God’s trommelaars

For my friend George

Het kwam door George. Ik had hem ontmoet op een farang-feestje in Hua Hin. Hij zat stil voor zich uit te kijken. Het leek of hij zich verveelde. Een kleine man met een brilletje. Hij had iets van Mahatma Gandhi, maar hij deed me ook aan Max van der Stoel denken. Amerikaan, vertelde hij, 76 jaar.

Ik ging naast hem zitten en vertelde dat ik bioloog was, dat ik graag schreef, dat ik van jazz hield, dat ik drumde en dat ik in diverse bands had gespeeld. Helaas had ik geen hartoperatie gehad, anders had ik nog meer te vertellen gehad. Hij hoorde het zwijgend aan. Knikte en glimlachte nu en dan. Als een bodhisattva, de verlichting nabij.

‘En waar staat je drumstel?’, vroeg hij toen ik uitgesproken was. Zijn stem was zacht.

‘In Nederland, zei ik, ‘helaas.’

Hij dacht een tijdje na en zei: ‘Waarom koop je geen cajón?’

‘Een cajón?’

‘Ja, zo’n kistje met aan de achterkant een rond gat. Het lijkt op een vogelhuisje, niet voor kleine vogeltjes, maar voor kerkuilen. Van binnen zitten snaren gespannen en er zijn belletjes opgehangen. Je gaat erop zitten en dan bespeel je het met je handen.’

320px-Pratey_Cajon_Performer
Een Cajón

Hij kende alle grootheden van de jazz

Hij vertelde, dat de cajón van de slaven kwam in Peru. Dat ze op kistjes trommelden waar de Spanjaarden hun kabeljauw mee aan land brachten. Maar dat de Spanjaarden een hekel hadden aan de muziek van de slaven. Ze vonden het maar een teringherrie. Ze verboden het. Prohibido. Loco loco. Maar als de Spanjaarden even weg waren, trommelden de slaven erop los en zodra ze terugkwamen gingen ze gauw op hun kistjes zitten en deden of ze aan het uitrusten waren.

Hij had zelf ook een cajón gekocht, zei hij. Hij was namelijk zelf drummer geweest. Zijn levenlang. Maar hij was er mee opgehouden en had zijn drumstel verkocht. Alleen zijn bekkens had hij nog en een paar percussie-instrumenten. Nu was het mijn beurt om stil te zijn.

Art-Tatum-Sounds-Of-Jazz---424009Hij bleek alle grootheden van de jazz te kennen. Had met ze samengespeeld. Van Art Tatum tot Cedar Walton. Had Kenny Clarke vervangen in Parijs. Had les gegeven aan de drummer van Soft Machine, ceedees gemaakt, de hele wereld rondgetoerd. ‘Ik heb nog steeds een nachtritme. Kom pas om drie uur mijn bed uit.’

We speelden dampende ritmes

Het kwam dus door George. Door hem kocht ik een cajón. In Paragon in Bangkok. Nadien kwamen we elke week bij elkaar. Zaten tegenover elkaar, hij op zijn cajón, ik op de mijne. We speelden dampende ritmes, wisselden solo’s af in de meest uiteenlopende maatsoorten. Beiden in korte broek, hij op pantoffels, ik op blote voeten. Twee oude mannen, die geacht werden onder de leiding van een activiteitenbegeleidster bingo te spelen in een verzorgingstehuis.

Hij leerde me de geheimen van het drummen. Dat je de bassdrum iets voor de tel moest spelen , de cymbal op de tel en de snaredrum erna. Hoe je je handen moest bewegen. ‘Het gaat niet om kracht, maar om snelheid.’ We deden experimenten. Controleerden ons gevoel voor tijd. Hoe lang duurt een minuut? Een half uur? Is er een absoluut gehoor voor tijd, voor tempo? Zoals er een absoluut gehoor voor toonhoogte is?

Philly+Joe+Jones
Philly Joe Jones

‘Je refereert tempo aan je hartslag’, zei George. En: ‘Dat de twee- en vierkwartsmaat zo populair zijn geworden, komt doordat we twee benen hebben. Zo lopen we: links-rechts-links-rechts, een-twee-een-twee, een-twee-drie-vier.’ We discussieerden over van alles, over het universum, over geneeskrachtige kruiden, over het bestaan, maar speciaal over drummen en drummers. Over Philly Joe Jones, over Max Roach, over Elvin Jones, over Kenny Clarke, Ginger Baker, Art Blakey, Gene Krupa, Buddy Rich, Tony Williams, Roy Haynes… En zo filosofeerden we ook over waar het drummen ooit begonnen was. Dat begon zo.

Dieren kunnen niet drummen, omdat ze op hun poten staan

‘Hebben dieren ook gevoel voor ritme?’, vroeg George een keer tijdens een van onze sessies. We zaten bij mij in de tuin. Ieder op zijn cajón. Zijn benen, bleek van het nachtleven, staken in bruine ribpantoffels. Zojuist hadden we onze cajóns geteisterd. Polyritmische wervelingen, die langzaam het oerwoud achter ons introkken. Het was 38 graden. Twee buulbuuls streken neer op de pot met lotusbloemen en begonnen te drinken.

‘Alle dieren hebben dat’ zei ik. ‘Zelfs planten hebben het.’ Ik dacht aan het bioritme dat alle organismen hebben: jaarritmes, maandritmes, dag-/nachtritmes.

‘Maar waarom trommelen dieren dan niet?’

ant_and_plant_lice_by_indojo-d51dh4t
Mieren trommelen op bladluizen

‘Omdat de meeste dieren geen handen en voeten hebben: wormen, vissen, kwallen… Maar hebben ze die wel, dan zijn er toch maar enkelen. Mieren bijvoorbeeld trommelen op het achterlijf van bladluizen, zodat die gaan poepen, waarna ze de poep van de luizen opeten.’

George trok een gezicht van een jongetje dat zijn dagelijkse portie levertraandruppels krijgt.

 

 

Ik vroeg hem wie de snelste drummer was ter wereld.

‘Ene Tom Grosset’ zei hij, ‘maar dat betekent niet dat het een goede drummer is.’

‘Hoeveel slagen per seconde?’

‘Ongeveer 20.’

‘Eén hand of twee handen?’

‘Twee natuurlijk.’

Ik vertelde hem dat sommige spechtensoorten roffels geven van 25 slagen per seconde. Mokerslagen zijn het, alsof je met een snelheid van 25 kilometer per uur met je hoofd tegen een muur aanloopt. ‘En dat doet ie met alleen zijn snavel. Zonder hersenletsel of ook maar een greintje hoofdpijn. Dat zie ik drummers nog niet doen.’

George glimlachte en schudde zijn hoofd.

‘Dat niet veel dieren trommelen komt ook doordat dieren doorgaans op hun poten staan. Dan valt er niet veel te trommelen. Maar dat verandert zodra ze rechtop gaan staan. Dan komen de voorpoten vrij. Kijk maar naar hoe het met de mens gegaan is. Zodra die een beetje rechtop kon staan, begon hij te trommelen. Wat moest ie anders doen met die handen?’

‘Dus jij beweert, dat de mens al ging trommelen, toen hij miljoenen jaren geleden rechtop begon te lopen?’

‘Precies, kijk maar naar baby’s. Zodra ze rechtop gaan staan, krijgen ze een rammelaar en gaan ze rammelen.

George schudde zijn hoofd. ‘Ik geloof er niets van.’

‘Ik ben er tamelijk zeker van dat God alles zorgvuldig gepland heeft’ zei ik. ‘Dat Hij de evolutie op aarde zo heeft gestuurd, dat er uiteindelijk trommelaars ontstonden. Ik zeg het je, drummers zijn de kroon der schepping. God is de hele dag omringd door engelengezang. Dan wil je wel eens wat anders. Een stampend ritme. Als ik speel hoor ik soms God’s voet meedoen op de maat van de muziek. Heb jij dat niet?’

Elke chimpansee trommelt zijn eigen ritme

George lachte. Een ontspannen lach die opborrelde uit zijn lichaam. ‘En heeft meneer de bioloog daar aanwijzingen voor?’

‘Jazeker, kijk maar naar chimpansees.’ En ik vertel hem van die keer dat ik in Kigali Primate National Park in Oeganda op zoek was naar vogeltjes. Geen vogeltje gezien, maar wel apen. Onze gids noemde hun namen: zwart-witte colobussen, rode colobussen, roodstaartapen… De gekste toeren haalden ze uit. Van vlak voor mijn neus van links naar rechts springen tot onderste boven hangen en me met grote ogen aankijken. Het voelde alsof ik rondgeleid werd door een conrector op een school tijdens de pauze.

c8ad02489ebdf46dd1ed0e2cc1ad2225
Boom met plankwortels

Ineens bleef onze gids staan bij een boom met gigantische plankwortels. Hij noemde de naam van de boom: Peptadenesmium africana. Ik had er nog nooit van gehoord. Hij vertelde dat chimpansees er met hun handen op sloegen, om elkaar signalen te geven. ‘Kijk zo’ en hij sloeg op de plankwortels. De dreunen golfden door het oerwoud.

‘Maar dat is nog geen ritme’, wierp George tegen.

‘Jawel hoor. Onderzoekers hebben vastgesteld dat er patronen in zitten. Dat elke chimpansee zijn eigen kenmerkende ritme heeft. Trouwens ook de makaken die je hier bij Kao Takiab ziet, doen het. De mannetjes proberen zo indruk te maken. Hoe harder ze slaan, hoe dominanter ze zijn.’

‘Sommige drummers lijden aan hetzelfde euvel’, zei George.

‘Ja, en het verklaart ook waarom drummers vrijwel altijd mannen zijn.’

‘Weet je’, ging ik door, ‘in Brazilië heb ik op een tocht door het oerwoud iets soortgelijks meegemaakt. Dat was in het National Parc Tapajós, vlak bij Santarem, een stad aan de Amazonerivier. We hadden een indiaanse gids. Invonice heette ze. Ineens stond ze stil bij een grote boom. Een Sapopema volgens haar. En ook deze boom had grote plankwortels. Plotseling pakte ze een tak en sloeg ermee op de plankwortels, net als die gids in Oeganda. En weer hoorde ik de dreunen door het oerwoud golven. “Zo communiceren de indianen met elkaar in het oerwoud”, zei ze.’

George zat stil voor zich uit te staren. Er trok een rimpel over zijn voorhoofd.

‘Heren, heren…’, klonk het.

George en ik keken allebei op. Mijn vrouw was de tuin ingelopen. Jullie praten alleen maar’, zei ze. ‘Wordt er niet meer getrommeld?’

We keken elkaar aan, bogen ons over onze cajóns. En trommelden en trommelden. De hele middag lang. Voor mijn vrouw. Voor de buren. Voor de mensen. Voor de vissen, de wormen, voor alle dieren des velds. Voor het universum in het algemeen. En voor God natuurlijk. Twee oude mannen. God’s eigen trommelaars. De kroon der schepping.

525945

Meer weten?

Over roffelende spechten: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2722038/How-woodpecker-avoids-brain-damage-Unique-anti-shock-body-structure-absorbs-99-impact-energy.html

Over de snelste drummer: https://en.wikipedia.org/wiki/WFD_World’s_Fastest_Drummer_Extreme_Sport_Drumming

Over drummende apen: http://www.livescience.com/9728-monkey-drumming-suggests-origin-music.html

Over drummende chimpansees: http://news.sciencemag.org/brain-behavior/2015/01/chimpanzees-drum-signature-style

 

 

André van Leijen
Over André van Leijen 170 Artikelen
André van Leijen (1947) is schrijver en bioloog. Hij heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw vijf jaar over de wereld. Inmiddels zijn ze terug in Schiedam, waar André een boek heeft geschreven over zijn belevenissen. Het is te bestellen via bol.com, via alle boekhandels in Nederland en via het redactieadres van Trefpunt Azië: post@trefpuntazie.com Titel: Beste Reizigers ISBN: 978-94-6345-888-7 Prijs: 14,95.