Het station voor de volgende rit

Alles is van eenvoud en eeuwige schoonheid, maar veelal niet gemaakt om zolang te duren. Ook het leven in de tropen dat haar sporen trekt. Keurig geklede mensen komen en gaan, tonen hun respect nadat de trein der verlossing voorbij kwam rijden.
Een klein orkest brengt in een regenboog aan discokleuren Aziatische klanken voort, muziek die heimwee in zich draagt. Vlagen van herinnering aan een andere tijd. Zuivere poëzie vormt het moment waarop al het vertrouwde vervaagt en je alleen nog drijft op wat het ogenblik laat ontluiken. Vooral een naamloos blaasinstrument dat het meest nog doet denken aan de fluit van een slangenbezweerder.

Een Thaise wake; binnen staat de dode opgebaard in een spierwitte kist versierd met goudkleurige ornamenten en fel beschenen door kale neonverlichting. Ernaast, op een schildersezel, een levensgroot portret van de overledene fijnzinnig gedrapeerd met knipperende verlichting als ware het een kermisattractie. Zo wordt sterven een feest en stemt de geest der overledene mild. Hij, half in ’t hiernamaals, nirwana, heeft geen zin om door het hout gejammer te horen, tranen zien vloeien, gemeend dan wel gespeeld verspild. Een eerzaam vertoon in het heilige geloof dat de verstorvene spoedig weer onder de mensen zal zijn, zij het in een andere gedaante.

Rituelen

Van schoonheid is ook het station en niet ’t tijdelijke waar men nog eenmaal wordt tentoongesteld voordat vuur het stoffelijke verbrandt. Thaise rituelen; wanneer om klokslag zes in de avond het volkslied klinkt en iedereen eerbiedig gaat staan, een paar minuten bevroren op het perron uit liefde voor het vaderland.

Vroeger gebeurde dit ook op straat in de dorpen, de stad heeft het eerder afgeleerd, althans, in Bangkok heb ik het nooit mogen beleven. Wel in Phitsanulok, de spits voor even stil gevallen, gevangen in het bewegen, net alsof iemand op een grote knop drukte en alle haast liet versterven. Iets waarvan ik destijds, als toerist, niets begreep.

Nu zoveel jaren later houdt men de traditie alleen nog op het station in stand, ook om acht uur in de morgen. Dit; opdat men weet en niet als een olifant door de porseleinkast gaat lopen. Rituelen; achting ervoor maakt dingen dragelijk.

Ingetogen over ’t spoorDSC01165

Het ritme van de eenzaamheid, een wagon die schommelend het spoor vervolgt, nooit echt haast, maar wel altijd verder, rust is roest voor het blank gereden staal dat voorbij de einder strekt. Exotisch bewegen aan het venster der volmaaktheid. Het dichterlijke van dit rijden schuilt in heel gewone dingen, zo op ’t oog alledaagse waar men doorgaans nooit bij stilstaat.

Een Thai in de keer naar huis of omgekeerd, bestemmingen laten zich niet van zijn gelaat lezen. Dat gezicht is letterlijk laissez fair, nemen zoals het komt en vooral niet klagen. Klagen heeft geen zin, klagen is voor blagen die hun zin niet krijgen. Hier wordt niet gemierd, wel geneukt, maar zonder komma. Als je dat kunt dragen is het zalig oud worden onder de tropenzon die tegenstrijdig haar werking toch doet verbleken en soms verzuren. Er is zoveel en ook zo weinig tegelijk.

Dan slentert men daar, gelaten langs verstofte straten, nagestaard door vele ogen en weet; jij bent vreemd, maar ook dat een dergelijke staat bij uitzondering niet onontbeerlijk gelukkig hoeft te maken, hooguit tevreden zijn met het moment.
Reizen is voortdurend scheiden, de vraag blijft achter in het zog, zelfs voor een tovenaar blijft het geheim van dit kunstje verborgen.

Haastige spoed is zelden goed

Bestoft, bezweet, bewogen, langzaam de cadans. Kijk hoe zweet in straaltjes langs het lijf parelt. “Chaa chaa,” zegt een Thai, langzaam aan doch ook “tjaj yen,” letterlijk vertaald met koud hart. Hij kan het weten, immers zo breken de lijntjes niet en blijft een lijf ter been. Is het daarom dat de trein zo ingetogen over rails zijn weg vervolgt? De charme van ergens komen zonder haast, zonder dat verdwaasde van opzij maak plaats. De tijd nemen en vooral genieten van de dingen onderweg.

42-4329Eten kan men aan boord, al ging de kwaliteit achteruit sinds de spoorwegen de catering hebben uitbesteed, geprivatiseerd. Naar een biertje zal men tevergeefs vragen, dat mag niet meer, er wordt geen alcohol geschonken sinds een noodlottig voorval, een verkrachting met dodelijke afloop door een dronken personeelslid. Wie met water en brood kan volstaan en iets wil proeven van een vergleden sfeer, is steeds nog welkom aan boord.

In de restauratie slacht de kok konijn, althans zo vermeldde ooit een fraai blauw bord. ‘Rabbit meat’, nota bene in zijn eigen jaar volgens de Chinese kalender. Zeker gegrepen door de trein tijdens het al te haastig oversteken, maar ook een slakkengang is goed voor de kookpot in de geur van het passerende gevaarte.

Je kunt beter eerst overwegen of gewoon wachten voor de overweg en ondertussen wat dromen achter gesloten bomen, maar dat maakt men een konijn niet wijs.

DSC00899

 

Avatar
Over Robert von Hirschhorn 34 Artikelen
Robert von Hirschhorn 27-04-1947 -- 07-12-2016 “Zo jongen, wat wil je later worden?” “Schrijver, mam, schrijver.” Een moeder zweeg en dacht: ‘is dit mijn kind, een beetje vreemd…’ Niets werd vreemd, Robert von Hirschhorn (1947) sinds begin 1974 bezig met schrijven in allerlei vormen doch ook de voordracht mede gevoed door een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. De speciale belangstelling voor alles wat met Openbaar Vervoer heeft te maken voornamelijk de spoorwegen, zat er al veel vroeger in. De eerste reis naar Thailand vond plaats in 1985 daarna een jaarlijks weerkeren tot aan een vervroegde pensionering in 2006, sindsdien permanent woonachtig te Chiang Mai waar dagelijks wordt geschreven en af en toe iets gepubliceerd. “Kijk, mam, het is gelukt.” Jammer, dat uitgerekend zij het niet meer lezen kan.