I’m so tired


’s Morgens om zeven uur wijst de temperatuurmeter hier op het balkon niet meer dan een ijzingwekkende eenentwintig graden.

Op het balkon, staand met een dampende kop koffie en een eerste sigaret, neem ik de omgeving in mij op en stel vast dat alles er nog net zo bij ligt zoals de voorgaande dagen. In mijn ogen een eentonig geheel, ook al zie je de bananen in de tuin van de overbuurman groeien, waar hij ze elke morgen om dezelfde tijd inspecteert als waarop ik met mijn koffie naar buiten kom, om vast te stellen dat zij nog niet rijp genoeg zijn om te plukken en naar de markt te brengen.

De overbuurman ziet mij en begroet mij met een hoofdknik. Ik steek als antwoord de mok koffie naar hem op en mompel zoiets als Sawadeekrap, wat niet uitnodigt tot een lang en diepgaand gesprek over bananen, de groei van die dingen en waarom zij krom zijn. Hij heeft zich al weer omgekeerd en staart zoals gebruikelijk elke morgen omhoog naar de trossen die nog groen maar zwaar aan de bomen hangen, waarbij hij zich waarschijnlijk afvraagt hoe hij de takken zal stutten, want naarmate de tijd vordert zullen zij zwaarder worden, vergroot dit de kans dat er takken onder het gewicht afbreken en de bananen uiteindelijk op de grond terecht komen, waar zij kunnen dienen waar zij oorspronkelijk voor bedoeld zijn. Voedsel voor de boom zelf en het gedierte wat er zo rondkruipt tot aan een paar duizend mieren die de laatste resten opruimen.

Eenentwintig graden, ik ril van de kou

Eenentwintig graden en ik ril van de kou. In een polo en een boxershort kijk ik op de temperatuurmeter die ik een schaduwplek heb gegeven, zodat ik ook midden op de dag kan zien wat de temperatuur werkelijk is. Zou het ding in de zon zijn werk moeten doen, dan zou het aanwezige kwik waarschijnlijk het glazen buisje uitspuiten. Nu blijft hij, zie ik, als ik ’s middags na mijn achtien-holes-gewoonte thuis kom, om en nabij de vijfendertig graden hangen. En dit is iets wat voor deze tijd van het jaar veel te warm is, zoals een Hollandse expat op de Gym Khana Golfclub beweerde in aanwezigheid van een groepje andere expats die, zoals in zijn uitdrukking te zien was, nog niet zo ervaren zijn als hij omdat hij al zestien jaar in Chiang Mai woont en alle ins and outs van het leven in de tropen kent.

Hij had bij de bekendmaking van zijn wetenschap de wenkbrauwen gefronst waarin ik de bedoeling meende te zien, dat wij ons allemaal grote zorgen moesten maken over dit fenomeen en wij er gerust van uit konden gaan dat het einde der tijden is aangebroken en wij allemaal geroosterd zullen worden als in de hel.

Er werd door alle aanwezigen geknikt en een ogenblik in hun glas gestaard in afwachting van nog meer ontijdige berichten waarvan de oorzaak bij de mensheid zelf gezocht moest worden, zodat het leek alsof het glasstaren een overtuigde zelfbeschuldiging was en de strijd bij voorbaat al verloren. Gelukkig was er één die de al vaak beproefde methode om de schuld op anderen te schuiven toepaste en het woord nam. Hierbij verklaarde hij dat die Thai ook maar wat doen met het platbranden van hun landen, voordat zij beginnen met het inzaaien van nieuwe gewassen. Het glasstaren werd beëindigd met een keur van anekdotes over een bevolkingsgroep die nog nooit van milieu heeft gehoord en dientengevolge een onverantwoorde aanslag doet op de leefbaarheid van onze planeet, ofschoon het ’s morgens nog wel lekker koud is, zei er één die vervolgens stomverbaasd werd aangestaard.

Jazeker, dat was ik die toch al moeite heeft zich aan te sluiten bij de groep Thailandkenners die hier al jaren woont nadat zij hun bedrijven, winkels,  klantenbestanden hadden verkocht en met de opbrengst de kuierlatten hadden genomen naar het paradijs wat nu dreigt ten onder te gaan onder de absurde temperaturen voor de tijd van het jaar.

Maar met deze ene simpele opmerking werd de discussie verlegd naar een andere ontijdigheid, de economie waarover ik stijf mijn bek dichthield, omdat ik mijn eigen economie al moeilijk genoeg vind, laat staan die van de wereld.

Wat doe ik eigenlijk hier?

Terwijl ik van mijn koffie slurp, volg ik met mijn ogen de overbuurman tijdens zijn inspectieronde in zijn bescheiden plantage met naast hem zijn trouwe viervoeter die wat mij betreft onder een voorbij razende truck plat gereden kan worden, zodat ik hierna weer eens een echt goeie nachtrust heb en niet wakker word geblaft omdat er iets beweegt. Op dat moment drong zich de vraag weer op: wat doe ik eigenlijk hier? In deze eentonigheid van elke dag hetzelfde en niemand om mij heen waar ik mij eens lekker aan kan ergeren, omdat er weer iets is opgeruimd wat ik met geen mogelijkheid zelfstandig kan terugvinden, er om moet vragen, waar ik de pest aan heb, want ik hou niet van vragen naar mijn eigen spullen, en zeker niet als het op een manier moet gebeuren waarbij handen en voetenwerk nodig zijn om uit te leggen wat ik precies bedoel.

Ik kijk naar de overbuurman en zou eigenlijk ook wel een tuin willen. Misschien wel iets waarin ik een plantage met rubberbomen zou kunnen maken. Laten maken natuurlijk om de oud-koloniale gevoelens te behouden zoals ik in een film zag die ik gisterenavond op mijn computer bekeek. Ik zie mijzelf al rondlopen met een rieten stokje in mijn hand aanwijzend wat waar moet gebeuren, nadat ik eerst een uitgebreide studie had gedaan naar het wel en wee van een rubberboom. Hoe deze te planten en hoe af te tappen. Ik zou in elk geval weer een doel hebben en daarmee de eentonigheid doorbreken, mede ook omdat de rubber verkocht moet worden en ik hierbij aan een waterdicht contract denk met Durex die binnenkort zijn behoefte aan rubber spectaculair ziet stijgen als de Paus zijn veto over het gebruik van condooms in Afrika opheft onder druk van God die het zo wel welletjes vindt.

Als mijn koffie en mijn sigaret op zijn, druk ik de peuk uit in een asbak en begin aan het volgende ritueel met het omdraaien van de knop op de gasfles in de douche, zodat ik warm water krijg als ik er onder sta. Hierna zeep ik mijzelf in met “Dynamic Pulse van Adidas”, (revitalising with pepermint) waarna ik mij afspoel, afdroog en vervolgens “Nivea deodorant for Men” hanteer op zo’n beetje alle plekken die holtes vertegenwoordigen, zodat er van een mannenlucht geen sprake meer kan zijn, maar veel meer een geur verspreidend van een snoepwinkel.

Keuze tussen twee golfbanen

In de eentonigheid past ook mijn garderobe met een Mizuno-pantalon en een polo van Jeep, Armani of La Coste al naar gelang deze schoon en gestreken in de kast hangen, waar de oude aftandse werkster voor zorgt die overigens altijd langs komt om haar werk te doen, wanneer ik net thuis ben, terwijl ik absoluut geen getuige wil zijn van haar werkwoede. Na al dit ochtendritueel volgt het volgende, de ongelooflijk moeilijke keuze maken waar vandaag golf te spelen.

Ik moet twee banen in gedachten hebben, want dan kan ik bepalen door kruis of munt te gooien welke ik kies. Vandaag gaat de keuze tussen Hang Dong en Sand Creek waarbij ik stiekem hoop dat het Sand Creek wordt, omdat de vrouwelijke manager een verblindende schoonheid is die de laatste keer dat ik haar zag mij zo uiterst vriendelijk te woord stond op vragen van mijn kant wat betreft het complex. Of het te koop was. Voor hoeveel dan wel. Wist zij niet. En bij wie ik moest zijn om een verkoopcontract af te sluiten. Dit laatste wist zij ook niet, waarbij ik een zucht van verlichting slaakte want de miljonair spelen of ‘m werkelijk zijn maakt nogal een verschil, maar ik had tenminste indruk op haar gemaakt, wat ik het liefst zou consumeren als ik maar twintig jaar jonger was geweest. De munt geeft Hang Dong en ik besluit naar Sand Creek te rijden, mijzelf er van overtuigend dat dit tweehonderd Baht goedkoper is en dus veel wijzer.

Tegen acht uur draai ik zoals elke dag mijn Pick-up achteruit rijdend van het erf de straat in, geassisteerd door mijn overbuurman die ook vasthoudt aan gewoontes. Wapperend met zijn handen dat ik achteruit kan, nog iets verder, tot aan zijn hek, waarna hij zijn handen in de lucht steekt alsof er een wapen op hem gericht wordt, maar hetgeen slechts het teken is dat ik moet stoppen en de weg op kan draaien. In mijn wens de gewoonte te doorbreken heb ik de neiging zijn teken te negeren en eens heel hard tegen zijn roestige hek aan te rijden, zo zijn plantage binnen, gelijk zijn hond vermorzelend onder de achterwielen, maar het gezonde verstand zegeviert, zodat ik sensatieloos de T-splitsing nader, waar ik rechtsaf moet, wat tenminste een actie is die je niet kunt uitvoeren zonder een behoorlijke adrenalinestoot. Wil je tenminste ooit op de hoofdweg terecht komen.

Ik heb geleerd dat het ’t beste is je te gedragen als een Thai en er absoluut geen Nederlandse rijstijl op na moet houden, want dit wordt niet begrepen en heeft catastrofale gevolgen. Houd je je hier aan de internationale verkeersregels, dan sta je op zo’n T-splitsing rustig een uurtje of wat te wachten, totdat je de kans krijgt de hoofdweg te berijden, dus moet je een Thaise mentaliteit ontwikkelen, wat betekent: het verstand op nul en het gas op de plank. En er vervolgens maar het beste van hopen.

Het hele kolere eind gereden voor haar glimlach

Mijn schoonheid zit met een man aan een tafeltje in de schaduw onder een afdak van rieten matten gebouwd op houten palen, recht en krom, onbeschilderd en zo te zien niet eens echt dood, omdat er hier en daar een groen blaadje uit de stam steekt in een hopeloze poging weer wat leven in de brouwerij te krijgen. Zij zitten beiden met hun hoofden gebogen over enkele A-viertjes, waar ik in de gauwigheid tabellen en cijfers op zie, waarvan veel nullen achter de komma. De lasten en baten denk ik en zij kijkt op, geeft mij de glimlach die ik verwachtte en waarvoor ik dat hele kolere eind gereden heb, waarna zij vervolgens duidelijk maakt dat haar man, tegenover haar zittend, zo vriendelijk was geweest samen met haar wat papieren door te nemen, waarin precies is terug te vinden hoeveel rai het complex beslaat, wat de kosten zijn geweest om er een golfbaan op aan te leggen, de bouw van het hotel en de drie huizen. Nieuw, maar wel al vervallen, reparatie een fluitje van een Baht, tachtig miljoen voor het hele complex zou een mooie prijs zijn, waarbij het voordeel dan lag bij de koper, de verkoper zou duidelijk veel inleveren. De eigenaar woont in Bangkok, maar zij mogen als vertegenwoordigers van hem de zaken afhandelen. Koffie?

Ik verlang ineens heel erg terug naar de gezapigheid van de eenzame dagen. Mijn balkon waar vandaan ik de overbuurman zie in zijn bananenplantage, zijn schattige hond die de boel ’s nachts zo goed in de gaten houdt, mijn goede en vooral wijze vrienden op de Gym Khana Golfclub.

Ik drink koffie, bestudeer de velletjes A-vier, nadat ik even uit de auto mijn leesbril heb gehaald die nu op het puntje van mijn neus wiebelt rond angstige zweetvlekken.

Of zij voor kopieën kunnen zorgen, zodat ik met mijn accountant de boel kan bespreken. Natuurlijk, en ik besef dat ik Sand Creek van mijn keuzemenu kan halen als ik kruis of munt gooi.

 

 

 

 

 

 

 

 


Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com

2 Comments

  1. Ik val misschien in herhaling maar ik geniet ontzettend van je uitgeschreven mijmeringen. Hoe banaler hoe liever! Bert vraag je nooit meer af wat je daar in hemelsnaam doet daar op je balkon. Kijken naar je bananenstarende buurman, wikken en wegen welke golfbaan je die dag zal bezoeken leveren heerlijke verhalen op. Hou hier nooit mee op!

  2. Geweldig verhaal uit de vele momenten waar men de dag mee wenst in te vullen.
    Had heel vroeger ook zo’n biermaatje die regelmatig vroeg ‘Wat kost deze tent eigenlijk zoek nog een hobby’ je komt nog eens ergens met zo’n instelling.
    Mijn dank voor deze gulle lach.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.