Birmese Passages (8) Het hoofd versus het hart


Antonin Cee, Birmese passages 8, Het hoofd, Handen
Hopeloos gevecht van hart tegen hoofd…(foto we heartit.com)

Knarsend en piepend als hand gedreven maalstenen zoals ze hier en daar in Thailand nog gebruikt worden. Maar het was niet de buurvrouw, die rijst aan het malen was. Het zat in de binnenkant mijn hoofd, waarin al het bier en de slechte wijn van gisteravond gestold waren tot een groot zwarte gat van een kater, dat mijn hersens had geplet. Ik durfde mijn hoofd nauwelijks te bewegen. Toen ik uiteindelijk de moed opbracht een oog te openen en de zwarte krullenkop naast me zag liggen, wist ik in eerste instantie niet waar ik was.

Pas langzaam dringt het tot me door, de vreselijke terugvlucht naar Bangkok, alsmaar maar rondjes draaiend in dezelfde carrousel. Waarom was Calla niet komen opdagen? Was ze van gedachte veranderd? Had ik me in mijn mateloze verliefdheid iets ingebeeld dat bij haar niet bestond (dat zou het ergste zijn, want het vermorzelde mijn ego). Of was haar iets overkomen waardoor ze de vlucht in Rangoon niet had kunnen halen (dat zou een stuk minder erg zijn, ofschoon ze dan ergens met een gebroken been of erger kon liggen).

Na aankomst in Bangkok een taxi naar mijn huisje in de sloppenwijk, de leegte die er op me afsprong, mijn reistas neergesmeten in een hoek en mezelf op mijn bed. Staren naar het plafond waarop de niet te ontwijken beelden van Calla voorbij trokken. Wat ik ter afleiding ook probeerde, ze bleven me bestormen. Wurgplanten, die alles wat in me opkwam overwoekerden. Tot ik er zowat in stikte.

En al die tijd diezelfde uitzichtloze, martelende vraag: wat was er in vredesnaam met Calla gebeurd? Onmogelijk op de een of andere manier contact met haar op te nemen. Ik had geen enkel adres van haar en kende zelfs haar achternaam niet eens.

In de benauwdheid van dat kamertje, had ik het niet langer dan enkele minuten uit kunnen houden. Om verlost te worden van die rondzingende vraag die mijn ziel gevangen zette, nam ik een wanhoopbesluit en ging op zoek naar drank. Bacchus mocht het van me overnemen.

Antonin Cee, Birmese Passages 8, Het hoofd, Vrouw in krot
In de sloppenwijk van asbest huisjes…

In de sloppenwijk die nu al lang geruimd is om plaats te maken voor een hotel, was er maar één winkeltje dat de naam nauwelijks waard was. Meer dan een afdakje aangebouwd tegen een asbest huisje als waarin ik zelf bivakkeerde, was het niet. Vanuit een paar oude ijskasten werd er eigenlijk alleen maar drank en wat snacks verkocht. Het werd gedreven door een meisje uit de Isarn dat daarmee zoveel mogelijk uit de klauwen van het gemakkelijker te verdienen geld in een van de girly bars probeerde te blijven. Hoewel ik wist dat ze er bij een te lage omzet ook wel eens op uittrok voor een bijverdienste.

Chom was daarmee een uitzondering in de wijk. Ze werd erom gerespecteerd door de andere meisjes, die avond na avond na een uitgebreid schminkritueel op nachtelijk avontuur gingen. Op de Dievenmarkt van Klong Toey, de haven van Bangkok toen nog volop in gebruik, kocht ze haar voorraad. Buitenlands bier en wijn, dat van de schepen gevallen was. In die die dagen was het nergens anders te krijgen.

Tegen de een meter zeventig lang was Chom ook in dat opzicht een uitzondering. De witte motor die de groeihormonen van de jeugd moest oppeppen, werd destijds op scholen nog niet gepromoot. Ze had haar haar in krullen laten leggen en was een rappe praatster. Als ze lachte, en dat deed ze veelvuldig, kreeg ze kuiltjes in haar wangen. Ik had enkele malen een praatje met haar gemaakt als ik een  ‘kak’ Mekong whisky bij haar ging halen, de helft van een flacon, die nu niet meer verkocht wordt.

In de dagen dat de VS nog een vliegbasis had in Korat om de troepen van Ho Chi Minh in Vietnam te bestoken, had ze een relatie gehad met een GI, zoals zoveel andere meisjes uit haar dorp. Toen die er zijn tijd had opzitten en vertrok, had ze het oude leven in haar dorp niet meer kunnen oppakken en was naar Bangkok getrokken. Met het geld dat hij haar als afscheidscadeau gaf voor de bewezen diensten, had ze er haar handeltje kunnen starten.

Met een fles wijn zette ik er meteen flink de pas in. Wijnglazen had ze niet, maar uit een limonade glas kon het ook. Nauwelijks een half uur later had ik de fles achterover geslagen en vroeg om een nieuwe. Chom, die wel in de gaten had dat ik niet in topvorm was, kwam erbij zitten en ik schonk voor haar ook een limonadeglas in.

Antonin Cee, Birmese Passages 8, Het hoofd, Alcohol
Drank de uiteindelijke overwinnaar…(foto neuroscience news)

‘You give me too?’, zei ze met kuiltjes in haar wangen. ‘You good man…’ Na de wijn gingen we aan het bier. Chom, blij met haar klandizie, pimpelde stevig mee en babbelde er vrolijk op los in haar gebroken Engels. Zo af en toe kreeg ze nog wel eens een briefje van haar voormalige boy friend dat  ze dan  door iemand moest laten voorlezen. Wie weet zou hij haar op een dag laten overkomen naar Amerika, hoewel ze er geen idee van had waar het precies lag. Ze had maar een paar klassen lagere school gehad en had zelfs moeite een Thaise krant te lezen. Met één oor hoorde ik het aan. Het andere luisterde naar de innerlijke stemmen in mijn hoofd, die ook na twee flessen wijn niet tot bedaren waren te brengen.

Natuurlijk was Calla niet komen opdagen. Ze was nooit van plan geweest naar Bangkok te komen. Ze had alleen maar even een avontuurtje gezocht met een toevallig langskomende vent en zat nu misschien al lang weer bij een andere. Haar Birma week zat er ook op. Misschien was ze, god wete, nu in Hongkong of in Singapore. Ze had zich eigenlijk toch wel wat al te gemakkelijk in mijn armen gegooid. Maar meteen verwierp ik die gedachte weer. In de blauwe schittering van haar ogen had ik niets anders dan oprechtheid gezien. Ik zag haar bloemenmond weer voor me. Hoe zou deze vrouw van onaardse schoonheid onoprecht kunnen zijn… Trouwens ik had haar zo intens gevoeld, dat het niet anders dan wederkerig kon zijn. In mijn hoofd bleef ik dezelfde rondjes draaien.

Antonin Cee, Birmese Passages 8, Het hoofd,
‘I know you have broken heart…’ (foto: A.C.)

Uiteraard probeerde ik er boven te gaan staan, beschouwend te worden, mijn metafysische ster van stal te halen. Dat had altijd gewerkt. Maar dit keer hielp het niet. Ze liet het volkomen afweten. We weten ons altijd met anderen dus we zijn, had ik gisteren voor mezelf nog dapper vastgesteld.

En inderdaad, prachtig, prachtig, ik was hier met Chom. Maar ik wilde met Calla zijn. En dat was de tragische angel die in mijn hart stak, waar geen enkele filosofische beschouwing iets aan kon veranderen. Tot dan toe had ik had altijd maar wat rondgescharreld met vrouwen, die kwamen er weer vertrokken. Tot Calla voorbij was gekomen. Ik was van mijn lang zal ze leven nog nooit zo verliefd geweest, op de vrouw voor altijd…

En voor het eerst in mijn bestaan realiseerde ik me, en het sloeg in als een bom, dat problemen die in het hart zitten niet met het hoofd kunnen worden opgelost en projecteerde dat meteen op Calla. Wat had ik me toch allemaal aangematigd te denken dat ik haar zou kunnen helpen met mijn filosofisch gewauwel over zijn of niet zijn.

Want ook haar probleem zat in het hart. Met geen enkele metafysische tovergreep was haar eenzaamheid daar weg te halen. Wat een lulletje was ik te denken dat ik dat kon. Een labbekakkerig, pretentieus ventje, dat zich inbeeldde het menselijk hart te doorzien, terwijl ik struikelend over het mijne nu plat op mijn bek ging.

Het maakte het allemaal natuurlijk alleen maar erger. Want als je masochistisch gaat zitten doen en jezelf gaat zitten afkraken, is dat zout in je eigen wonden wrijven. Maar op dat ogenblik had mezelf het liefst willen uitbraken. Meer bier dan maar, samen met Chom en Calla uit mijn hoofd drijven.

‘I know you have broken heart’, zei Chom toen we er weer een fles op hadden zitten. Ik had met haar geen woord gerept over Calla. Maar het was me kennelijk aan te zien. Je hoefde geen helderziende te zijn om dat op mijn gezicht te kunnen lezen. Maar na nog twee flessen had ik mijn bewustzijn eindelijk uitgeschakeld. Als een verdoofd kuiken zat ik naar de borstjes van Chom te staren. En had nog net genoeg kracht om volkomen bezopen achter haar wiegende kontje het trapje naar haar kamer op te kruipen. (Wordt vervolgd)

Ook op Trefpunt Azie: De serie 1 t/m 7 https://www.trefpuntazie.com/?s=Birmese+passages

Antonin Cee
Over Antonin Cee 178 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*