Geylang, de rosse buurt van Singapore

Geylang was ooit een naam die je fluisterend uitsprak. Want Geylang, dat was de plek waar alles wat niet echt mag gebeurt: er worden gesmokkelde sigaretten verkocht, fake Viagra pillen (of niet?), er zijn meisjes van plezier, er wordt gegokt op verloren koertjes en er wordt aan drugs gedaan.

Geylang wordt dikwijls gelijkgesteld met Geylang Road: een drukke verkeersader die je vanuit Katong via het Arab Quarter tot het centrum brengt en die tientallen zijstraten, lorongs, heeft. Maar eigenlijk is Geylang veel meer: het is een heel stuk van de stad dat oostelijk van het centrum ligt, en het is genoemd naar een rivier die hier en daar nog zichtbaar is, en die uitgeeft op de Kallang rivier.

Van waar komt de naam? De bevolking die aan de monding van de Kallang rivier woonde waren ‘sea gypsies’, in het Malay: Orang biduanda kallang. Vandaar de naam: Kallang rivier. Is de naam Geylang een verbastering van die naam? Of komt ze van het Malay ‘kilang’ wat pers, fabriek betekent? Hier waren oorspronkelijk uitgebreide kokosplantages en met copra extractie-persen, dus het kan wel.

De drukte op Geylang Road is de laatste jaren ook verminderd: er is een verbod op alcoholverkoop tijdens het weekend, een sluitingsuur en de stad probeert de ‘ongure’ straten te ‘gentrificeren’ met nieuwe condo’s. Hierbij speelt de locatie een belangrijke rol: binnen de tien minuten ben je met de taxi in het business district. Maar het blijft één van de bruisende stukken van de stad waar veel laaggeschoolde gastarbeiders goedkoop onderdak vinden, en waar goedkope restaurants en kopitiams – een soort mengeling van traditionele Maleise coffeeshop en eettentje – druk bezocht worden.

In Geylang moet je gaan wandelen: sommige zijstraten zijn echt verrassend, en herbergen mooie traditionele Chinese architectuur en tempeltjes naast art deco gebouwen. Is Geylang gevaarlijk? In Singapore zijn er niet echt gevaarlijke straten: de politie is er nogal nadrukkelijk aanwezig en overal hangen camera’s. Ik heb een paar keer in een zijstraat gewoond en je vindt er nog de mooiste oude Chinese handelshuizen, netjes gerestaureerd, naast oude in mekaar gezakte panden en Chinese tempeltjes.

In Lorong 40, waar ik ooit woonde in een mooie art deco condo, merk je niet eens dat je dicht tegen Geylang Road woont: de rivier loopt erlangs, er is een pleintje met bomen en spelende kinderen waar ik soms ging zitten lezen. En de straat zelf had enkele pareltjes van Chinese koopmanshuizen die deels gerestaureerd waren, of deels nog bewoond werden door oudere Chinezen en waarrond planten in potten weelderig groeiden. Typisch zijn de overdekte voetpaden: zon en regen blijven erbuiten. Langs de rivier is een mooi wandelpad aangelegd vanaf het Paya Lebar station (uitgang Geylang) waar joggers en moeders met kinderen graag komen en je zelfs vissers ziet.

Lorong 20, waar ik mijn laatste jaar in Singapore woonde, was wel wat anders: de condo was splinternieuw en deed wat aan als een burcht. Eens binnen was alles OK, met een plezierig zwembad op de derde verdieping, maar over de rand zag je een naamloos doodlopend steegje waarin je ’s nachts mannen zag samen hurken. Drugs? Mij werd verteld dat je er injectienaalden kon vinden maar ik ben er nooit naar op zoek gegaan. Recht tegenover stond een nogal vervallen gebouw waar in een smoezelige keuken gekookt werd: je keek er gewoon recht binnen.

Eigenaardig genoeg stonden op veel daken nog oude antennes, en dikwijls kwamen hier heel mooie vogels op bezoek – naast de alomtegenwoordige mynahs. Op zondag zaten er kleurrijke bijeneters, net alsof dit de bestemming van hun dagje uit was. Een enkele keer zag ik een hornbill, en ook een zeearend had hier een vaste stek.

Op de hoek was aan de ene kant een goedkope Chinese supermarkt, aan de andere een kopitiam waar het de hele dag door druk was. Ze hadden voortreffelijke wonton-soep aan 3 dollar. Verder in de straat waren enkele goedkope hotels waar bussen vasteland-chinezen aan- en afgevoerd werden, en enkele gelegenheden met meisjes.

Ik ben er nooit binnen gegaan, maar ooit, toen ik pas in Singapore woonde wel: heel raar. Er zat een twintigtal meisjes in badkostuum op een rij te wachten op klanten en je kon eruit kiezen wie je wilde. Ze zagen er allemaal uit alsof ze net zestien waren geworden, en ik bedankte waarop een schel gelach opklonk.

’s Avonds, wanneer geen politie te zien was, wandelden enkele jonge – en echt niet zo jonge – dames en heren opvallend traag door de straat. Prostitutie is in Singapore niet verboden, maar het mag alleen door Singaporeanen bedreven worden. Iedereen weet dat de Vietnamese meisjes en de Thaise ladyboys die voor een maand naar Singapore komen, niet komen om naar de etalages te kijken, maar ze worden (werden) wel oogluikend binnengelaten. Dus zie je ook sommigen van hen hier, al zitten de meesten in bars zoals in Orchard Towers.

Maar in de straat waren ook gewone huizen, en op het eind, op de hoek van Guillemard Road, stond een heel oud Peranakan huis met een mooie tuin errond. Hoe lang nog?

Ook op Trefpunt Azië: Kort verhaal: Thuis in Singapore

Over Geert Barbier 23 Artikelen
Van oorsprong uit Oostende maar woonde 20 jaar in Mechelen. Verder ook jarenlang in Duitsland, in de VS en in Singapore. Zijn werk als internationale verzekeringsadviseur stelde hem in staat een groot gedeelte van de wereld te bereizen. Sinds 2019 woont hij in Thailand en houdt zich bezig met bezig met tuinieren, tekenen, schilderen, talen leren, schrijven en koken.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*