Het verhaal van de Week: Brief uit Koh Chang (3). Geen last meer van volheid

geen volheid
Even geen volheid meer…

Leven is zichzelf verloren voelen. Jose Ortega Y Gasset (1883-1955)

Sinds ik hier vastgelopen ben, is dit het enige verzetje dat ik heb. Dagelijks tegen het vallen van de avond even naar de baai. De zee, die haar lippen krult naar een verlaten strand, alsof ze daarmee haar tevredenheid wil uitdrukken. Van volheid is nu geen sprake meer.

Hoewel ik geen gewoontedier ben, is dit zwemuitje in de meer dan drie maanden dat ik op dit eiland zit, een dagelijks ritueel geworden. Het is een tijdsanker in de eentonigheid, waarin de dagen verglijden. Ik kijk ernaar uit en houd me eraan vast. Je moet toch iets, nietwaar…

Een paar jaar terug hoorde ik van een verder opgewekte echtgenoot, die zijn vrouw had vergiftigd. Alleen maar omdat zij hem verhinderd had om op klokslag zeven zijn dagelijkse wandelingetje met zijn hond te maken. Ontneem een mens nooit zijn anker, want dan zijn de gevolgen niet te overzien.

Met in gedachte weinig mensen weinig virus, huurde ik een huisje aan de rand van de jungle, waar dit eiland grotendeels mee bedekt is. Om het neer te zetten moest er een hap uit de flank van de heuvel genomen worden, wat de rode huid van de aarde heeft blootgelegd.

Ik neem dat advies ter harte

Overdag zoemt de hitte tussen het gebladerte. Maar gelukkig zijn inmiddels de eerste moessonregens al gevallen. Hard en hevig zoals ze op een tropisch eiland zijn kunnen. Voor een kortstondig moment brengen ze wat verkoeling en laten een dampende jungle achter.

geen volheid
Weinig mensen, weinig virus…

Ze woelen naakte aarde los tot een modderstroom die zich voor mijn deur ophoopt. Als even later alles weer opdroogt bakt de zon er hiëroglyfen in, die ik vrijelijk interpreteer. Vergeet je zwerflust nu even en wees blij dat je hier bent, las ik gisteren. Ik neem dat advies zonder enige reserve ter harte.

Aangezien er geen menselijke volheid meer is om me af te leiden, houd ik al het andere om me heen nauwgezet in de gaten. De rode mieren die als een goed afgerichte colonne para’s onmiddellijk komen aanmarcheren als ik maar een rijstkorrel durf te laten vallen.

Als ik er een dooddruk, stort de rest van de troep zich onmiddellijk op het kadaver om het op te vreten. Alles ten dienste van de groep zoals de Chinezen hun uitwerpselen verzamelen om er collectieve knoflook op te telen.

Even geen volheid meer

Voordat de regens komen is er de toegenomen activiteit van het vliegende insectenvolk om dat aan te kondigen. Maar daarvoor komt de wind, die de vingers van de palmbladeren tot elegante buigingen aanzet .

geen volheid
Afgekeken van de natuur…

Bewegend op een onhoorbaar ritme voeren ze de nageldans uit, zoals Thaise vrouwen dat zo subtiel kunnen. Die moeten dat hebben afgekeken van de natuur en heus, ik zie dat niet als plagiaat. Welke inspiratiebron zou een mens anders moeten aanboren…

Het is hier wat solitair, maar er is nu even gelukkig geen volheid meer. Die vreselijke volheid, die je tegenwoordig overal aantreft. In de loop der jaren heb ik een godsgruwelijke hekel aan grote massa’s mensen gekregen.

Nooit meer ga ik naar een disco, een popconcert of voetbalwedstrijd. Maar er is haast niet meer aan te ontkomen. De mens heeft overal beslag opgelegd.

Tijdens een recente trip in Nederland liepen mijn herinneringen zich te pletter tegen de realiteit van nu. Met een camper trok ik er kriskras wat rond. Langs de bossen, waar ik als kind rondzwierf in het Brabantse land met daaromheen de toen nog eindeloze landerijen, die inmiddels volkomen geürbaniseerd zijn.

Er was geen doorkomen aan

Die bossen zijn geworden tot gestileerde parken met wat uitgezet wildleven om de schijn van ongereptheid op te houden. Op de parkings aan de randen vind je met moeite een parkeerplaats.  En als je je aan een wandeling waagt, is er geen bospad zonder medewandelaars.

Ik dwaalde over Friese, Groningse en Drentse wegen met herinneringen van 40-50 jaar geleden. Ook daar is het inmiddels aardig druk geworden. Niet meer te stuiten volheid. Op een landweg ter hoogte van de Veluwe kwam  ik in een file, die urenlang voetje voor voetje voortschuifelde. En dan al die wiekende windmolens, die het land al haar weidsheid ontnomen hebben.

Ik ging naar Parijs om weer eens wat te flaneren langs de Seine, daar tussen de Tuileries en Notre Dame. Maar ik heb geen glimp van de rivier kunnen opgevangen. Want horden toeristen voor het overgrote deel van Aziatische afkomst blokkeerden de oever. Er was geen doorkomen aan. Na één nacht nam ik de benen.

Chiang Mai, al meer dan dertig jaar mijn woonplaats, heeft er ook niet aan weten te ontkomen. Destijds dacht ik aan die moderne volheid te kunnen ontsnappen. Een wanhoopspoging, want de tand des tijds is almachtig. Geen plek die ervan gevrijwaard is.

Ook dat stadje is nu volgegooid met supermarkten waar mensen zich lekker consumentistisch kunnen uitleven. En met hotels en condominiums, die het oude stadscentrum van houten huisjes onherstelbaar verminkt hebben. In de dorpse soi, die bedoeld was voor de buffelwagen en fietstaxi, brult het verkeer uit walmende uitlaten.

Het is een ongekend privilege

Welke klacht zou ik opgesloten op dit eiland dan mogen uiten? Dat dagelijkse uitje naar die baai hier is een ongekend privilege. Ik tref haar aan zoals hij in de scheppingsweek aan de wereld gegeven werd, zonder menselijke bemoeienis.

geen volheid
Zoals gegeven in de eerste scheppingsweek.

Ze ligt ingebed tussen twee heuvelende landtongen bedekt met het eeuwige groen van de jungle. Aan het uiteinde van de baai is een klein eilandje, rond als de buik van een Chinese Boeddha opbollend uit zee. Het is te ver om er heen te zwemmen, maar morgen, overmorgen, op een dag die hopelijk nog moet komen, ga ik er per kano heen.

Sinds ik hier zit,  is de tijd in een ander soort aritmetica gesprongen en rekt en krimpt al naar mijn eigen gemoedsstemming. Het is als de smeltende tijd van Dali op het heetst van het middaguur. Horloges en agenda’s doen er niet meer toe. Onaangenaam is dat niet.

geen volheid
Dali liet de tijd smelten…

Soms is er één enkele visser, wadend door het water met een werpnet. Af en toe ligt er op zeker een kilometer van het strand een zeilboot voor anker. Ik heb de bemanning nooit gezien, maar gis dat het een boot is van een buitenlander, die de wereldzeeën bevaart. Ik vermoed dat hij in deze coronatijden niet in een Marina wil afmeren maar zich ver van het land houdt. Onwillekeurig kijk ik altijd naar die boot uit. Het geeft me even contact met de wereld.

Hij had een excentrieke inval

Maar deze avond had ik die goddelijke baai helemaal alleen voor mezelf. Drijvend in zee heb ik de nacht over me heen laten komen en de eerste sterren afgewacht.

En ik moest denken aan de Opstand der Horden, een boek dat de Spaanse filosoof José Ortega Y Gasset haast een eeuw geleden het licht deed zien. Hij trekt daarin flink van leer tegen de massamens en de volheid, die hij veroorzaakt.

geen volheid
Ortega: gemaakt om te bewonderen…

In zijn enthousiasme die horden een halt toe te roepen, heeft hij soms een excentrieke inval. Openbare gebouwen en zeker die met architectonische schoonheid, zijn niet neergezet om grote massa’s mensen te ontvangen, maar veeleer om te bewonderen.

Ortega kan tevreden zijn. In dat laatste opzicht heeft de wereld naar hem geluisterd. Want dat bewonderen wordt inmiddels volop gedaan met camera en smartphone in aanslag. Een opstand van de horden met een amplitude, die hij waarschijnlijk niet voorzien had.

Hij schreef dat boek in 1930. Elke tijd heeft zijn eigen perspectief van waaruit wordt geoordeeld, want meer heb je niet. Maar vanuit het onze had Ortega toen geen recht van spreken. In zijn dagen viel het heus wel mee met de massamens en de volheid.

Big Brother zat nog in het voorgeborchte

Bij overheidsdiensten in openbare gebouwen hoefde je echt geen nummertje te trekken met tientallen wachtenden voor je. Bij de slager, voor zover er die er nog is, of de apotheek ook niet.

Geen enkele kapper dacht er toen aan een intake te doen compleet met computerprofiel, zoals bij die moderne coiffeurs die zich helemaal verzoend hebben met die volheid en haar commerciële onbenulligheden.

Het kon toen nog zonder al het geregel dat moet proberen de hordenstromen enigszins in bedwang te houden. Big Brother zat nog in het voorgeborchte zijn kansen af te wachten.

Ortega overleed in 1955, toen er nog geen sprake was van massatoerisme. De horden zouden zich nog een paar jaar inhouden. Als hij nu een kijkje zou nemen aan de Spaanse costa’s om het alleen daar maar even over te hebben, zou hij zich waarschijnlijk doodschrikken.

Ze zouden het niet aankunnen

En nu halen toeristische opstandelingen zonder enige schaamte de hele wereld overhoop. De reisindustrie met alles wat er omheen hangt is geworden tot een van de belangrijkste economische activiteiten.

geen volheid
Ze halen de hele wereld overhoop

Begrijpelijk, want toerisme is allang geen luxeproduct meer, maar net zo onontbeerlijk als basisvoedsel zoals rijst, aardappelen en kalmeringspillen. Zonder vakantiereisjes zouden veel mensen de eentonigheid van de dagelijkse gang tussen werk, buis en schermpje niet meer aankunnen.

Ortega zou het hier weer eens naar zijn zin gehad hebben, vermoed ik. Het is een uitzonderlijke ervaring hier in mijn eentje rond te dobberen, een door corona verleend voorrecht.

Het was even wennen aan dit solitaire bestaan hier. Maar uiteindelijk werpt iedereen, waar hij ook zit, altijd een anker uit. En hij eindigt er meestal mee dat anker vertrouwd als het is geworden, lief te hebben. Waarom zouden mensen zich anders hechten aan hun geboortegrond, aan hun taal, hun cultuur, hun partner en hun hond?

Als dit eiland zo meteen van het slot gaat, zal het weer even wennen worden op een nieuwe ankerplaats.

Lees ook: Het Verhaal van de Week: De transformatie van een Thais eiland

Antonin Cee
Over Antonin Cee 168 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

6 Comments

  1. Mooi beeldend geschreven Antony. Denk dat ik mijn schijverscarriere maar aan de wilgen hang. Hier kan ik toch niet tegenop. Inderdaad is er bijna nergens meer rust. Zoals ik dit ooit eens in Goa mocht ervaren. De meute aangevoerd door chartervluchten hebben de stranden daar nu ook al verpest.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*