Ga nooit sporten met een Thaise


Jo heette hij. Ik had hem ontmoet in de kleedkamer van het sportcomplex van Palm Hills in Hua Hin. Hij was naakt. Net als ik. Op zijn schouders groeiden stuurloze haren in een laatste poging om het daglicht te zien. De borst iets ingevallen Vlak boven zijn lendenen golfden ribben als waterribbels in het zand. Een buikje, eerder de mannelijke evenknie van een venusheuvel. En daaronder twee spillige dijbenen, waartussen zijn penis alleen nog maar reageerde op de aantrekkingskracht van moeder aarde, vermoedelijk.

Het kwam door het oranje T-shirt, dat hij juist aantrok.

‘Ben jij Nederlander?’, had ik gevraagd.

Even keek hij me verwonderd aan. Grauwe vermoeide ogen. Moe van het lezen of misschien wel van het leven. Ik kon het niet zeggen. Daarna begon hij te praten met zachte stem. Het leek een bevrijding voor hem.

Hij was longarts geweest in een ziekenhuis in Arnhem, vertelde hij. Of ik het Rijnstate Ziekenhuis kende.

Ik schudde mijn hoofd.

‘Het doet er niet toe’, zei hij, terwijl hij zijn ijzeren locker opende en tussen zijn kleren naar een pakje sigaretten zocht.

‘Pakje per dag. Rookt u? Nee? Heel gezond. Van roken en drinken ga je naar de verdommenis.’

Hij vertelde, dat hij zeven jaar geleden samen met een collega een project voor nierpatiënten was gestart. Dat nierpatiënten nooit ver van huis konden, omdat ze elke week gedialyseerd moesten worden. Dat hij toen met het Bangkok Hospital geregeld had, dat ze daar gedialyseerd konden worden, waardoor die patiënten op vakantie konden in Thailand.

‘Zo heb ik mijn Thaise vrouw leren kennen. In het Bangkok Hospital. Pun heet ze.’ En hij vertelde dat hij na zijn pensionering een huis had laten bouwen in Hua Hin en dat ze twee jaar geleden getrouwd waren.

Intussen had hij een gifgroene sportbroek aangetrokken, die vloekte bij het oranje van zijn T-shirt.

‘Kleurt niet erg, hè?’, zei hij, toen hij mijn blik volgde. ‘Doe ik voor Pun. Ze heeft er een hekel aan. Dat komt omdat zij een shirt met psychedelische patronen draagt. Ze is heel fanatiek, weet u.’ Zijn ogen begonnen te glimmen. Even maar.

‘Eigenlijk wilde ik liever golfen, maar dat wilde zij niet. “Op de golfbaan overlijden meer mensen dan bij alle andere sporten samen”, zei ze. “Niet omdat het zo’n gevaarlijke sport is, maar vanwege de ouderdom van de spelers.” Nu ja, ik heb ook wel het idee dat die golfbanen geleidelijk overgaan in de eeuwige jachtvelden. Dat de laatste hole een last post is, een black hole, waar je met bal en al in verdwijnt. Onzin natuurlijk, maar waarom zou ik de goden verzoeken? Golft u?’

Ik bekende, dat ik het een aantal keren gedaan had.

Hij liet de lucht hoorbaar `door zijn neus naar buiten lopen. Het klonk alsof het zijn laatste was. ‘Wat wil je dan?, had ik haar gevraagd. En ik had gelijk maar gezegd, dat ik niet ging rennen. En ook niet met zijn allen fietsen in zo’n zweterig lokaaltje. Als ik fiets wil ik vooruitkomen. “Laten we gaan tennissen”, zei ze. Nou, dat leek me helemáál niks in die brandende zon. En toen kwam ze op het idee om te gaan badmintonnen.’

 

Ratchanok-Intanon_1

Intussen waren we de kleedkamer uitgelopen. Met zijn bogengalerijen leek het sportcomplex op een klassiek gebouw, een Grieks gymnasium, waar worstelaars met elkaar wedijveren. Aan de wand hingen schilderijen, beschenen door schilderijlampjes. Op de vloer stonden dracaena’s. Er klonken kreten uit de sportruimte, oer en hol als in een Neanderthalergrot. Piepende gymschoenen. En daar stond Pun. Strak en jong.

Haar haar in een paardenstaart. Om haar voorhoofd een roze zweetband. Een mouwloos zwart shirt met concentrische cirkels, die psychedelisch gingen spiraliseren zodra je ernaar keek. Kaneelbenen, die aan de bovenkant eindigden in een geel broekje en van onderen in roze sokken en Nikes. In haar hand had ze haar racket. Alsof het een moordwapen was.

Het was een ongelijke strijd. Pun liet hem rennen van links naar rechts, van voren naar achteren. Hij werd steeds langzamer. Middenin de vijfde set liep Jo naar de bank. Hij had nog geen set gewonnen. Rood aangelopen was hij. Deed zijn handen voor zijn ogen. Pun sloeg een arm om hem heen. Met een schouderbeweging schudde hij haar van zich af. ‘Het is te heet voor mij’, zei hij.

Ze pakte een waaier uit haar tas en waaide hem koelte toe. ‘We kunnen ook gaan squashen’, zei ze, terwijl ze hem een flesje Chang-water aanreikte, ‘daar is tenminste airconditioning.’

Even keek Jo op, toen legde hij zijn hoofd weer in zijn handen en schudde van nee.

Toen ik hem later tegenkwam bij het zwembad, ademde hij nog steeds sneller dan normaal. ‘Het was te heet voor mij’ zei hij. ‘Ik kan best badmintonnen, beter dan zij, veel beter zelfs. Maar die Thais kunnen dat. Die hebben het in hun genen Die zijn hier geboren. Wij farangs kunnen niet in die hitte spelen.’

Ik knikte begrijpend. ‘En wat nu?’, vroeg ik.

‘Nu wil ze met mij muay thai gaan doen. Ik heb gezegd alles is goed, als het maar geen badminton is. En ook geen squash. Ik weet nog geen eens wat het is. Weet u wat muay thai is?’

Hij zag er asgrauw uit. Ik vreesde voor zijn leven.

 


André van Leijen
Over André van Leijen 178 Artikelen
André van Leijen (1947) is schrijver en bioloog. Hij heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw vijf jaar over de wereld. Inmiddels zijn ze terug in Schiedam, waar André een boek heeft geschreven over zijn belevenissen. Het is te bestellen via bol.com, via alle boekhandels in Nederland en via het redactieadres van Trefpunt Azië: post@trefpuntazie.com Titel: Beste Reizigers ISBN: 978-94-6345-888-7 Prijs: 14,95.

2 Comments

  1. Hoi Andre,

    Leuke verhalen! Vooral dat over die oude, vermoeide medisch specialist vind ik erg geestig en herkenbaar: de -vergeefse- pogingen om jong te blijven. Willen we allemaal toch? Maar helaas, het verval is reeds lang geleden, nietsontziend ingezet…
    Groet, Jan

  2. Andre, mooi geschreven verhaal. Maar badmintonnen op hoge leeftijd tegen iemand die veel jonger is lijkt me levensgevaarlijk…

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.