Hoe komt Azië in Denemarken

Ik kan me voorstellen dat mensen die de kop boven dit stuk lezen zich afvragen of de schrijver wel goed bij zijn hoofd is. Of als ze daar te beleefd voor zijn: is het surrealisme, een verloren gewaande en teruggevonden film van Monty Python of ‘gewoon’ een slechte grap? Aziaten kunnen naar Denemarken gaan maar landen?

Of ik nog bij zinnen ben, moeten anderen maar uitmaken. Maar de andere mogelijkheid, grap, surrealisme, Monty Python, is het in elk geval niet. Ik bedoel het bloedserieus. Hoe komen landen als Thailand, Cambodja en China ooit in Denemarken?

Je moet Denemarken daarbij niet zien als land, als geografische eenheid of staatkundig begrip, maar als concept, als voorbeeld van een goed bestuurde staat.

francis fukuyama
Francis Fukuyama

Dat idee is niet van mij. Het is vooral bekend geworden dankzij twee wetenschappers van de Wereldbank en in hun kielzog de beroemde politicoloog Francis Fukuyama die het reilen en zeilen in Denemarken als de best mogelijk bestuursvorm zagen*. Niet als utopie, dat wordt nooit iets anders dan ellende, maar als een realistische optie die ook voor andere staten bereikbaar is.

Waarom is Denemarken zo aantrekkelijk? Het is een democratie, heeft een hoge levensstandaard, een functionerende rechtsstaat, goed sociaal vangnet, er is nauwelijks corruptie, kortom, de burger kan er een veilig en redelijk comfortabel leven leiden. Natuurlijk is en gaat ook daar van alles mis, het is niet het paradijs. Maar toch, als een ongeboren kind ooit zeggenschap zou kunnen krijgen over de plek waar hij het best ter wereld kan komen, zou hij Denemarken moeten invullen. Of een ander Scandinavisch land, waartoe ik gemakshalve ook Nederland met zijn vergelijkbare cultuur reken.

Nederland

Deze landen hebben de best mogelijke verhouding tussen staat en samenleving tot stand weten te brengen. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Een groots en alles overkoepelend idee lag er zelden aan ten grondslag. Er zat veel toeval bij, onvoorziene maar gelukkige samenlopen van omstandigheden. Het was een soms bloedig proces van eeuwen met opstanden, oorlogen en revoluties. Maar aan het eind van dat verhaal stond er een goed functionerende en leefbare staat.

Die staat is machtig genoeg om zijn grenzen te bewaken en zijn burgers en hun grondrechten te beschermen. Maar die staat is weer niet zo machtig dat hij die burgers kan onderdrukken, monddood maken, of zonder proces kan opsluiten. Het is geen dictatuur. De staat krijgt genoeg tegenwicht van de samenleving, de ‘civic society’, de burgers die zich hebben verenigd in politieke partijen, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties. Dat hele complex is ingebed in tradities, instituties (verkiezingen, onafhankelijke rechtspraak, vrije pers), normen en waarden, een gemeenschappelijke cultuur.

Als ze sterk genoeg is die gemeenschappelijke cultuur een redelijke garantie tegen machtsmisbruik door politici, bureaucratische willekeur en de profiteurs in het zakenleven en van de verzorgingsstaat. Van een leien dakje gaat het zelden, er zijn om de haverklap grote en kleine schandalen. Het is en blijft meestal voortmodderen en de burger moet de zaak scherp in de gaten blijven houden. Maar op een of andere manier werkt het. En meestal stukken beter dan in de meeste andere landen.

De grote vraag is nu: hoe krijg je die ‘Deense’ mix tussen een redelijk sterke staat en een mondige, weerbare, individualistische civic society van de grond in een land met een andere geschiedens en vaak collectivistische cultuur. Het is geen formule die je overal ter wereld moeiteloos kan toepassen. Een land is geen laboratorium of proeftuin. Wat in Denemarken in eeuwen is gegroeid en gedijt kan je niet zomaar verplanten naar Thailand.

Dan hebben we het nog niet over de vraag of de burgers of de boven hen gestelden in die landen daar op zitten te wachten. Je mag er vanuit gaan dat de bestuurders zeker in voormalige koloniën niet staan te juichen als het Westen weer komt vertellen hoe ze hun zaken moeten regelen. De ervaring met ‘oplossingen’ uit die windrichting zijn niet om over naar huis te schrijven. Het riekte te vaak naar uitbuiting en vernedering en heeft nu de schijn van arrogantie tegen.

Het beste verkoopargument was dat het Westerse model de burgers de meeste vrijheid en welvaart verschafte en, dat vooral, de staat de meeste macht. Dat drong ook door in Azië. Japan doekte in de tweede helft van de 19e eeuw zijn feodale systeem op en begon in sneltreinvaart te moderniseren. Binnen een paar generaties was het van een agrarische samenleving een hoog geïndustrialiseerde natie geworden. Het was een ongekend succes. Japan werd het voorbeeld voor onafhankelijkheidsstrijders, revolutionairen en hervormers in heel Azië, van China tot Indonesië tot India.

Alleen, Japan moderniseerde op geheel eigen wijze. Het nam de Westerse technologie en productiemethodes over maar niet of nauwelijks de bijpassende waarden. De slogan luidde: ‘Westerse techniek en Japanse geest’. Een democratie stond niet op de prioriteitenlijst van de vernieuwers. Een al te mondige samenleving was niet gewenst. De staat werd machtiger dan ooit. Ook daarin maakte de Japanners school.

Als de modernisering slaagde, al was het maar ten dele, betekende dit in Azië vrijwel altijd dat de staat de samenleving zijn wil oplegde. Dat was helemaal het geval als het idee van een sterke staat aansluit bij de eigen tradities en mythes zoals bijvoorbeeld in China. ‘Denemarken’ en een florerende civic society kwamen en komen in het stuk niet voor.

Daarbij komt dat in het Westerse model de klad is gekomen. De VS, het huidige boegbeeld van het Westen, is met zijn chronische verdeeldheid, verziekte politiek, racisme, inkomensongelijkheid, bestuurlijke incompetentie en andere ongemakken momenteel lastig te verkopen als een succes. Het heeft veel trekken van een plutocratie en dat is onder Donald Trump verder versterkt. (Ook voor de VS blijft Denemarken ver weg). De grote concurrent, China, is met zijn autoritaire model voor veel landen in de regio duidelijk aantrekkelijker. Het heeft corona weten te bedwingen en is net als na de Grote Recessie van 10 jaar geleden opnieuw de grote motor van de wereldeconomie. Daar kan het Westen voorlopig niet aan tippen.

Dat zijn ontwikkelingen die samen met de culturele en traditionele obstakels het ontstaan van een bruisende democratie verder zullen afremmen. ‘Denemarken’ is een prachtig ideaal maar in Azië onbereikbaar.

*Francis Fukuyama ‘De oorsprong van onze politiek’.

Meer over democratie in Verwegistan: Expats in Thailand blij met coup
Over democratisme en arrogantie: Thailand democratie naar westers model?
Over Peter van Nuijsenburg 259 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*