Een hooglied op prachtige Thaise vrouwen

Wanneer, wanneeP1000305r o lezer, gaat Unesco de Thaise vrouw als werelderfgoed erkennen? En zo doende bevestigen dat dit wondermooie mirakel van schoonheid, dienstbaarheid en eigenzinnigheid voor honderdduizenden masculine planeetbewoners reeds het winnende lot uit de liefdesloterij werd?

Thailand is een biotoop waar de onuitputtelijke energie, levenslust, positiviteit, ongekunstelde vrolijkheid en de eeuwige schoonheid van de doorsnee Thaise vrouw zeker een seniore wereldreiziger met verstomming slaan.

Neen, driemaal neen, ik doel niet op de gespeelde vrolijkheid en geveinsde belangstelling van feminiene handelswaar, in overweldigende kwantiteiten aangeboden in de roemruchte oorden des vermaaks en verderfs.

Vergis u niet, mijn mededogen en solidariteit met deze verworpenen der Thaise aarde is groot. Indien de behoefte daar is, spreek ik hen bemoedigend toe, laaf de dorstigen onder hen met frisse dranken, druk de nooddruftigen een bankbiljet in het dankbare knuistje.

Lyrisch word ik echter van de miljoenen prachtige, gracieuze Thaise vrouwen die, ook als thuis de kost karig is, de verleiding van de quick buck ver van zich werpen.

Mijn hooglied bezingt de stille, onvermoeibare krachten in fabrieken, scholen, ziekenhuizen, kantoren, rijstvelden, winkelcentra, media. Ach, u Siameeskundige lezer, weet vast veel meer plekken te noemen waar met lange werkdagen het vaak karige loon in het zweet des aanschijns moet worden verdiend.

Van jong tot ouder, van schoonmaakster tot manager, dit machtige leger van glimlachende amazones houdt Thailand draaiende. Niet alleen vandaag, maar ook morgen en overmorgen.

Het is bijna niet te bevatten dat deze formidabele arbeidskrachten als ware oermoeders ook tijd en energie paren teneinde met transfusies van vers, jeugdig bloed het voortbestaan van de natie te verzekeren.

Ik maak een respectvolle wai voor elk van hen. Ik werp me op Thaise bodem om hen hartstochtelijk beide voeten te kussen mocht mij deze gunst worden verleend.

Gij, broeder lezer, deel mijn admiratie voor de Thaise vrouw en ik sluit u liefdevol in mijn armen. Wek echter niet mijn toorn door deze goddelijke wezens in woord en geschrift weg te zetten als op sociale zekerheid azende, geldbeluste en getruukte duivelse creaturen, voor elke westerse gorilla zu haben.

Mijn vuisten zijn door de jaren heen krachteloos geworden. Met mijn onverslijtbare pen als krachtig zwaard zal ik bekladders van mijn Thais werelderfgoed voor altijd de mond snoeren in de modder van hun laster.

 

 

Met dank aan Mee Farang  (inspiratie) en Julius Geleijnse (foto)

 

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 339 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.

7 Comments

  1. Als wij armzalige mannen met te smalle heupen en te brede schouders naar de letter van dit prachtige lyrische verhaal voor eeuwig zouden kunnen leven, dan zou ik waarachtig tekenen voor Thailand. Helaas werd het paradijs ergens in de geschiedenis van het menselijk ras voor altijd afgeschaft en bleven we zitten met het zweet des aanschijns. Wat niet wil zeggen dat we in de prive ruimte die ons allen is toebedeeld niet kunnen blijven dromen. Hoe dat dan gaat gaat? Het is net als het weer in Nederland behoorlijk wisselvallig…

    • Precies Antonin! Wij mannen zijn door Eva verlost. We moeten haar de hemel in prijzen voor de zondeval. De ene dag forte forte, de andere pianissimo.

  2. Hoe mooi beschreven ook schijnt de redactie van Maak Plaats (de masculinistische tegenhanger van Opzij) ernstige bezwaren te hebben tegen de toon en content van dit bericht.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.