Hou op met vereren!


Het schijnt een onverwoestbare eigenschap te zijn: de behoefte om te vereren. Of het nu om koningen gaat, sporthelden, film- en popsterren, politici of BN-ers en ‘influencers’, het arsenaal aan veren dat in een bewonderde aars kan worden gestoken, is onuitputtelijk. Je kunt er schouderophalend aan voorbij gaan en met de dichter Horatius mompelen: ‘wie lacht niet, die de mens beziet’. We leven in een zogenaamd ‘verlichte tijd’, maar het leger aan idolen blijft maar groeien.

Bij sporthelden is het nog te begrijpen. Een fenomenale prestatie op de fiets, het voetbalveld, in het zwembad of op de atletiekbaan, dwingt respect en applaus af en de atleet wordt met recht een icoon. (Als hij tenminste niet uit de dopingpot heeft gesnoept.) Dat gaat, uiteraard mutatis mutandis, ook op voor figuren uit de showbizz. Zij geven sjeu aan menig dor bestaan.

Peter van Nuijsenburg, Vereren, Vorst Thailand,

Peter van Nuijsenburg, Vereren, Vorst Nederland

Aan de andere kant van het spectrum, bij de types bij wie verering en bewondering uitsluitend en alleen is gebaseerd op de toevallige plek van hun wieg, is dat totaal, helemaal, volledig onbegrijpelijk. De koning van Thailand en de koning van Oranje, hebben bij alle verschillen één ding gemeen, ze zijn vorstelijke uitvreters, op meer dan royale schaal. Je mag op zijn best hopen dat ze dit beseffen en niet te vaak te veel rare dingen doen. Dat blijkt zoals we dagelijks kunnen zien, bij de koning van Thailand en de koning van Oranje, te veel gevraagd. Een republiek mag dan niet alles zijn, het is altijd beter dan die poppenkast uit feodale tijden.

De nieuwste loot aan de stam van het onbenul

Aan een andere categorie, de BN-ers en de nieuwste loot aan de stam van het onbenul, de ‘influencers’, gaan we geen woord vuil maken. Dat zou te veel eer zijn.

Dan worden er ook nog politici bewonderd en vereerd. Dat neemt soms ook groteske vormen aan. Niet zelden vallen ze in de rubriek ‘heilsbrenger’. (Jesse Klaver van Groenlinks werd de ‘Jessias’. Vast ironisch, maar toch…) Omdat het kennelijk moet van de tijdgeest, schijnen nu vooral vrouwelijke politici over bijna bovenaardse kwaliteiten te beschikken.

Angela Merkel is natuurlijk het beste voorbeeld. Over de Duitse Bondskanselier verscheen niet zo gek lang geleden een boek, Angela, door Nederlandse, vrouwelijke bewonderaars. De wierookdampen die daaruit opstegen bleven ook na maar even doorbladeren lang aan de geurpapillen hangen. Dat het onderwerp zelf volledig wars is van dit soort pluimstrijkerijen en zich nooit op haar vrouw-zijn, laat staan ‘typisch vrouwelijke eigenschappen’ heeft laten voorstaan, maakte niets uit. Angela is Heldin, Boegbeeld en Symbool van een andere, betere want niet ‘mannelijke’ politiek.

Peter van Nuijsenburg, Verering, Ardern
Jacinda Ardern: ongehuwd, zwanger en met ouderschapsverlof. Bingo, idool!

De minister-president van Nieuw-Zeeland, Jacinda Ardern, is de nieuwe ster aan dit feminiene firmament. Tot voor kort was Nieuw-Zeeland een soort niemandsland aan het andere eind van de wereld. De kiwi’s kwamen er oorspronkelijk vandaan en volgens vergeelde reisgidsen woonden er ‘vriendelijke, gastvrije’  mensen in een ‘majestueuze natuur’. Nu is het dankzij Ardern en haar specifiek vrouwelijke kwaliteiten, empathie!, verbinden!, opeens een ‘gidsland’. Ardern heeft een succesvol coronabeleid gevoerd. Pet af. Al willen deskundigen er nog wel op wijzen dat Nieuw Zeeland een geïsoleerde uithoek is en het virus beter dan andere landen buiten de deur kon houden.

Persoonsverheerlijking is een totalitair trekje

Ardern en Merkel zijn ongetwijfeld meer dan verdienstelijke politici, al maakt het wel enig verschil of je in Duitsland of in Nieuw-Zeeland je staatsvrouwelijke kunsten vertoont. Ze zijn ontegenzeggelijk ver te verkiezen boven mannen als Donald Trump, Jair Bolsonaro, Rodrigo Duterte, Prayut Chan-ocha, Viktor Orban en andere pseudo-democratische potentaten. (Zij worden door hun aanhang ook vereerd. De persoonsverheerlijking is sowieso een a-democratisch, totalitair trekje.)

Zijn Ardern en Merkel beter dan hun democratisch gekozen mannelijke collega’s? Daar is een probate, in de loop der tijd ontwikkelde test voor: hoe zijn ze in crises? Die crises kunnen variëren van nationale drama’s, zoals terroristische moordaanslagen, tot wereldwijde pandemieën. Dan kunnen politici tonen wat ze waard zijn. En dan blijken veel politici, mannelijk of vrouwelijk, maakt niet uit, ‘boven zichzelf uit te stijgen’. Er ontstaat onder de bevolking een behoefte aan een Vader des Vaderlands of een ‘Mutti’ der Nation en in die behoefte kunnen ze op dat moment voorzien. Trump en co blijken daartoe niet in staat en vallen met een noodklap door de mand.

De Vader des Vaderlands verschrompelt tot niveau dorpspomp

Die crisissituaties zijn uitzonderingen, de veel besproken en gevreesde onvoorziene gebeurtenissen. De politicus die zich ontpopt als een goed crisismanager kan daar een tijd ook electoraal van profiteren. Veel langer dan de duur van zo ’n crisis lukt trouwens zelden. Als die crisis te lang duurt, begint onherroepelijk het gemor en gaan de schijnwerpers onverbiddelijk op zijn/haar tekortkomingen. De Vader des Vaderlands verschrompelt weer tot het niveau van de dorpspomp.

Dat is, oneerbiedig gesproken, ook het niveau waarop het regeren en besturen in de alledaagse praktijk plaatsvindt. Het is het oplossen van problemen van kleiner allooi en die geven vaak al meer dan genoeg kopzorg. Het betaalbaar houden van de zorg, het bouwen van betaalbare woningen, het hervormen van het pensioenstelsel, het verkopen van het klimaatbeleid, de digitalisering in al haar facetten, daaraan hebben de Ruttes, de Merkels en de Arderns hun handen meer dan vol. Voor de Trumps is het al veel te veel.

Dat is werk zonder veel glamour. De Duitse socioloog Max Weber vergeleek het ruim 100 jaar geleden met ‘boren in hard hout’. Het moet met ‘passie én met maatgevoel’ gebeuren en is het tegendeel van die andere houtverwerkende activiteit waar bij het hakken spaanders vallen. Dat laatste is meer voor de Trumps en de dictators.

Een politicus kent zijn plaats en die is dienend

In deze prozaïsche benadering van de politiek is geen plaats voor verering. Bewondering, en dan meestal van korte duur en nooit onverdeeld, meer zit er niet in. Dat valt alleen maar toe te juichen, want verering past per definitie niet in een democratie. Een goede, dat wil zeggen, verstandige politicus onderkent dat. Hij kent zijn plaats en functie en die is dienend.

Weber is ook de uitvinder van charisma als politiek begrip. Charisma is in de loop der jaren verbasterd tot een soort  ‘uitzonderlijke uitstraling’ en wordt tegenwoordig te pas en te onpas, binnen en buiten de politiek, gebruikt. Sporthelden als Johan Cruijff en Eddy Merckx hadden charisma. In de politiek staat een leider met charisma bij verkiezingen tegenover zijn rivalen meteen op voorsprong. En tijdens het regeren helpt het bij aan de man brengen van omstreden maatregelen en het creëren van draagvlak. Meer moet het niet worden.

Als het dan toch moet, kan verering het best beperkt blijven tot het sportveld en de showbusiness. Daar kan het het minste kwaad en het heeft ook als voordeel dat het meestal van korte duur is. Op andere terreinen, en vooral in de politiek, kunnen we het missen als kiespijn.

Foto homepage: Hagazine Brigitte Bardot

Eerder op Trefpunt Azië: Borstklopperij m/v

 


Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 233 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*