Mixed Dubbel 52. Jim


Opeens merkt Irene dat haar hondje Madonna verdwenen is. Wanneer de bel gaat, staan twee kinderen met Madonna in hun armen. Ze is dood.

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

 

Met Madonna ging ik naar de dierenarts, die zei dat het beestje vergiftigd was. Blijkbaar kon Juliette nog steeds toegang krijgen tot mijn huis en had ze Madonna meegelokt met giftig vlees. Volgens Marks bronnen zat ze vast in die TBS kliniek. Hoe was dat mogelijk? In mijn ogen was met Juliette alles mogelijk. Maar ik zou slimmer zijn. Ook deze slag ging ik winnen.
Met haar zachte, melodieuze stem kon ze als een Sirene iedere man verleiden tot dingen die hij beter niet had kunnen doen, ongetwijfeld zou ze ook de portier van de kliniek en haar begeleider kunnen overhalen.

‘Madonna was vergiftigd, zei de dierenarts,’ zei ik ‘s avonds tegen Mark.
‘Er zijn altijd mensen die de pest aan honden hebben. Ze piesen en schijten alles onder,’ antwoordde Mark vanachter zijn krant.
‘Ze ging op de kattenbak,’ zei ik.
‘Misschien was het gif niet voor haar bedoeld, liep ze er gewoon tegenaan.’
‘Vrijwillig ging ze nooit op stap. Ze kwam niet meer dan vijf meter buiten mijn bereik.’

De tijd was voorbij dat ik door zo’n woordenwisseling gefrustreerd raakte, dat ik ging schreeuwen, met glazen gooide of met mijn kop tegen de muur sloeg. Ik was overtuigd van mijn gelijk. Juliette had hier in de tuin gestaan en Madonna vergiftigd. Ik liet mij door niemand meer voor een fantast uitmakenMonica suggereerde een hek te plaatsen, zodat er niemand zomaar over het pad naar achter kan lopen. De buurvrouw schoot mij te binnen met haar cryptische: wie er over het pad loopt, en een hek. Zou ze helderziende zijn ofzo? Het leek mij achteraf bekeken een goede tip en ik zou voortaan naar haar luisteren. Monica geloofde mij. Ze had Juliette nooit vertrouwd.

 Hier in Loerheide was er geen afdoende hulp te verwachten. Ondertussen leek mij de enige oplossing: hulp uit Den Haag. Ik zou Jim bellen. Ik wist zeker dat hij mij zou geloven en mij zou helpen. Vastberaden belde ik hem op. Niet aarzelend als toen ik zeventien was. Ach, wat voelde ik mij eenzaam, na de dood van mijn ouders. Toen wikte en woog ik eindeloos. Telkens weer gingen de kaarten met de tekeningen en het visitekaartje door mijn handen. Ik stopte ze weg en haalde ze tevoorschijn. ‘Banden met de maffia, Irene?’ Ik zag mijn vaders gezicht voor mij: ‘Dat gaat je je leven kosten, Irene, luister goed. Uiteindelijk toetste ik met vochtige handen het nummer. Voor ik hem neer kon leggen, werd hij opgenomen. ‘Swartbol en zonen, met Munniek’. Mijn mond sloeg droog van de zenuwen. ‘Ik zou graag Jim Swartbol spreken,’ zei ik. ‘Dat kan effe niet schat, Jim is effe een posie aan ‘t logeruh.’ ‘Misschien is hij op het logeeradres te bereiken?’ ‘Nee, schat, vadertje Staat wil niet dat er steeds maar gebeld wordt.’ De telefoniste schoot in de lach. Als een mokerslag kwam het binnen: hij zat in de gevangenis. Ik schaamde mij dood. Van schrik legde ik de hoorn op de haak zonder gedag te zeggen. ‘Mijn vader heeft gelijk. Die Jim is niets voor mij. Met zo’n man leef je altijd in angst. De politie en andere criminelen waren natuurlijk constante bedreigingen voor zo iemand. Daar wist je als gewoon fatsoenlijk meisje niets vanaf. Gelukkig ben ik op tijd gewaarschuwd,’ dat dacht ik toen.

Ook deze keer kreeg ik een receptioniste aan de telefoon. De zaak is er op vooruit gegaan, want deze klinkt bijna hautain en absoluut niet plat.
‘Swartbol en company, met Brigitte, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ zegt een zangerige stem waar het Haags nog net in te horen is.
‘Met Irene Pulaski, kan ik de heer Jím Swartbol spreken?’
Het floepte er uit, Pulaski, en dat terwijl mijn vader de allerlaatste in de wereld zou zijn die dit telefoontje zou goedkeuren.
‘Kunt u zeggen waarvoor u belt?’ vroeg de receptioniste.
Het leek mij vreemd deze vrouw te melden dat je graag iemand uit de weg geruimd wilde zien, maar wellicht was dat in deze branche gewoon.
‘Het gaat eigenlijk om een oude belofte.’
‘Een ogenblik.’
Ik werd doorverbonden en hoorde Jims stem aan de andere kant.
‘Irene Pulaski…?’
‘Ik heb je hulp nodig.’
‘Ben je gescheiden? Blankenstein was het, als ik mij niet vergis.’
‘Nee, jij wel?’ Door de spanning schoot hij in de lach. Blijkbaar waren we beide behoorlijk zenuwachtig over dit telefoontje.
‘Wat komt, dat komt. Ondertussen heb ik twee zonen, zoals je weet, dat lijkt mij ruim voldoende,’ Hij lachte.
‘Fijn dat je belt. Ik wacht op dit telefoontje’ vervolgde hij, ‘Wanneer kom je naar mij toe?’
‘Wat dacht je van zaterdag over drie weken?’
‘Oké, wat je maar wilt.’
‘Heb jij een goede plaats in je gedachten?’
‘Bij de vuurtoren in Noordwijk?’

Het ging vanzelf, alsof hij werkelijk op mij zat te wachten. Met een zucht legde ik de hoorn op de haak. Ik had het er warm van gekregen. Misschien dacht hij dat ik net als vroeger was. Om te checken stond ik op, en liep voor de spiegel heen en weer. Niks raars. Zolang ik geen tien kilometer hoefde te rennen, bewoog ik als een mannequin. Daarna boog ik mij naar de spiegel toe. Was mijn gezicht scheef? Ik trok allerlei rare bekken. Met wat make-up werkte ik mijzelf een beetje bij en kneep nog eens in mijn wangen, borstelde mijn haar tot het glansde, keek goed en stelde vast: ik ben niet lelijk en geen invalide.


Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.