Gaijin gaat zwemmen


Het was de eerste keer dat ik ging zwemmen in een Japans zwembad.
Ik was de enige ‘gaijin’ (dat meestal welwillend wordt vertaald als ‘buitenlander’, maar eerder ‘vreemde indringer’ betekent) en werd met enige argwaan aangestaard.

Het is in een Japanse badgelegenheid een goede gewoonte om zich eerst te schrobben, voordat men zich in met anderen gedeeld water laat zakken. Ik had me dus uitvoerig gedoucht, maar werd niettemin door de badmeester teruggestuurd. Ik zeepte me nog een keer in, boende uitvoerig ook de intieme delen en spoelde me met veel misbaar af. Het kon er nu mee door, maar ik kreeg de indruk dat hij me liever had gezandstraald.

Vervolgens moest ik mijn tasje met handdoek, zeep en shampoo inleveren. Waarom werd me niet duidelijk, maar ik leverde gedwee het tasje in. Ik was de enige die dat moest. Japanners mochten uitpuilende sporttassen meezeulen.
Daarna werd mijn badmuts geïnspecteerd. Dat is een soort condoom, die zo strak zit dat ik bang ben dat die bij het afstropen ook de hoofdhuid meeneemt. Die badmuts is van Japanse makelij, zodat ik te water mocht.

Ik zwom mijn eerste baantjes en vroeg me af of hier sprake was van een ‘cultureel misverstand’ dan wel doodordinaire discriminatie. Voor ik die vraag de, gezien de ernst van de zaak, vereiste aandacht had kunnen geven, werd ik gesommeerd het water te verlaten. Dat was, dacht ik, het antwoord. Ik klauterde briesend de kant op en zag dat het bad leeg was. Alle andere zwemmers stonden op een kluitje langs de kant te kleumen. Een badmeester gebaarde me dat ik me bij hen moest voegen.

Intussen had een andere badmeester zwemvliezen aangetrokken en een duikbril met snorkel opgezet. Hij begon aan wat kennelijk een zoektocht was. Ik had geen flauw benul van hij dacht te vinden. Er was niemand verdronken en er lagen geen verontrustende voorwerpen op de bodem. Toen hij het bad had onderzocht, hees hij zich op de kant en gaf een signaal dat ik uitlegde als ‘alles ok’. Daarna ging een toeter en mochten we weer het water in.

Ik heb tijdens het zwemmen altijd allerlei diepzinnige gedachten. Meestal ben ik die bij het volgende keerpunt weer vergeten, maar er is geen wereldprobleem dat niet tijdens de 40 baantjes schoolslag wordt opgelost. Ook houd ik altijd nauwkeurig het aantal gezwommen banen bij. Dat vergt zoveel intellectuele inspanning, dat ik pas later in de gaten kreeg dat de meeste medebadgebruikers vrouwen waren en dat ze niet zwommen, maar liepen. Dat kan omdat het water nauwelijks hoger reikt dan het middel.

Dit was een intrigerend raadsel. Al zwemmend begon ik theorieën te ontwikkelen over waarom ze dat deden. Japanse vrouwen hebben vaak korte en soms korte dikke benen. Zou dit soms een door al dat niet gediplomeerde fitnessexpert ontworpen methode zijn om slankere benen te krijgen met als bijkomend voordeel dat ze daardoor ook langer lijken? Was dit een typisch Japanse, nergens anders voorkomende oefening? Of, meer voor de hand liggend, konden ze gewoon niet zwemmen? Het was een vraagstuk dat later een nader onderzoek rechtvaardigde.

Ik was daar zo door in beslag genomen dat zwartezwemsterik niet merkte dat ik van mijn baan was afgeweken. Mijn zwembril was beslagen en ik kon daardoor niet goed zien wie of wat voor me opdoemde. Het was in elk geval on-Japans groot. Toen ik mijn zwembril had afgezet, bleek dat ik op een kolossale zwarte vrouw was gebotst. Ik moet haar hebben aangekeken alsof ze van een andere planeet kwam.
Ze grijnsde en zei met een onmiskenbaar zuidelijk Amerikaans drawl: Wat sta je daar raar te koekeloeren.. Jij bent toch geen Japanner? Of heb jij ook nog nooit een zwarte vrouw in een zwembad gezien’?


Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 242 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.