De geknakte sigaar op Cuba

Lieven Kattestaart, Cuba, sigaar
Lieven op avontuur

In een ver verleden bezocht ik Cuba. Dit was nog voor mijn eerste schreden op Thaise bodem. Nieuwsgierig geworden naar het land van Fidel en Che boekte ik een tweeweekse trip naar dit schone eiland, vol van suikerriet, rum en fossiele Amerikaanse slagschepen.

Martinair leverde me laat op de Cubaanse avond af op het vliegveldje van Holguin. Een ervaring op zich, waarbij de douaneambtenaar bijna een halve minuut afwisselend van de paspoortfoto naar mijn gezicht staarde, en vice versa, om zeker te weten dat hij geen Amerikaanse spion binnenliet. Het gammele en in vrolijke pastelkleuren geschilderde houten hokje waarin hij deze handeling verrichtte gaf het geheel een lachwekkende achtergrond, maar ik hield het gezicht strak in de plooi. Commmunisten staan nu eenmaal niet bekend om hun humor.

Afgestempeld door prikoogje stapte ik met wat andere toeristen in een bus op weg naar ons budget-hotel, ergens aan de kust. Daar aangekomen in het holst van de nacht, was het eerste wat men deed na het inchecken ons een halve liter Cuba-Libre voorzetten, wat er ondanks de jetlag en het uiterst vroege uur verrassend vlot in ging.

Lieven Kattestaart, Cuba, SigaarMijn kleine huisje verschilde in niets van de andere, een ruwgebouwd stenen hok aan het strand. Eenvoudig gemeubileerd, en voorzien van een simpele badkamer. De huisjes waren twee onder een kap, en voorzien van een tussendeur.

Met het geruis van de nabije zee in de oren viel ik in slaap. (Dit geluid zou me al die tijd vergezellen, en er zelfs voor zorgen dat ik de dag na aankomst in Nederland met een snork wakker schoot, er heilig van overtuigd dat de Atlantische Oceaan mijn achtertuin overspoelde.) Om dan wat later wakker te worden van luid geroffel pal boven me. Onwetend van het feit dat uit de kluiten gewassen landkrabben graag haasje over speelden op mijn dak, joeg het me de stuipen op het lijf.

Na weer ingedommeld te zijn werd de nachtelijke stilte opnieuw wreed verstoord, ditmaal door een net gearriveerde Cubaanse Salsa-band. Deze namen hun intrek in het naastgelegen huisje, en dat ging bepaald niet geruisloos. Na urenlang gekweelde Cubaanse levensliederen, gecombineerd met getokkel op gitaren en gerammel aan de tussendeur, werd het stil. En wierp de zon haar eerste stralen.

De dames van de band bleken die morgen zeer geinteresseerd in bungalow-buurman, afkomstig uit klompen en tulpenland, en wierpen zwoele blikken. Heb me altijd afgevraagd in welk inburgerings-wespennest ik me gestoken had, was ik op hun avances ingegaan. Daarbij zouden alle Thais-Nederlandse perikelen waarschijnlijk nog verbleken.

De volgende dagen werden doorgebracht met stomend strandbezoek. Al zwemmend werd de wonderbaarlijke onderwaterwereld ontdekt, en verschenen de meest fantastisch gekleurde vissen voor de duikbril. Mijn snorkel-euforie verdween echter als een kwal op het droge, toen een andere badgast het water uitrende, na een korte doch schrikwekkende ontmoeting met een haai. Bleek later een kleintje, maar ook dat zijn vaak geen vegetariers met een kunstgebit, en dus besloot ik mijn flippers te drogen te hangen.

Mojito
Mojito

Het drinken van mojito’s, en verkennen van de omgeving vulden de verdere vakantiedagen. Dit laatste deed ik per brommer, en eenmalig, te paard. Omdat er een ander strand op enkele kilometers afstand lag, leek het me leuk dit tripje eens per viervoeter te doen. Mijn enthousiasme werd niet gedeeld door het paard. Het broodmagere dier was werkelijk niet vooruit te branden. Tot een voorbijganger lachend een twijg van een doornstruik brak, en me liet zien hoe Cubanen paarden in beweging krijgen. Heb de twijg sporadisch gebruikt, al was het maar omdat mijn ruiterkwaliteiten die van het berijden van een hobbelpaard niet overstegen.

Mijn strandexpeditie strandde al spoedig, door mijn ‘lammer dan zo, dan zijn ze dood’ paard, en de Cubaanse familie die ik onderweg bezocht. Toen mijn vierbener weer eens door zijn hoeven dreigde te zakken, gebeurde dit pal voor hun schamele onderkomen, en werd ik vriendelijk uitgenodigd binnen te komen voor een verfrissing. Dit bleek een mierzoete en tandglazuur afbijtende rietsuikerlimonade te zijn. Op mijn domme vraag wat het was kreeg ik als antwoord: az˙car! Mijn kennis van het Spaans was evenredig aan de levenslust van mijn buiten wachtende paard, maar ik begreep het.

Lieven Kattestaart, Cuba, sigaar
Het Originele Cubaanse paard

Vervolgens liet de moeder van het gezin, verder bestaande uit drie dochters in de puber-leeftijd, me een kleine serie dollarbiljetten zien. En begon me met handen en voeten gebarend te smeken om wat kleding voor de ‘kids’ te kopen in het hotel, waarbij me duidelijk werd dat het arbeidersparadijs voor sommige Cubanen nog wat ruwe kantjes vertoonde. Ik sloeg het geld af, en vroeg in plaats daarvan de maten van de gewenste kledingstukken.

Na nog een glaasje afbijtmiddel besteeg ik wederom mijn haverhapper, en gaf deze de sporen, terug naar de dollarwinkel. Alwaar men, naast onder duimendik stof bedekte Che Guevara-pockets, en vroege werkjes van Marx en Lenin, ook wat T-shirts en shorts verkocht. Ietwat vreemd aangestaard door de verkoopster legde ik haar toonbank vol met kinderkleding. Daarbovenop nog een doos Quintero-sigaren. Deze laatste voor mezelf. Later zou mij ter ore komen dat de echte Havana-roker nog niet dood naast dit merk aangetroffen zou willen worden, maar dat deed niets af aan mijn rookgenot.

Moeders was blij met de textielbijdrage, en mijn inderhaast geplunderde zeepvoorraad. Het bedragje betaald voor de shirts, schreef ik af als ontwikkelingshulp aan deze aardige Cubanen. Wat later parkeerde ik mijn knokige knol weer bij de stal, en hoopte voor het scharminkel dat zijn volgende rit hem niet bij de paardenslager zou doen belanden.

De oudere dame die dagelijks mijn strandbunker schoonhield trakteerde ik na enkele dagen ook op wat geld, wat ik achterliet op het gammele salontafeltje. Een dag later lag het er weer, nu vergezeld van een versgeplukte bloem. Aldus werd me duidelijk gemaakt dat tips niet geoorloofd waren voor het personeel, en al zeker geen bedragen in dollars die hun weekloon overstegen.

Wat geld betrof was men sowieso niet echt bekend met buitenlandse valuta. De klerk bij de hotelbalie hield mijn biljetten van vijfentwing gulden wel drie keer tegen het licht, om vervolgens een andere hotelgast te vragen of deze vreemd vormgegeven papiertjes echt waren. Alsof hij een enkeltje Siberie zou krijgen bij de ontdekking dat ik Monopoly-geld had ingewisseld. Zo geheel in tegenstelling met Thailand waar baliedames verrukt “suay suay” mompelden, als ze mijn felgekleurde Zonnebloemen ruilden voor hun eigen valuta.

Lieven Kattestaart, Cuba, sigaar
Moros y Cristianos kunnen best op één bord

Het enige wat me niet kon bekoren was het eten. Voornamelijk bestaande uit de eeuwige Moros y Cristianos, vage salades, en hard gebakken bananenchips, waar je na een tijdje echt wel genoeg van kreeg. Overleven gebeurde op vers fruit en halfgesmolten Bounty-repen.

Elke avond was er live muziek, gebracht door de al eerder genoemde band. Het maken van herrie ging hen prima af, wat me een keer goed van pas kwam toen ik niet al te nuchter meer, kans zag bij toiletbezoek het deksel van een spoelbak in duizend scherven te stoten. Een leven als een oordeel in de wc-ruimte, maar de band wist het met gemak te overstemmen. Mijn tollende hoofd stond niet naar uitleg, of een overdreven bijdrage in pesos aan de hotelmanager en dus maakte ik me net zo schaars als een nieuw deksel.

Zo vlogen de dagen om, en stond ik voor ik het wist weer op het vliegveld, waar Martinair me andermaal het zwerk in zwierde. Met een tussenlanding in Good Old Havana. Aldaar kocht ik op de valreep nog een rookstok zo lang als mijn onderarm, van een vriendelijke oude sigarenmaker. Dit als tastbaar aandenken aan prachtig Cuba.

Lieven Kattestaart, Cuba, sigaar
De Sigaar

Eenmaal thuis kon het aandenken zo de prullenbak in, want zo zorgvuldig als de oude man zijn bladeren gerold had, zo onachtzaam had ik deze in mijn rugzak gepropt, en de noeste arbeidersvlijt op drie plaatsen geknakt. Kapitalisme ten voeten uit.

Over Lieven Kattestaart 104 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).