Impressies uit Mongolië (2). De wilde paarden van de kolonel

‘De hengst Chan schraapt nerveus met een van zijn voorpoten over het steppegras. Staande op een heuveltop overziet hij zijn grazende harem van zes merries en houdt tegelijk de indringers in de gaten. Voorzichtig naderen we de kudde Przewalski-paarden tot op zo’n twintig meter. Dan grijpt Chan in. In galop stuift hij op de merries af en drijft ze snel de vallei in, weg van de mens.’

Dat schreef Hans Geleijnse in 1995. Hij was toen in Mongolië, waar een paar jaar daarvoor de przewalski’s geherintroduceerd waren.

‘We turen ze na over het glooiende steppe-landschap van Hustain Nuruu in centraal Mongolië’, zo gaat hij verder. ‘Een golvende roestbruine deken, doortrokken met de erosie-voren van smeltwater, aan de einder overvloeiend in laaggebergte. Grillig gevormde stukken rots steken af tegen de strakblauwe lucht. Een frisse bries waait over de vlakte.’

En dat is nog steeds zo. Ook de steppemarmotten zo groot als konijnen die hij beschrijft, zijn er nog. Maar we komen voor de wilde paarden. Hoe staat het daarmee? Leven die nog of zijn die langzaam doodgebloed? Trouwens wat zijn dat eigenlijk przewalskipaarden?

Toen Philip Freriks in 1990 tijdens het Nationaal Dictee een opsomming gaf van dieren die je in Artis zo al kon bezichtigen: ‘een wildebeest, een przewalskipaard, een kasuaris…’, ging er een gekreun op in de bankjes van de Tweede Kamer. Want geen mens had van het beest gehoord. Laat staan dat ze wisten hoe ze het moesten schrijven. P-r-z-e-w-a-l-s-k-i…, Philip Freriks liet het woord nog maar eens over zijn lippen glijden.

Andre van Leijen, Mongolië (2), Philip Freriks
Het Nationaal Dictee (Bron: De Limburger)

Toevallig wist ik het wel. Dat kwam, omdat ik als kleine jongen vaak bij het przewalskipaard in Artis ging kijken Het stond in een klein modderig hok, naast de wisenten en de bizons. Er stond een bordje bij:

PRZEWALSKIPAARD
Steppen van Mongolië
In het wild uitgestorven.

Ik vond het een beetje zielig, dat paard. Want wat moest dat paard wel niet denken van dat modderige hok, terwijl hij gewend was om met zijn maten over de steppen te stuiven? En dat die maten allemaal dood waren, dat was natuurlijk helemaal treurig. Trouwens hoe komt zo’n beest aan zo’n idiote naam, vroeg ik me af.

Andre van Leijen, Mongolië (2)
(Bron: Pixabay)

Jaren later kwam ik daarachter, toen ik in Sint Petersburg was. Op het Alexanderplantsoen, vlak bij de Neva rivier, stond een standbeeld van de heer Nikolai Michailowitsch Przewalski. Van beroep ontdekkingsreiziger. Tevens kolonel in het Russische leger. Eerst dacht ik dat het Stalin was, met zijn achterover gekamde haar en zijn borstelsnor.  Maar op de sokkel stond in het Cyrillisch dat het Kolonel Przewalski was. Aan de voet van het monument lag overigens geen paard, maar een kameel. Dat was zijn vervoersmiddel door de Gobi-woestijn.

De kolonel werd verondersteld onbekend gebied in kaart te brengen, dat de Russen eventueel zouden kunnen veroveren, maar in plaats daarvan kwam hij thuis met een herbarium met honderden planten, met torretjes die hij gevangen had, vlindertjes en ander spul. Over de wilde paarden schrijft hij: ‘Het zijn montere diertjes, heel schuw, met scherpe reukzin, oog en gehoor. Ze verblijven bij voorkeur in de wildste streken en zijn moeilijk te besluipen.’

Andre van Leijen, Mongolië (2), KOlonel Przewalski
Kolonel Przewalski (Bron: Wikipedia)

En nu sta ik zelf op het punt die montere diertjes te besluipen.
In het bezoekerscentrum hangt een foto van Willem Alexander en Maxima. Ze waren hier in 2006. Niet zo verwonderlijk. Nederlanders hebben een belangrijke rol gespeeld bij de herintroductie van de wilde paarden in Mongolië.

In de 19e eeuw werden 54  przewalskipaarden in de Gobiwoestijn gevangen en over de dierentuinen in Europa verspreid. Twaalf daarvan zijn de stamouders van de przewalski’s die nu in Nationaal Park Hustai rondlopen. De genetische variatie kan dan ook niet groot zijn. De vraag of het project om de paarden te herintroduceren wel zou lukken, is alleen daarom al terecht.

Hans Geleijnse schreef ruim 20 jaar geleden, dat over de toekomstkansen van het project weinig te zeggen valt. Zonder financiële steun zou Hustai ten dode zijn opgeschreven. Vooral Nederland heeft het project financieel gesteund. De Mongolen roemen daarom de inzet ‘van de Nederlandse koningin, die … veel sneller dan bij andere subsidieprojekten het geval is haar goedkeurende handtekening zette’. Vandaar dat fotootje van Willem Alexander en Maxima natuurlijk.

Naast die foto hangt een zwart-wit foto van Inge en Jan Bouman. Nederlanders. Zij waren het project begonnen in 1977. In 1992 werden de eerste wilde paarden vanuit Nederland naar Nationaal Park Hustai overgebracht.

Andre van Leijen, Mongolië (2), Nationaal Park Hustai
Nationaal Park Hustai (foto: Linda Tluckova)

Vanaf het bezoekerscentrum rijden we 13 kilometer over een zandweg het park in. Samen met een gids. Vlak voordat we instappen komt een jonge vrouw naar ons toe en vraagt of ze met ons mee mag rijden. Ze blijkt uit Nederland te komen. Margot heet ze. Ze is vanuit Nederland naar Mongolië gelift. We noemen haar Margot Polo.

Margot vindt het vreemd, dat het huis-tuin-en-keuken-paard 64 chromosomen heeft en przewalskipaarden 66. Dat ze met elkaar kunnen paren, dat de nakomelingen 65 chromosomen hebben en dat die nog vruchtbaar zijn ook. En dat is ook vreemd. Want een kruising tussen twee soorten levert nooit vruchtbare nakomelingen op. En dan dat oneven aantal chromosomen: 65… Kan niet.

Het zit zo, zeg ik met mijn volle gewicht tegen Margot. Bij de przewalskipaarden is een van de chromosomen (om precies te zijn chromosoom nummer 5) in twee kleinere chromosomen gesplitst (chromosoom 23 en 24). Daardoor zijn er 66 chromosomen ontstaan. Als zaadcel en eicel versmelten, blijkt chromosoom 5 van het gewone paard te matchen met de combinatie van chromosoom 23 en 24. Niks aan de hand, ook al heeft de nakomeling 65 chromosomen. Een soort Mongooltje. Ze grinnikt.

Het laatste stuk leggen we te voet af. Tussen het gras staat jeruzalemsalie, aarereprijs, dwerglamsoor, geel walstro. Ik ruik de geur van alsem. In de lucht hangt een amoerroodpootvalk. Ons zwijgen gaat op in de stilte van het landschap. Achter een heuvel wordt een hengst met zijn harem zichtbaar. Ze vluchten niet, zoals jaren geleden bij Hans Geleijnse het geval was.

Andre van Leijen, Mongolië (2), Przewalskipaarden
Przewalskipaarden in Nationaal Park Hustai (foto: Linda Tluckova)

De paarden hebben een grote kop en een klein lichaam. De manen zijn kort. Ze hebben allemaal dezelfde lichtbruine suède kleur. Een gebrek aan genetische variatie? Of een gevolg van natuurlijke selectie? We tellen vier veulens. Blijkbaar gaat het goed met de wilde paarden. Er zijn nu 380 volwassen paarden, zegt onze gids trots.

Toch kwam er vorig jaar een domper op de feestvreugde. In een vakblad stond dat de przewalskipaarden helemaal niet wild zijn, maar verwilderde afstammelingen van paarden die 3500 jaar geleden in Kazachstan gedomesticeerd waren. Zouden ze daarom niet wegrennen, vraag ik me af. Maar waarom renden ze voor Hans Geleijnse dan wel weg?

Wilt u onze travelblog lezen over ons bezoek aan Hustai National Park, ga dan naar https://www.travelblog.org/Asia/Mongolia/Ulaanbaatar/blog-1039222.html . Daar staan ook foto’s.

André van Leijen
Over André van Leijen 152 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*