anders eten ze niet.

De verwelkoming was ook al zo raar. Uit zijn binnenzak had hij een soort washand gehaald, versierd met kralen en borduurwerk. Uit het zakje kwam een stenen flesje tevoorschijn. Hij gaf het me. Ik liet het flesje door mijn handen rollen, bekeek het aan alle kanten. ‘Ruiken!’, zei hij. Een zoete parfum kroop in mijn neus. Daarna strekte hij zijn arm weer uit, pakte het flesje, draaide de dop eraf, rook, sloot zijn ogen, zei aaahhh, draaide de dop er weer op, stopte het flesje in de washand en de washand weer in zijn binnenzak.

André van Leijen, Impressies uit Mongolië (3). Hoe word ik een goede keelzanger, Geurflesje
Traditionele Mongoolse geurflesjes (Bron: Pinterest)

En deze man wil met me worstelen. ‘Wie? Ik? Veel gesport? Oh nee hoor’, zeg ik haastig, ‘een beetje getafeltennist. Niets bijzonders.’
Intussen zet zijn vrouw het eten op tafel. Zwijgend verlaat ze de huiskamer. Ze wordt niet geacht hier te zijn. De hele dag zit ze in een donker hok, waar een grote pan op het vuur staat. Daarin is ze vlees aan het koken. De weeïge lucht vult het huis. Mijn maag begint spontaan samen te knijpen bij de gedachte, dat dit zo direct op tafel staat.

Vlees

En nu staat het op tafel. Een kom met daarin een stuk vlees. Een homp. Direct van koe of schaap, geit, paard of kameel. Want Tserendawa heeft mij zojuist verteld, dat hij 100 schapen heeft, 100 geiten, 80 koeien, 20 paarden en 4 kamelen. Hij is erbij gaan zitten. Heeft een mes gepakt en begint het vlees met zijn knuisten van het bot te snijden. Ik zie het wit van het bot tevoorschijn komen onder het doorgekookte grijze vlees. Hij snijdt het vlees in dobbelstenen, doet ze in een kom. Die is voor mij. Tserendawa zelf kluift de restanten van het bot.

Tevergeefs probeert mijn gebit de stukken gummi in kleinere eenheden te verwerken. Uiteindelijk slik ik de stukken maar in zijn geheel door. ‘Uw vrouw kan lekker koken’, zeg ik. Dat zeg ik, omdat ik het zo zielig vind dat die vrouw de hele dag in dat donkere hok vlees zit te koken. Zonder op te kijken zet Tserendawa zijn tanden in het vlees en scheurt het met een hoofdbeweging van het bot. Met de rug van zijn hand veegt hij zijn mond af. Daarna begint hij met een tandenstoker het vlees tussen zijn tanden uit te peuteren.

Hij denkt vast dat ik een lul ben. Hij weet natuurlijk dat zijn vrouw helemaal niet lekker kan koken. Ze kookt het vlees al jaren op dezelfde manier. Zoals zijn moeder het kookte. Zoals alle vrouwen in het dorp het altijd koken. Die verweekte westerlingen denken dat vlees lekker moet zijn. Lekker vlees bestaat niet. Vlees is vlees. Daar word je sterk van.

Diploma’s en Oorkondes

Na het eten verlaat Tserendawa de kamer. De vrouw ruimt de tafel af. Zonder iets te zeggen neemt ze mijn kom met vleesblokjes mee. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat ze de kom leeggooit in de pan, die nog steeds op het vuur staat te pruttelen.

Ik kijk de kamer rond. Aan de wand hangt een rood tapijt met complexe mandalafiguren, die zich eindeloos herhalen. Het tapijt op de grond heeft geometrische patronen, die doen denken aan het swastika-symbool. Er staan twee harde banken tegen over elkaar als in een treincoupé. Op een daarvan zal ik vannacht slapen. Aan de muur hangen foto’s van Tserendawa in traditioneel kostuum tussen de besneeuwde toppen van het Altai-gebergte. Hij is omringd door muzikanten. Een dikke televisie staat in een Ikea-achtige kast. Daarboven hangen ingelijste oorkondes met de foto van Tserendawa.

André van Leijen, Impressies uit Mongolië (3). Hoe word ik een goede keelzanger, Diploma
Diploma. Let op het Swastika-symbool in de linker bovenhoek (Foto: André van Leijen)

Een daarvan is een diploma uitgegeven door The World Academy of Chinggis Khaan. Er staat een Swastika-symbool op. Daarnaast hangt een oorkonde, voorzien van gewichtige stempels. Er staat:

“We are pleased to grant you the title of distinguished Mongol khoomei heritage bearer.

May Yanjinlkharn, the goddess of art, bless you for ever.

2019.09.28”

Keelzanger

Tserendawa is een khoomei-zanger, een keelzanger. Een keelzanger is in staat drie tonen tegelijk voort te brengen. Het is begonnen bij de Hunnen zo’n 1400 jaar geleden, toen ze overgingen van het bestaan van jager-verzamelaars in de bossen naar het houden van dieren op de steppen. Volgens het sjamanisme zijn overal in de natuur geesten aanwezig. En dat uit zich niet alleen in vormen, maar ook in geluiden. Door de geluiden te imiteren wil een keelzanger in contact komen met die natuur. Sinds 2009 is het keelzangen opgenomen in het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van de UNESCO.

André van Leijen, Impressies uit Mongolië (3). Hoe word ik een goede keelzanger
Keelzanger Tserendawa begeleidt zichzelf op de Paardenkopviool (Foto: Linda Tluckova)

Keelzanger Tserendawa is intussen weer binnengekomen. Hij heeft een ‘deel’ aangetrokken van brokaat. Op de blauwe zijde zijn grote zilveren figuren ingeweven. Het is een traditioneel Mongools kostuum. Onder zijn arm heeft hij een paar fotoboeken. Hij is over de hele wereld geweest. De BBC heeft een programma aan hem gewijd. Le Monde schrijft over hem. In Japan heeft hij samengewerkt met een jazzsaxofonist. Op een van de foto’s zit hij tussen de megalieten van Stonehenge. ‘Ik moest daar zitten zingen’, zegt hij, ‘terwijl de mensen in een kring in trance rond de stenen liepen.’ De keelzanger begint te lachen en schudt zijn hoofd.

Dan pakt hij zijn paardenkopviool. ‘Het vel is van kamelenhuid’, zegt hij. ‘Hij is gemaakt door mijn vader. Die was ook een keelzanger.’ Hij zet de strijkstok van paardenhaar op de drie snaren en begint te zingen. Het ongelooflijke vindt plaats. Vreemde lage geluiden wellen op van achter de zwezerik. Daarboven klinkt een tweede toon, die wordt opgewekt lijkt te worden tussen schildklier en farynx. En daar boven speelt een vrolijk liedje dat klinkt als een tsjilpende vogeltje, waarschijnlijk voortgebracht in een gebied waar een normaal mens voorhoofdsholteontsteking krijgt. De rillingen lopen over mijn rug.

André van Leijen, Impressies uit Mongolië (3). Hoe word ik een goede keelzanger, Tserendawa en de auteur
Of ik het ook eens wilde proberen… (Foto: Linda Tluckova)

Het concert duurt 15 minuten. Dan houdt de keelzanger ermee op. Het zweet staat op zijn voorhoofd. Of ik het ook eens wil proberen. Hij gebaart me naast hem te komen zitten. Met zijn hand drukt hij op spieren laag in mijn rug. Die moeten ontspannen zijn. De lucht moet uit de buik komen. Langzaam door de lippen laten glijden. De tong tegen het gehemelte. De lippen vervormen, zoals een vrouw haar lippenstift controleert. Er komt een afschuwelijk geluid uit mijn mond, waarvan ik nooit vermoed had dat ik het had kunnen voortbrengen. ‘Goed zo’, zegt Tserendawa, ‘je hebt talent. Veel oefenen thuis!’ En veel vlees eten, vul ik in gedachten aan. Keelzingen is toch makkelijker dan worstelen.

 

Eerdere Mongolië-reportages op Trefpunt: De Amazones van Mongolië
en
De wilde paarden van de kolonel

Wilt u meer weten over onze tocht door het Altai-gebergte in Mongolië, ga dan naar onze travelblog:

https://www.travelblog.org/Asia/Mongolia/Khovd-/blog-1039690.html

Daar staan ook veel foto’s.

 

André van Leijen
Over André van Leijen 155 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.

4 Comments

  1. Geweldig André! Je stukje weer met met veel plezier gelezen. Ik hoor toch graag een keer je vooruitgang in het keelzingen. Oefenen, oefenen!!

  2. Tjonge, wat kun jij overdrijven: “Jij hebt vroeger veel aan sport gedaan.” Natuurlijk heb je nog steeds een lijf als van een jonge god, maar een worstelaar heb ik nooit in je kunnen herkennen :-).
    Je hebt weer een heerlijk verhaal geschreven, André, waarvoor dank. Deze worstelaar – dat ligt meer aan mijn groeiende buikomvang dan aan sportieve activiteiten – ziet je binnenkort graag weer eens in R’dam.

    • Tino, bedankt voor de video. We hebben zelf ook een video gemaakt van Tserendawa en ook een dat ik onder leiding van Tserendawa aan het oefenen ben. De laatste video zal ik de mensheid niet aandoen. Bovendien stuitte ik op technische problemen bij het plaatsen van de video’s. Houd me op de hoogte van de voortgang.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*