Het station van Haiphong


Robert von Hirschhorn, Haiphong, station

Ik kwam om het station te zien, de aankomst op een vreemd perron, de geur van koloniale overheersing keurig bewaard gebleven in een statig gebouw. Franse architectuur gedrenkt in de sfeer van rond de Middellandse zee, iets van Nice of zoals de Engelsen zeggen: nice, very
nice indeed.

Vietnam; op zoek naar verloren tijden doch de reiziger krijgt geen tijd om rustig te kijken en de sfeer in alle rust tot zich te nemen. Hij wordt letterlijk besprongen door hen die van hem iets willen, een klant om ergens heen te rijden. Ik hoef niet verder, ik ben er al.

Wanneer na veel wegwuiven en beleefd weigeren iedereen is vertrokken, ademt het stationsgebouw weer verlatenheid, een relict uit het verleden behouden uit gemakzucht en zeker niet in historisch besef, het volk heeft andere zorgen en geen bekommernissen om koloniaal erfgoed.

Een stap buiten het station; een zweem van vergeten tijd straalt van de stenen alsof er een regiment Franse soldaten over de kasseien komt aanklossen op klanken van de Marseillaise en vaderland hoog in het vaandel. Het zou ook een klaagzang kunnen zijn over de tijd toen koning armoede nog op de troon zat en iedere blanke werd belaagd, aangeklampt, in een poging een paar centen te krijgen. Een aalmoes voor een dwaling die niet voor zichzelf kan zorgen, dat moet de houding van veel kolonialen zijn geweest of helemaal niets gegeven dan slechts dat minachtende handgebaar om de plaat te poetsen.Robert von Hirschhorn, Haiphong, koloniaal ergoed

Schaamteloos bedelen met gepijnigde blik

De trekken zijn gebleven, jongetjes, maar ook oudere vrouwen met diep donker rode mond, van het betelnoot kauwen, die schaamteloos bedelen en met een gepijnigde blik zielig over hun mag wrijven alsof daar dagen niets in heeft gezeten. Een geste, maar niet gewaar dat het clownesk is, want honger wordt er niet geleden. Zij kunnen plat gesproken de pot op, zich hoopvol omdraaien en zien dat de zaak gisteren heeft gesmaakt.

Het slijk der aarde, als blanke ben en blijf je rijk omdat hij wist te sparen, iets dat in een mager bestaan niet lukt. Mager en werkelijk hulpbehoevend vallen niet noodzakelijkerwijs samen. Het valt niet te zeggen of er alleen wordt gespeeld, theater, en op zich een kunst wanneer men zo een droge boterham verdiend of zelfs een met beter beleg.

Het kan ook erger. In een klein park voorzien van versleten kermisattracties zijn ouders met hun kroost in de weer. Voor een handvol Dong (Vietnamese munteenheid) mogen de kleintjes een rondje draaien in een molen. Kinderen een kwartje, voor een kleine bedelaar een grijpstuiver te veel. Een hummel van luttele jaren met de aalmoesschaal daadkrachtig getoond. Zelf ligt hij languit op het asfalt van een druk bewandeld pad en slaapt of speelt dat hij slaapt. Zo zou hij dood kunnen zijn, iets dat ook hier opzien baart.

Dat blijft een vraag afgekocht met geld, door een enkeling slechts, een geroerde ziel die niet weet hoe te kijken en vrij van schuld snel zijn weg vervolgt. Wonderlijk, dat verder niemand iets doet, voorzichtig wordt om dit kind heengelopen als ware het melaats. Zijn spel dan wel werkelijkheid, een vlucht uit de sloppen, hoe diep is een ouder gezonken wanneer hun peuter zo op pad wordt gestuurd of beter gezegd; er wordt neergelegd?

Een redeloze middenklasse zonder medelijden

Indien dit het beeld is van een samenleving in ontwikkeling, tekent de scheidslijn zich nu al haarfijn af. Een nieuwe middenstand haast redeloos en zonder medelijden versus een niet onaanzienlijk deel dat reddeloos achterblijft en mag leven van de kruimels die in ’t spel van verspillen ternauwernood worden gemist. Vietnam aan de andere kant van het leed dat ze jaren hebben moeten doorstaan om zelfstandig te worden. Naast de strijd tegen imperialistische machten, het communistische tijdperk, in het welvarende Westen synoniem voor grauw en eenvormigheid grotendeels bijgezet in het rariteitenkabinet.

Het gedachtegoed van gelijkheid, een papieren tijger die voor de val der Berlijnse Muur al tanden begon te verliezen en nu met ingevallen mond vol schaamte moet beamen dat de vervolmaking nooit zal plaatsvinden. Een hamer en sikkel in een rood veld, de vlag van een handvol partijadepten die blijven geloven in een achterhaalde droom.  Een dergelijk moloch bevechten is een andere klus dan eens de Fransen verslaan, te zwijgen over de Amerikanen, een verse wond moet men in alle rust laten helen.

Het zalven der tijd laat zelfs de littekens verdwijnen. Ooit zal alles samenvallen, zoals de bebouwing opgetrokken in koloniale stijl voor de huidige bewoners gewoon Vietnamees is.

Een beeld bevroren in tijd, de droom voor een schrijver, hier niet geboren.


Avatar
Over Robert von Hirschhorn 34 Artikelen
Robert von Hirschhorn 27-04-1947 -- 07-12-2016 “Zo jongen, wat wil je later worden?” “Schrijver, mam, schrijver.” Een moeder zweeg en dacht: ‘is dit mijn kind, een beetje vreemd…’ Niets werd vreemd, Robert von Hirschhorn (1947) sinds begin 1974 bezig met schrijven in allerlei vormen doch ook de voordracht mede gevoed door een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. De speciale belangstelling voor alles wat met Openbaar Vervoer heeft te maken voornamelijk de spoorwegen, zat er al veel vroeger in. De eerste reis naar Thailand vond plaats in 1985 daarna een jaarlijks weerkeren tot aan een vervroegde pensionering in 2006, sindsdien permanent woonachtig te Chiang Mai waar dagelijks wordt geschreven en af en toe iets gepubliceerd. “Kijk, mam, het is gelukt.” Jammer, dat uitgerekend zij het niet meer lezen kan.

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.